Romige ziekenhapjes

Voor wie weinig eetlust heeft, zijn grote porties vaak ontmoedigend. Daarom geeft José van Mil in haar boek Gezond eten rond chemotherapie (uitgeverij Inmerc, www.inmerc.nl) echt heel kleine porties – ‘muizenhapjes’ zou je zeggen tegen een gezond iemand. Maar vele muizenhapjes helpen iemand die chemotherapie krijgt ook.

Ik schreef gisteren al over Van Mils kookboek, dat eigenlijk maar tot op zekere hoogte een kookboek is. Want er staan weliswaar recepten in, volop, maar het gaat niet over ‘lekker’ – althans, dat is niet het uitgangspunt. Natuurlijk moeten de gerechten ook lekker zijn, maar dat betekent iets anders als ze voorgezet moeten kunnen worden aan iemand die chemotherapie ondergaat. Die proeft soms bijna niets, vindt dingen onverdraaglijk die er vroeger goed ingingen, heeft moeite met heel warm of heel koud eten, slikt misschien moeilijk. Veel van de gerechten in Gezond eten rond chemotherapie zijn dan ook fijngemalen of klein gehakt – een soort kindereten.

Paul Somberg, de echtgenoot van Van Mil en lijder aan de ziekte van Kahler, een vorm van beenmergkanker, schrijft dat eten hem soms „ronduit smerig” smaakte. Bruisend mineraalwater bijvoorbeeld, dat hij voor zijn chemo graag dronk, leek zuur te smaken „en in mijn mond gaf het het gevoel van een nare yoghurtdrank”.

Hij bofte met een vrouw die voedingsdeskundige is en dus kon verzinnen wat hij wél, wat structuur en smaak betreft, aan zou kunnen zonder dat hij alleen nog maar pudding en chocolademousse uit een pakje kreeg.

Menigeen die in een dergelijke situatie terecht komt zal met de handen in het haar zitten want iedereen begrijpt dat iemand die niet eet niet goed geneest. En het is verschrikkelijk machteloos makend om iemand voor je ogen te zien wegteren en niets te kunnen doen. Natuurlijk valt er niet altijd iets te ‘doen’. Maar goed eten maken en geven, dat is sowieso belangrijk en bevredigend – naast al die andere dingen die voor iemand gedaan kunnen, en ook moeten, worden. Het verzorgen van iemand die erg ziek is slorpt ongelooflijk veel tijd en aandacht op. Dus voor mensen in zo’n situatie, en dat zijn er niet eens zo weinig, is dit een heel behulpzaam en opbeurend boek, dat het leven onder nare omstandigheden toch veraangenaamt.

Vandaar dat ik het er nu twee keer over heb gehad.

Deze courgettesoep lust iedereen. Sterker nog: je moet de mensen soms weerhouden om er teveel van te eten.

Als de courgettes groot zijn, verwijder dan de zaadjes door ze doormidden te snijden en een lepel door de binnenkant te halen. Snijd ze in kwarten en vervolgens in plakjes. Snijd de ui fijn. Smelt een klont boter in een ruime pan, bak de uien eventjes, doe de courgettes erbij, bestrooi het geheel met zout en laat het met het deksel op de pan gaar stoven. Af en toe roeren om alles gelijkmatig gaar te krijgen.

Pureer in de keukenmachine. Doe de courgettes terug in de pan, kippenbouillon erbij, warm laten worden.

Klop intussen de eierdooiers en de room door elkaar. Doe daar twee lepels van de warme soep bij, roer goed door en giet dan het mengsel van de eierdooiers en de room al roerend in de wel warme maar beslist niet kokende soep.

Proef of er meer zout bij moet, maal er peper over en dien op.