Een intiem huis

Karen Blixen (1885-1962) ligt begraven onder een reusachtige, oude beuk. Een mooier schrijversgraf heb ik nooit gezien. Het is een sober graf: alleen een platte steen met haar naam erop. Op zonnige dagen sijpelt het licht net voldoende door het dichte gebladerte om de letters zichtbaar te maken. Meer is niet nodig, de eeuwigheid doet hier de rest.

Ze ligt er helemaal alleen. Zo moet ze het beslist hebben. Op veel cruciale momenten in haar leven stond ze er alleen voor, dus waarom hier niet?

Het graf is te vinden aan het begin van het bos dat vlak achter haar huis, Rungstedlund geheten, begint. Dat huis, een grote hereboerderij, ligt aan de kust boven Kopenhagen, tussen het water van de Sont en het bos. ’s Zomers ging ze, voor ze begon te schrijven, zwemmen in de Sont.

Er loopt nu een drukke verkeersweg langs haar huis, maar vroeger moet het er ronduit paradijselijk zijn geweest, zeker voor iemand die zo van de natuur hield als zij.

Hier bracht ze het grootste deel van haar leven door. Ze groeide er op en ze kwam er in 1931 terug, toen haar Afrikaanse avontuur mislukt was: huwelijk kapot, door echtgenoot besmet met ongeneeslijke syfilis, minnaar (Denys Finch-Hatton) verongelukt, plantage in Kenia failliet. Haar moeder ving haar liefderijk op en ze kreeg eindelijk de tijd om onder de naam Isak Dinesen (haar familienaam, Blixen was de naam van haar man) haar grote literaire gaven te ontplooien.

De wereldroem kwam vanaf 1937 snel, en terecht, met het autobiografische Out of Africa. Zíj had de Nobelprijs moeten krijgen, zei Ernest Hemingway toen hij in 1954 de zijne in ontvangst nam.

Sinds 1991 is er in haar huis een museum gevestigd. Jaarlijks komen er zo’n 35.000 bezoekers uit de hele wereld.

De verfilming van haar boek in 1985 door Sydney Pollack met Meryl Streep in de hoofdrol heeft haar reputatie een mythische glans gegeven. Zonder die film was het museum financieel niet haalbaar geweest.

Het is, hoe klein ook, een indrukwekkend museum, vooral dankzij de intimiteit ervan. De meeste kamers – eetkamer, woonkamer, werkkamer – zijn in de oude staat bewaard gebleven Ze mogen allemaal bekeken worden, alleen de slaapkamer waar zij stierf, is niet toegankelijk.

Overal staan voorwerpen die haar dierbaar zijn geweest. Haar oude Corona-schrijfmachine, de favoriete stoel van Finch-Hatton, de mechanische grammofoon die hij haar gaf, een prachtig ingelegde kist van haar bediende Farah, fraaie schilderijen van haar hand (ze had eigenlijk schilder willen worden).

In haar bibliotheek kan ik constateren dat zij onder haar tijdgenoten het meest van Truman Capote moet hebben gehouden: hij is met vijf boeken het best vertegenwoordigd.

Haar werkkamer is het hoogtepunt én eindpunt van de route. Je ziet haar zitten: achter de lessenaar aan het raam, uitkijkend op de Sont. Om haar heen ingelijste foto’s van Finch-Hatton en allerlei attributen uit Afrika.

Haar secretaresse heeft verteld dat ze elke avond hetzelfde ritueel volgde. Ze ging naar haar werkkamer, sloot de deur achter zich, bekeek de ingelijste plattegrond van haar Afrikaanse farm en een foto van Finch-Hatton en opende de deur naar het zuiden, naar Afrika. Pas daarna ging ze naar boven om te slapen.