Geen foto's tijdens de dienst

‘Hersteld Hervormde Gemeente Achterberg’, staat er op een bordje langs een kronkelend grindpaadje door een zacht glooiend landschap, alsof we niet gewoon in Nederland zijn, op veertig kilometer van Utrecht.

Nog onwerkelijker wordt het als van heinde en verre mensen komen aangelopen, mannen in deftige pakken bij een temperatuur van 25 graden, en vrouwen in jurken die je bij H&M niet gauw zult aantreffen – en ze hebben hoeden op. Fraaie hoeden, bonte, maar meest zwarte en witte.

Ze lopen gehaast, want het is al kwart over vier in de middag, het waait flink en met één hand houden ze hun hoeden vast en met de andere hun rokken in bedwang. Maar het blijft een stevige pas, want het is al kwart over vier in de middag, en de avonddienst op deze zondag begint om half vijf.

Achter het bordje van de Hersteld Hervormde Gemeente Achterberg zou dus een kerk moeten staan. En iedereen heeft min of meer een voorstelling van een landelijk kerkje, maar hier in Achterberg, Rhenen, komt men behoorlijk bedrogen uit. Op het grote terrein staan stapels bouwmaterialen en grote landbouwmachines, een gewone werf dus met daarop een gewone loods.

Er is een klein rood deurtje en daarnaast staan drie mannen in zondagse pakken in een rij. Overalls of andersoortige werkpakken zou je verwachten, maar driedelige kostuums en glimmend lederen schoenen?

Waar de kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente is, vraag ik. Ze wijzen naar de rode deur: hier. Wat er van buiten uitziet als een loods, is van binnen verbouwd tot een nette, strak witte hal met een donkergrijs vloerkleed en kerkbanken met kussens. Groot! Er kunnen meer dan 250 mensen in en die zitten er al. Precies om vijf voor half vijf schrik ik op van een pijporgel dat ergens rechts verdekt blijkt opgesteld. De organist veroorlooft zich enige frivoliteiten, maar om half vijf komt de gastpredikant van vandaag binnen, de heer Van Vlastuin, tevens docent theologie aan de Vrije Universiteit. Moeilijke combinatie: door de week in de grote seculiere stad het geloof zo nauwkeurig mogelijk analyseren, op zondag op het platteland dat geloof zo toegankelijk mogelijk uitdragen.

Hij betreedt de kansel, doet wat mededelingen en zet een psalm in. Het volk – zonder uitzondering lelieblank, maar wat wil je in deze contreien – komt amper boven het orgel uit, wat misschien wel zijn voordelen heeft. Ook de kinderen zijn op z’n zondags gekleed, de jongens in gestreepte korte broeken en sokken tot de knie, de meisjes in roze jurken met witte kantjes en natuurlijk de fraaie hoedjes.

Alleen één jongeman zie ik in een T-shirt, en dan meteen een knalblauw T-shirt van het merk G-Star. Hij biedt mij een pepermuntje aan. Zou hij de rebel zijn van de Hersteld Hervormde Gemeente?

Alle aanwezigen zijn muisstil en onbeweeglijk als Van Vlastuin spreekt. Hij had ons trouwens al gezegd dat fotograferen tijdens de dienst niet zou mogen, omdat de mensen de dienst als iets heiligs beschouwen. Hij leeft zich uit, naarmate de middag vordert. Hij lijkt een zwarte predikant uit de VS, met stemverheffingen, vlekkeloze lange zinnen, omwegen en zijpaden.

Het verhaal gaat over koning David, als hij tegen God zegt dat niemand zo gelukkig is als hij. En dat op een moment waarop hij ten val zal worden gebracht door zijn eigen zoon en het volk zich tegen hem keert. Dan komt de les, ruim anderhalf uur later: vertrouw op God, ook in tijden van tegenspoed.

Dan zet het orgel weer in en loop ik stilletjes naar buiten voor frisse lucht en een sigaret. Als de zware deur achter mij dicht valt, hoor ik ineens niets meer van het orgel en het gezang. Straks, als het bijna schemert, zullen de kerkgangers in hun onalledaagse kleertjes de lage heuvels intrekken. Jammer dat ze niet gefotografeerd willen worden, straks zegt men dat ik het verzin.

Anil Ramdas bezoekt tweewekelijks een geloofsgemeenschap. Reacties en suggesties: ramdas@nrc.nl