'Ik wil altijd beter zijn dan de rest'

Daphne Koster komt vanaf zondag voor haar land uit bij het EK vrouwenvoetbal in Finland. „Met mijn nuchterheid gedij ik goed”, zegt de aanvoerster.

Wie Daphne Koster vanuit de verte aan ziet komen lopen, begrijpt waarom voetbalbond KNVB haar onlangs vroeg mee te werken aan een mediacampagne over leeuwinnen. De aanvoerster van het Nederlandse vrouwenelftal heeft met haar blonde spikeharen wel iets weg van een wild dier. „Voor die campagne hebben ze mijn leeuwinnenlook nog wat aangedikt”, vertelt Koster in het Brabantse viersterrenhotel De Rosep, waar de selectie van bondscoach Vera Pauw is neergestreken in de aanloop naar het EK vrouwenvoetbal in Finland. „Mijn haren werden woelig gekamd. En ik moest vervaarlijk in de lens kijken. Het resultaat mag er wezen, moet ik zeggen.”

Zondag hoopt Koster ‘haar’ team naar een overwinning te leiden tegen Oekraïne in de groepsfase van het EK vrouwenvoetbal. „Het begint pas echt als het Wilhelmus klinkt”, zegt zij. „Want dan besef je dat Nederland er voor het eerst bij zit op zo’n groot toernooi. Vroeger nam ik het volkslied voor lief, nu geniet ik. Ik ben mij bewust van elk moment.”

Sinds Koster twee jaar geleden door AZ werd gevraagd om uit te komen in de eredivisie, is er veel veranderd in haar leven. De 28-jarige verdedigster heeft al een lange voetballoopbaan achter de rug – op haar veertiende maakte ze haar debuut bij het voetbalelftal onder zestien, twee jaar later speelde ze voor het eerst in het Nederlands elftal – maar niets heeft haar leven zo op z’n kop gezet als dagelijks op hoog niveau spelen.

Wanneer kwam u voor het eerst in aanraking met de sport?

„Ik kom uit een gezin met twee kinderen. Mijn jongere zusje en ik zijn opgegroeid in een nieuwbouwwijk in Assendelft. In onze straat woonden veel oudere jongens, die altijd met een bal aan hun voet liepen. Op mijn vierde werd ik voor het eerst uitgedaagd om mee te doen. Een jaar later heb ik mij bij het jongensteam van SVA in Assendelft aangemeld.”

Bij SVA stond u jaren met jongens onder de douche. Werden daar nooit opmerkingen over gemaakt?

„Nee. Tot mijn tiende: toen drong het voor het eerst tot mij door dat gemengd douchen niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Misschien was het een van de jongens die daar een opmerking over maakte. Of een ouder. Maar zeker is dat ik vanaf dat moment een eigen kleedkamer kreeg toegewezen.”

Wanneer kreeg u door dat u goed was, misschien wel beter dan de jongens met wie u speelde?

„In het E-team [9 tot 11 jaar] werd ik door mijn coaches ‘het geheime wapen’ genoemd. Iemand die je achter de hand houdt voor als alle andere wegen dood lopen. Als mensen je zo typeren, krijg je wel het gevoel dat je speciaal bent. Vooral omdat je als meisje toch al bijzonder bent in een jongensteam. Maar het ontwikkelingsproces verliep heel natuurlijk. Ik heb er nooit zo bij stilgestaan.”

Waarom denkt u dat bondscoach Vera Pauw u heeft benaderd om aanvoerster te worden?

„Toen aanvoerster Liesbeth Migchelsen een punt achter haar carrière zette, heeft Vera Pauw mij gevraagd of ik de band over wilde nemen. Waarom ze mij vroeg weet ik niet. Misschien omdat ik iemand ben die zegt waar het op staat. Ik heb een soort nuchterheid waarmee ik in de voetbalwereld goed gedij. Dus of ik nou een band draag of niet, ik blijf dezelfde Daphne. In die zin betekent het aanvoerderschap weinig voor mij. Het is vleiend, meer niet.”

Van begin 2005 tot eind 2007 kwam u niet uit voor het vrouwenelftal wegens een akkefietje met Pauw. Vindt u het niet bijzonder dat ze u dan die rol toebedeelt?

„Met die aanvaring zette ik mijn voetbalcarrière op het spel [bondscoach Pauw bekritiseerde Kosters afzegging voor een vriendschappelijke interland wegens werkverplichtingen]. Maar ik kan mijn gevoelens nu eenmaal niet wegmoffelen. Terugkijkend denk ik dat we er allebei sterker uit zijn gekomen. Vera en ik weten nu beter wat we aan elkaar hebben.”

Zo sprak u eerder dit jaar uw bedenkingen uit tegen het gastcollege van Louis van Gaal voor het vrouwenteam van zijn voormalige club AZ. ‘Ik voel mij een tikkeltje misbruikt’, was uw conclusie.

