Niet iedereen krijgt griepvaccin

Niet iedereen hoeft te worden ingeënt tegen de Mexicaanse griep, ofwel het H1N1-griepvirus. Alleen mensen die tot bepaalde risicogroepen behoren moeten een oproep krijgen voor vaccinatie. Dat heeft minister Ab Klink (Volksgezondheid, CDA) gisteren besloten op advies van de Gezondheidsraad.

Tot de risicogroepen rekent de Raad alle zestigplussers, en iedereen die jaarlijks al een griepprik krijgt tegen de ‘gewone’ seizoensgriep, zoals mensen met een luchtweg- of hartaandoening. Ook vrouwen die meer dan drie maanden zwanger zijn én ook tot een medische risicogroep behoren, moeten een oproep krijgen, net als personeel uit de gezondheidszorg, en gezinsleden of mantelzorgers van mensen in die risicogroepen. Bij elkaar zijn dat vijf tot zes miljoen mensen.

Het kabinet heeft bij het uitbreken van de Mexicaanse griep 34 miljoen vaccins besteld, twee doses voor elke Nederlander. Naar verwachting zullen de producenten de vaccins vanaf eind oktober in fases leveren. Het geneesmiddel Tamiflu, dat de huisarts nu voorschrijft als iemand uit een risicogroep de Mexicaanse griep heeft, remt alleen de symptomen.

Klink verwacht dat huisartsen een grote rol zullen spelen bij het oproepen tot vaccinatie. Zij bepalen ook of mensen die niet in aanmerking komen, toch een inenting kunnen krijgen als ze dat willen, zei Klink.

De symptomen van de griep zijn tot nu toe milder dan verwacht. Alleen voor risicogroepen wegen de voordelen van de vaccinatie duidelijk op tegen het minimale risico op bijwerkingen van de vaccinatie.

Eerder leken vooral jongere mensen gevoelig te zijn voor het virus. Oudere mensen zouden al afweer hebben opgebouwd tijdens de griepepidemie in 1957. Toch adviseert de Raad om alle gezonde zestigplussers ook in te enten, omdat niet duidelijk is of ze echt minder gevoelig zijn.

De deskundigen komen in september met een vervolgadvies. Afhankelijk van het verloop van de griep zouden dan ook andere bevolkingsgroepen in aanmerking kunnen komen voor een vaccinatie.