Het nieuwe paspoort biedt geen keuze

Volgens maand wordt een nieuw paspoort geïntroduceerd, met daarin een chip waarop gegevens zijn opgeslagen. Het verzet houdt aan. „Biometrie kun je niet uitzetten.”

Een goed gelijkende pasfoto en een handtekening binnen de lijntjes zijn niet meer genoeg. Wie een nieuw paspoort nodig heeft, moet vanaf 21 september ook zijn vingerafdrukken afgeven. Die worden opgeslagen in de chip die in het paspoort zit. En in een centrale database, die onder voorwaarden ook voor opsporingsdoeleinden mag worden gebruikt.

Dit is neergelegd in de nieuwe Paspoortwet. Tegenstanders hebben grote bezwaren tegen het aanleggen van de database, die volgens hen een te grote inbreuk maakt op de privacy en bovendien onveilig is. Zij vinden dat onder het mom van een reisdocumentenadministratie een extra opsporingsregister in het leven wordt geroepen. Een van hen is Max Snijders van de European Biometrics Group. „Je creëert een target voor hackers. En daarmee het risico van identiteitsdiefstal.”

Volgens Snijders is er nog een belangrijker bezwaar: dat van de opsporingsfunctie die de database krijgt. „Stel dat bij wet wordt vastgelegd dat op homo-zijn een straf van 25 jaar staat. Dan is het met behulp van de database een kleine moeite om de overtreders op te sporen.” De database bevat weliswaar geen gegevens over de seksuele geaardheid van personen, maar opsporingsambtenaren „hoeven dan alleen een homo-bar in te wandelen en daar vingerafdrukken op te nemen. Uit de database rolt dan welke personen daarbij horen”.

Snijders is niet de enige die twijfels heeft over de wenselijkheid van de database. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) adviseerde in maart 2007 al negatief over de centrale opslag van vingerafdrukgegevens. Het vond onder meer dat een gedegen analyse van de voor- en nadelen van een centrale database ontbrak. Daarmee voldeed het wetsvoorstel volgens het CBP niet aan artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Hierin is het recht op privacy neergelegd. Het kabinet verklaarde in juni de bezwaren tegen de Paspoortwet ongegrond.

Inmiddels ligt er een klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Die werd ingediend door Mieke Wijnberg, voorzitter van de vereniging Vrijbit, die strijdt voor het recht op privacy. Wijnberg laakt de veiligheid van de database, maar ook het feit dat mensen „geen keus” hebben. Iemand die niet in de database wil belanden, wordt volgens haar gedwongen zonder paspoort door het leven te gaan. En dat stuit op praktische problemen. Wijnberg: „Zonder paspoort of identiteitskaart kun je geen arbeidscontract sluiten, geen uitkering aanvragen en geen huis kopen. Neem je geen paspoort, dan word je uit de maatschappij gezet”.

Snijders beaamt dat het met het biometrische paspoort geen kwestie van kiezen is. „Mensen denken vaak dat ze hun privacy allang kwijt zijn door de mobiele telefoon en dingen als de bonuskaart. Maar daar kun je vanaf. Biometrie kun je niet uitzetten.”

Vrijbit vroeg het EHRM om een spoedmaatregel: het stopzetten van opname van biometrische gegevens in een centrale database door de Nederlandse overheid. Aan deze procedure kleven nog wel juridische haken en ogen. Voordat een gedupeerde mag klagen bij het EHRM, moeten alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Dat is hier niet het geval. De wet is nog niet in werking getreden, laat staan dat er al procedures over gevoerd zijn. Michiel van Emmerik, hoofddocent staats- en bestuursrecht aan Universiteit Leiden: „Alleen bij hoge uitzondering wordt hiervan afgeweken. Bijvoorbeeld als een procedure evident geen kans van slagen heeft”.

Verder is het de vraag of Vrijbit als vereniging klachtrecht heeft. Op zichzelf kunnen niet-gouvernementele organisaties procederen bij het EHRM. Van Emmerik: „Dan moet wel iemand individueel geraakt zijn.” En het EHRM neemt alleen in uitzonderlijke gevallen spoedmaatregelen aan, bijvoorbeeld als een klager dreigt te worden uitgezet naar een land waar hem de doodstraf wacht.

Wijnberg is zich van deze obstakels bewust, maar wilde niet afwachten tot een gedupeerde bij de nationale rechter zou gaan procederen. „Dat duurt jaren en in de tussentijd staan de vingerafdrukken van honderdduizenden al in de database, dat lijkt niemand zich te realiseren.”

Ook Snijders verbaast zich over de laconieke houding die lijkt te bestaan tegenover de nieuwe wet. Hij herinnert eraan hoe eenvoudig de joden destijds in Nederland opgespoord konden worden, of de communisten in de Verenigde Staten in de jaren vijftig. „Dat ging zo makkelijk omdat er goede databases waren.”