Negen van de 31 mln huisdieren

Gezamenlijke katten en soms een konijn. Dat zijn de dieren die studenten vooral brengen naar Chantal Vermeulen, werkzaam bij een dierenartsenpraktijk in Delft. Officiële cijfers over het aantal huisdieren in studentenhuizen zijn er niet.

Meestal komen de studenten bij de dierenarts voor de gebruikelijke vaccins, zegt ze. Andere klachten zijn: niet goed eten, of naast de kattenbak plassen. Op een enkele uitzondering na verzorgen de studenten hun huisdieren goed.

Een goede reden voor studenten om een huiskat te nemen, is dat katten muizen verjagen. Oscar van Schaijk woont samen met veertien andere studenten in een studentenflat in Delft. Twee jaar geleden kochten ze Smoes, tegen de muizen. Van Schaijk: „Het werkt wel, sinds we Smoes hebben, heb ik nog maar één keer een muis gezien.”

In Nederland wonen volgens het ministerie van Landbouw circa 1,8 miljoen honden, 3,3 miljoen katten, 1 miljoen konijnen, 800.000 knaagdieren, 19 miljoen vissen, 5 miljoen vogels en 250.000 duizend reptielen en amfibieën. In 55 procent van alle huishoudens wonen één of meerdere huisdieren. Vooral gezinnen met kinderen hebben een huisdier.

De meeste honden zijn rashonden, in totaal 69 procent. Raskatten zijn zeldzamer. 14 procent van de kattenbezitters heeft een raskat.

Nathan Perdijk houdt twee Siamese katten op zijn studentenkamer in Utrecht. Noppes en Tibi van vijf en zeven jaar oud. Perdijk wilde Siamese katten: „Ze zijn heel erg aanhankelijk en knuffelig, ook lijkt het af en toe net of ze terug praten.”