Stilte. „Kijk, ik wil alleen aandacht als het om de sport zelf gaat. Ik kan mij bijvoorbeeld opwinden als ik een wedstrijdverslag lees waarin de auteur opmerkt dat verdedigster zo en zo een paardenstaart heeft. Of dat de speelsters van AZ in de bus van het mannenelftal naar het stadion werden gereden. Anders dan bij het mannenvoetbal gaat het in de media vaak om de randverschijnselen in plaats van de sport zelf – en dat geldt ook voor het bezoek van Van Gaal. Ik vind het hartstikke leuk dat wij even in zijn keuken mochten kijken. Maar waarom geen verslag over wat wij van hem leerden, in plaats van verwondering over het feit dat Van Gaal een vrouwenteam terzijde stond? Kijk, als ik een interview aan de Viva geef, verwacht ik geen wedstrijdanalyse. Maar als de voetbalverslaggever van een groot dagblad langskomt, mag ik daar toch wel vanuit gaan.”

Even terug naar het akkefietje tussen u en de bondscoach. Sinds de kwestie is uitgesproken, worden jullie als de ideale tandem beschouwd. Had u dat verwacht?

„Ja en nee. Voor de buitenwereld is het misschien moeilijk te volgen, maar Vera en ik zijn beiden mensen die niet in wrok achterom kijken. Als iets is uitgepraat, gaan we over tot de orde van de dag. Heel nuchter eigenlijk.”

Er leven nogal wat vooroordelen over het vrouwenvoetbal. Veel mensen vinden de sport saai en sloom. Kunt u zich dat voorstellen?

Valt terug in haar stoel: „Nee. Als mensen met dat soort kwalificaties komen, nodig ik ze altijd uit een wedstrijd te bekijken. En het grappige is: vaak draaien ze na afloop helemaal bij. Twee dagen geleden sprak ik nog een moeder van een meisje dat om een handtekening kwam vragen. Ze gaf toe dat ze haar dochter had verboden om zich in te schrijven bij een voetbalclub, omdat ze veronderstelde dat daar allemaal manwijven rondliepen. ‘Maar als ik jullie zie moet ik mijn beeld toch bijstellen.’ Ook dát vooroordeel leeft nog steeds: voetballende vrouwen zien er niet uit. En het zal lang duren voordat dat beeld is bijgesteld.”

Nou moet ik u toch even aan een uitspraak van uzelf herinneren. In een recent interview concludeerde u dat ‘de hoofdklasse wordt bevolkt door manwijven’.

„Nou, wacht, niet helemaal. Ik concludeerde dat er tien jaar geleden nogal wat bonkige types in de hoofdklasse speelden. Dat geldt niet voor de eredivisie: de meiden daar lopen er heel anders bij. Daarom is het ook zo belangrijk dat mensen niet alleen de amateurwedstrijden bezoeken, maar ook die van de eredivisie. Het niveau is een wereld van verschil. Maar de amateurs bepalen grotendeels het beeld dat mensen van vrouwenvoetbal hebben.”

Naast die vooroordelen kampt u ook nog met het probleem dat u niet betaald wordt als voetbalster. Wat maakt dat u toch doorzet?

„Ik heb het geluk dat ik een baan als talentcoördinator bij de KNVB kon krijgen; voor andere meiden is het veel moeilijker hun werk of studie met voetbal te combineren. Maar het is veel meer dan dat: ik beleef plezier aan het spelletje. Omdat ik altijd beter wil zijn dan de rest en mijn spel graag opleg aan de tegenpartij. Laat ze maar schoppen, denk ik dan: ik geniet.”

Edgar Davids en Jaap Stam zijn niet voor niets uw grote voorbeelden.

„Ja, Davids vanwege zijn gedrevenheid, Stam vanwege zijn onverzettelijkheid. En laten we vooral Dennis Bergkamp met zijn elegantie niet vergeten.”

Davids wordt wel ‘The Pitbull’ genoemd. Welke bijnaam vindt u het meest op uzelf van toepassing?

„Misschien iets in de trant van The Killer? Ik slaag er vaak in een belangrijke speelster van de tegenpartij uit haar spel te halen.”

Een spelerstype dat goed zou gedijen in Amerika. Is dat land voor u het voetbalmekka ?

„Als ik een contract van een Amerikaanse voetbalclub kreeg voorgelegd, zou ik waarschijnlijk zo tekenen. Of voor een topclub in een ander land. Aan de andere kant realiseer ik mij ook dat mijn leven erg verandert als ik evenveel verdien als de Amerikaanse sporthelden. Mijn vrienden houden nu van mij om wie ik ben, niet omdat ik een dikke portemonnee heb. Ook al laat ik anderhalve maand mijn gezicht niet zien door al die voetbalverplichtingen: ze zíjn er voor mij. Soms ben ik bang dat dat verandert als ik doorbreek.”

Uw ambitie en uw hang naar geborgenheid strijden om voorrang.

„Misschien wel.”

Hoe leeft u toe naar het EK?

„We hebben drie topwedstrijden voor de boeg: Oekraïne, Finland en Denemarken. Daarna is het afwachten hoe de rest van onze poule het doet. ‘Leef van wedstrijd naar wedstrijd’, zegt Vera vaak. ‘En houd beide voeten op de grond’. Dat soort adviezen neem ik zeer ter harte.”