80 brieven verder en geen baan

De chemiefabriek waar Wim van de Brand (56) al 28 jaar werkte, had last van de crisis en werd plots gesloten.

Nu laat hij zich omscholen. „Studeren blijft soms lastig.”

„De eerste slechte berichten kwamen vorig jaar juli: het ging niet goed met Init [een chemiebedrijf in Emmen, red.] en we moesten met minder mensen verder. Gaan we sluiten? vroeg ik aan de directrice. Dat was absoluut niet aan de orde, zei ze.

„Maar veertien dagen later werden we bij elkaar geroepen en kwam het hoge woord er uit: de fabriek ging dicht. Ik kreeg overal kippenvel. En deed iets wat ik als katholiek niet mag: ik vloekte uit pure frustratie. We stonden voor een voldongen feit. Die nacht ben ik wel gewoon gaan werken, wat moet je anders? De dagen daarna hebben we de fabriek leeggedraaid. Binnen een week was alles weg en opgeruimd en gingen de kettingen op de deur.

„Ik heb 28 jaar als procesoperator in ploegendienst gewerkt. Ik was 29 toen ik er ging werken. Vooral de nachtdienst vond ik mooi. Kwam ik om half zeven ’s ochtends thuis en dronk ik op m’n gemak een flesje bier om daarna het bed in te kruipen tot een uur of drie. Het werk was leuk. Ik had alle vrijheid om zelf oplossingen te zoeken als de machines vastliepen. Bovendien had ik een goede band met mijn collega’s. Er waren zelfs plannen om samen op vakantie te gaan.

„Het ontslag was dan ook zeer aangrijpend. Toch ben ik er van begin af aan heel nuchter mee omgegaan. Ik heb drie jaar geleden een hersenbloeding gehad en dat heeft mijn levensvisie veranderd. Je kunt je wel druk maken over allerlei dingen, maar daar wordt het niks anders van. Ik neem het leven zoals het komt. De knop om en verdergaan.

„Mijn vrouw en ik zeiden meteen tegen elkaar: we laten ons niet kisten. We hebben ons uitgavenpatroon gewijzigd: loterijen opgezegd en een paar goede doelen geschrapt. Daardoor kunnen we financieel in elk geval nog rondkomen. Ik heb recht op 36 maanden WW-uitkering, al hoop ik niet dat dat nodig zal zijn.

„Ik ben vrijwel meteen gaan solliciteren in een straal van honderd kilometer rond Emmen. In totaal heb ik tachtig brieven verstuurd. Twee keer mocht ik op gesprek komen. Op alle andere brieven kreeg ik een antwoord met de woorden: helaas, u heeft te veel ervaring. Met andere woorden: ik ben te oud. Jongere collega’s zijn intussen allemaal weer aan de slag, maar iedereen boven de 50 solliciteert nog.

„Na een half jaar brieven schrijven, kwam het UWV bij me met de vraag of ik me wilde laten omscholen tot veiligheidskundige. Die kans heb ik meteen gegrepen. Met bange voorgevoelens hoor, want ik zag er ook tegenop. Ik dacht: hoe pak ik een leerritme op? Ik heb sinds m’n achttiende niet meer op school gezeten!

„De opleiding is best pittig, het zit tegen hbo-niveau aan. In totaal zitten we 144 uur in de schoolbanken en daar komen 500 tot 600 uur aan zelfstudie en stageopdrachten bij. In het begin dacht ik geregeld: wat doe ik hier met die stapels boeken voor m’n neus? Maar de cursusleider was heel goed: hij stelde me op m’n gemak en wist me het gevoel te geven dat ik het kan.

„Als het goed is, ben ik in januari klaar en kan ik als veiligheidskundige aan de slag. Ik heb sowieso een baangarantie voor de duur van één jaar. Er is veel vraag naar mensen die de veiligheid binnen een bedrijf naar een hoger niveau kunnen tillen. Veiligheid heeft met vrijwel alle aspecten van werk te maken, of het nu gaat over het gecombineerde gebruik van bepaalde grondstoffen of over gedrag van mensen.

„We hebben de afgelopen weken ook geleerd om zelf trainingen te geven aan werknemers die de cursus basisveiligheid, de VCA, moeten halen. Die wordt straks verplicht, dus er is volop werk aan de winkel.

„Door deze opleiding merk ik dat ik meer kan dan ik dacht. Ik heb ineens meer pijlen op mijn boog en ontdek capaciteiten bij mezelf waarvan ik niet wist dat ik ze had. Dat is best bijzonder op mijn leeftijd.

„Studeren blijft soms lastig, hoor. Ik probeer elke dag wel een paar uur in de boeken te duiken, maar ik vind het best moeilijk om de discipline op te brengen om er echt voor te gaan zitten. Zeker als de kleinkinderen op bezoek zijn. Dan wil ik gewoon gezellig met ze spelen.

„Maar ik heb één grote drijfveer: als ik dit haal, kan ik straks weer aan het werk. Want al heb ik me geen seconde verveeld sinds m’n ontslag, ik geniet absoluut niet van de vrijheid. Alle klusjes in huis zijn inmiddels wel gedaan en de tuin ligt er netjes bij, dus ik wil weer aan de slag. Liever vandaag dan morgen.”