'Betrek publiek bij debat vaccins'

Heeft de overheid de Mexicaanse griep overschat? Hoogleraar Meijman deelt de kritiek niet. Hij pleit wel voor een grotere rol van het publiek in relatie tot deskundigen.

Voor de zomervakantie bestelde minister Klink (Volksgezondheid, CDA) 34 miljoen doses vaccin tegen het H1N1-virus dat de Mexicaanse griep veroorzaakt. Maandag maakte Klink bekend dat een algehele vaccinatie tegen de Mexicaanse griep niet nodig is.

Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) worden alleen gezondheidswerkers en de bekende risicogroepen ingeënt, een groep van tussen de 5 en 6 miljoen mensen. Die krijgen allemaal twee prikken. Dat wil zeggen dat Klink bij ongewijzigd beleid met 20 miljoen doses vaccin blijft zitten.

Waren huisartsen zich voor de zomer nog aan het voorbereiden op een zwart scenario, waarbij ze door een gebrek aan vaccins mensen moesten uitleggen dat ze niet in aanmerking kwamen voor een griepprik, nu moeten de huisartsen uitleggen dat het, ondanks het beschikbare vaccin, niet nodig is zich te laten inenten.

Om de huisartsen een beetje te helpen valt deze week bij alle Nederlanders een folder in de bus met informatie over de Mexicaanse griep. Het roept de vraag op of de risico’s niet zijn overdreven.

Het is het klassieke dilemma waarin de overheid zich bevindt als zekerheid over gezondheid en ziekte niet te bieden is, legt Frans Meijman uit. Hij is arts en hoogleraar medische publiekscommunicatie aan de VU in Amsterdam. „Het is moeilijk verantwoording af te leggen als sprake is van onzekere risico’s, zoals bij de Mexicaanse griep”, aldus Meijman.

Het lijkt een situatie waarin de overheid het niet goed kán doen. Als men zich voorbereidt op het ergste en het valt mee, wordt snel gesproken van overdrijving en paniekzaaierij. Het alternatief, niks doen en wachten tot helder is hoe ernstig het wordt, is nog erger.

Toch is Meijman het niet eens met het idee dat de overheid het in geval van grote onderzekerheid niet goed kan doen. „Gezondheid en ziekte zijn steeds vaker een zaak van risicoafweging, niet van absolute oplossingen”, stelt hij. „En risico’s zijn geen zekerheden. Toch willen we zinnige maatregelen nemen, zeker als het besmettelijke ziektes betreft die ons allen aangaan, zoals influenza.”

Meijman vindt dat de overheid bij onzekere situaties de bevolking in een vroeg stadium bij de discussie moet betrekken. Met bijvoorbeeld televisiedebatten zoals voorheen Het Lagerhuis of andere vormen van publieke debatten. „Nu zie je dat politici beslissingen nemen op basis van adviezen van deskundigen. Omdat dat over het hoofd van de bevolking heengaat, bestaat twijfel over de gemaakte keuzes. Dat ondergraaft het bij zulke gevallen nodige draagvlak.”

Nu een folder sturen, zoals de overheid doet, heeft volgens Meijman geen zin. „Als het begint rond te zingen dat mensen ten onrechte niet kunnen worden ingeënt, is het al te laat. Dat geldt ook voor het geval grote onrust ontstaat over de risico’s van vaccinatie.”

Meijmans verhaal wordt ondersteund door twee reacties op vaccinatiecampagnes van de overheid. In 2002 begon de overheid een campagne tegen meningokokken C, een bacterie die hersenvliesontsteking of bloedvergiftiging kan veroorzaken. Die campagne kwam volgens veel ouders te laat. In 2001 verdubbelde het aantal meningokokkenbesmettingen. Dat leidde to zo veel onrust, dat ouders zelf naar de apotheek stapten om vaccin te kopen en de huisarts om een prik vroegen. Volgens Meijman, toen huisarts, werd de vaccinatie door de ouders afgedwongen.

Precieze cijfers over het aantal slachtoffers van de meningokokkenbacterie zijn niet bekend. Volgens schattingen zijn in 2001 dertig kinderen aan de gevolgen van besmetting overleden. Dertig kinderen verloren een arm of been of hielden ernstige neurologische schade aan de besmetting over.

Hoe anders was de reactie op de beslissing een campagne te starten tegen een virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken. Begin 2009 besloot Klink dat dit vaccin moet worden opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma.

De eerste campagne, gericht op meisjes van 13 tot 16 jaar, stuitte op grote scepsis en weerstand. Door twijfel aan de effectiviteit van deskundigen en een effectieve campagne van de Vereniging Kritisch Prikken lieten meer meisjes zich níet dan wel vaccineren. Volgens viroloog Ab Osterhaus kunnen met deze vaccinatie duizenden levens worden gered.

Het is een merkwaardige paradox. In het ene geval leidt acute ziekte van kinderen tot een min of meer afgedwongen vaccinatie tegen meningokokken. In het andere geval ontstaat juist weerstand tegen een vaccinatieprogramma vanwege de vermeende risico’s die ermee gepaard gaan. Kennelijk weegt het publiek de voor- en nadelen van een vaccinatie zelf tegen elkaar af. En zo kan het volgens Meijman ook gaan bij de vaccinatie tegen de Mexicaanse griep.

Die twee voorbeelden maken volgens Meijman duidelijk dat het moeilijk te voorspellen is hoe mensen reageren op maatregelen die de volksgezondheid aangaat. Voor hem is dat reden te meer het publiek erbij te betrekken. „Onderzoek heeft aangetoond dat het publiek betrekken bij beslissingen over de gezondheidszorg voor meer draagvlak zorgt.”

Achtergronden op nrc.nl/griepvirus