Langer naar school voor taal en kookles

Een langere schooltijd kan leerachterstanden in taal en rekenen verkleinen.

25 scholen krijgen eenmalig extra geld. Ze mogen zelf weten hoe ze het besteden.

Dat was balen, in maart dit jaar. Staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA) maakte toen bekend dat ze het geld voor achterstandsleerlingen anders zou verdelen. Voortaan moest een school in een achterstandswijk staan om in aanmerking te komen voor de subsidie.

De Almeerse Scholengroep verloor zo’n 2 miljoen euro met de nieuwe regeling, zei bestuursvoorzitter John van der Vegt, doordat de Almeerse wijken vrij gemêleerd zijn. Er zijn geen echt arme wijken, dus kwam er geen geld.

Nu is het back in business voor de Almeerse Scholengroep. De organisatie heeft subsidie aangevraagd en gekregen om leerlingen met taal- en rekenachterstanden langer naar school te laten gaan. De subsidie maakt deel uit van een landelijk project om de schooltijd te verlengen. Gisteren maakte staatssecretaris Dijksma de regeling bekend. Behalve in Almere zullen ook scholen in 24 andere gemeenten profiteren van het extra geld. Met de langere schooldagen hoopt Dijksma taal- en rekenachterstanden weg te werken en ‘onderpresteren’ tegen te gaan. Ze trekt er voor de komende vier jaar 57 miljoen euro voor uit. Scholen mogen zelf bekijken hoe ze het geld precies besteden. Ze werken automatisch mee aan wetenschappelijk onderzoek naar het effect van de verlenging van de onderwijstijd op de leerprestaties.

In Almere komt het geld ten goede aan acht basisscholen. Leerlingen van vijf scholen die net groep acht hebben afgerond, keren aan het eind van de zomervakantie drie weken terug naar hun basisschool om goed voorbereid te kunnen beginnen aan de middelbare school. Die tijd wordt gebruikt om kennis op te frissen en „te behouden wat er is”, zegt Marten Muis van de Almeerse Scholengroep, coördinator van het project. „Kennis zakt weg in de zomervakantie. Dat willen wij tegengaan.”

In Stedenwijk (Almere Stad) zullen leerlingen van drie basisscholen vier uur per week langer naar school gaan, en in de toekomst mogelijk zes uur. Die tijd zal worden besteed aan taal en rekenen. Ook een aantal Almeerse middelbare scholen dat onder hetzelfde schoolbestuur valt, krijgt geld.

„Dit was onze kans om het verloren geld weer binnen te halen”, zegt Muis. Sterker nog: het project levert zijn organisatie 4 miljoen euro op, het dubbele van het bedrag dat eerst werd verloren. Muis: „Het nadeel is dat het geld maar naar acht scholen gaat. Van dat eerdere bedrag profiteerden al onze 42 basisscholen. Ik hoop wel dat we in staat zullen zijn een project als de zomerschool in de toekomst in te voeren op al onze scholen.” Maar, zegt hij, het geld van Dijksma is eenmalig. De Almeerse Scholengroep zal dus op zoek moeten naar nieuwe financiers.

De gemeente Rotterdam was er al eerder in geslaagd buiten het ministerie om geld te verzamelen. In februari 2007 kondigde de gemeente aan dat een deel van de basisscholieren zes uur per week langer naar school zou gaan. Voor dat doel was 11 miljoen euro beschikbaar uit het Europees Sociaal Fonds.

Voor de Arnhemse basisschool Het Mozaïek, die bekendheid verwierf door de hoge Cito-scores van achterstandskinderen, is het optimaal benutten van de lestijd een cruciaal middel om de prestaties van kinderen te verhogen. Kinderen komen daar al met drie jaar en negen maanden naar school, de lesurennorm wordt flink overschreden en kinderen met problemen in de groepen één tot en met drie krijgen vier keer in de week een half uur extra les.

Het Mozaïek kiest ervoor de extra uren niet alleen te besteden aan basisvaardigheden. Binnen de gewone lestijd gaat bijna alle aandacht naar rekenen, taal en wereldoriëntatie, de drie onderdelen die ook de kern vormen van de Citotoets in groep acht. Ná half vier, of op woensdagmiddag, organiseert het Mozaïek activiteiten die niet aan bod komen in de gewone lessen. Veel leerlingen blijven uit zichzelf een uurtje langer op school – voor een musical, een kinderkookclub of voor cursussen ‘homepage maken’ en streetdance.