Zeker twintig doden bij aanslag in Ingoesjetië

Bij een zelfmoordaanslag in Nazran, de grootste stad van de Russische deelrepubliek Ingoesjetië, zijn gisteren zeker twintig mensen om het leven gekomen en raakten ten minste 138 anderen gewond. Dat hebben de autoriteiten bekendgemaakt.

De aanslag was de dodelijkste in maanden op de noordelijke Kaukasus, de onrustige regio in het zuiden van Rusland die bestaat uit zeven deelrepublieken met een zekere mate van autonomie.

Volgens een woordvoerder van de Ingoesjeetse deelregering ramde een busje in de ochtend het hek van het politiebureau en kwam vervolgens op de binnenplaats tot ontploffing. Agenten zouden zich daar op dat moment juist hebben verzameld voor het ochtendappèl. De woordvoerder sprak van een „zeer krachtige explosie”. Het politiebureau, enkele politiewagens en omliggende gebouwen zouden zwaar beschadigd zijn geraakt.

Volgens een onderzoeker van het Openbaar Ministerie bevonden zich onder de gewonden zeker negen kinderen. De bestuurder van het busje zou ook om het leven zijn gekomen.

Het geweld op de noordelijke Kaukasus neemt de laatste tijd flink toe, ondanks herhaalde verklaringen van Moskou dat het de situatie onder controle heeft. De Russische regering wijt het geweld aan separatisten en islamitische fundamentalisten, maar analisten wijzen op armoede, corruptie en de terreur van de lokale overheden als oorzaken van het geweld.

De Russische president Dmitri Medvedev heeft na de aanslag de minister van Binnenlandse Zaken van Ingoesjetië ontslagen. „Deze daad van terreur had voorkomen kunnen worden”, verklaarde hij tijdens zijn bezoek aan de stad Astrachan, in het zuiden van Rusland. „De politie moet de mensen beschermen en ook in staat zijn zichzelf te beschermen.” (AFP, Reuters)