Acht keer 1,5 uur per week wassen

Eens in de zoveel tijd proppen ze zich naast je in de trein: studenten met enorme backpacks, Ikea-tassen of hutkoffers vol vieze was. Op weg naar mama. Studentenhuizen hebben namelijk lang niet altijd een wasmachine. Dus op naar het ouderlijk huis of naar de wasserette met die vieze onderbroeken.

Nederlanders zijn elke week gemiddeld 1,5 uur bezig met wassen, strijken en kledingonderhoud. Daarvan wordt 0,69 uur aan kleren wassen, was ophangen en was opbergen besteed. 0,46 uur gaat op aan strijken en de overige 0,28 uur aan kleren maken en herstellen. Dat laten cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek zien.

De wasserettes in Nederland, die regelmatig door studenten worden bezocht, kenden hun bloeitijd in de jaren zeventig. Er waren er toen bijna vijfhonderd. Midden jaren negentig was daarvan nog maar de helft over. Intussen is er weer sprake van een gestage groei: Nederland telt nu ongeveer 300 wasserettes. Daarvan bevindt bijna eenderde zich in Amsterdam.

Wasserettes zonder personeel worden steeds populairder. Je kunt tegenwoordig op je was wachten terwijl je tv kijkt of fitnesst. In het Duitse Hamburg bestaat zelfs een wasbar, waar je een biertje kunt drinken terwijl de was gedaan wordt.

Volgens elektriciteit- en aardgasdistributeur Eandis zijn wassen, drogen, strijken en afwassen samen goed voor 5 procent van het energieverbruik. Om te besparen wordt geadviseerd om niet warmer dan op veertig graden te wassen. Wasmiddelen zijn verbeterd, dus heter wassen is nauwelijks meer nodig. Wassen op zestig graden kost twee keer zoveel elektriciteit als wassen op veertig graden, en een was op negentig graden zelfs drie keer zoveel.