Een courgette voor arme kinderen

De Amerikaanse Allison Sosa (24) is chef van een gaarkeuken in Washington. Haar droom is met voedsel de wereld veranderen. „Als je niet idealistisch bent, waarom zou je dan leven?”

De 24-jarige Amerikaanse Allison Sosa is trots op haar land, altijd geweest ook. "Ik kan zeggen wat ik wil, hand-in-hand lopen met mijn vriendin." (Foto Jim Lo Scalzo) Allison Sosna of DC Central Kitchen pictured in her bedroom in Columbia Heights, DC Scalzo, Jim Lo

Allison Sosa (24) buigt naar voren, over de tafel. „Voeding is alles”, zegt ze enthousiast, in een gaarkeuken in het centrum van Washington. Het is vijf minuten lopen van het Capitool, waar politici besluiten nemen over Amerika en de rest van de wereld. Maar vijf minuten lopen kan hier een wereld van verschil betekenen.

Om de hoek staan verslaafden, zonder uitzondering Afro-Amerikanen. Ze wachten tot de deur van één van de hulpinstellingen opengaat of zitten gewoon aan de kant van de weg; te slapen of te bedelen. „Toen ik hier de eerste keer rondliep, voor mijn sollicitatiegesprek, voelde ik me niet helemaal op m’n gemak”, zegt Allison, „nu ben ik er aan gewend”.

Allison is de baas in de keuken van DC Central Kitchen. Vijf maanden geleden werd ze aangenomen als hulpchef. In die tijd heeft ze het menu compleet op de schop genomen. De ingrediënten zijn van lokale boeren en seizoensgebonden. De gerechten zijn gezond en worden geleverd aan daklozen, minder bedeelden en kinderen van scholen in de armere buurten van de stad.

Het zijn juist die mensen die vaak ongezond eten. „Het is zo’n kick om die kinderen spruitjes te laten eten, of courgettes.” Haar uiteindelijke doel is: de wereld veranderen door voedsel. Elke dag denkt ze daar wel even heel bewust aan. „Dat klinkt stom en heel idealistisch, maar als je niet idealistisch bent, waarom zou je dan leven?”

Zo’n vijf jaar geleden studeerde Allison nog public relations, maar de wereld van marketing en verkopen vond ze onecht. Na haar afstuderen koos ze voor haar grote passie en begon in restaurants te werken. Daar kwam ze in aanraking met ecologisch verantwoord koken. Ingrediënten uit de omgeving en zonder bestrijdingsmiddelen. „Er kwam dan een huifkar lokale producten afleveren.”

Uiteindelijk ging ze aan de slag voor The Inn, één van de beste restaurants in Amerika. Maar de bedrijfswereld stond haar niet aan – en ze was geen eigen baas. De keuken bleek een afspiegeling van de samenleving. „Ik was de enige blanke vrouw. Latijns-Amerikaanse vrouwen maakten de toetjes en salades, de mannen deden het snelle, intensieve werk. De chefs en managers waren altijd blanke mannen.”

Dat moest anders en zo kwam ze terecht in haar huidige baan. De meeste van haar collega’s zijn ex-gedetineerden die via de gaarkeuken opgeleid worden tot ober of kok voor restaurants. „Zolang je maar honderd procent geeft, maakt het me niet uit waar je vandaan komt of wat je hebt gedaan..” Maar, geeft Allison glimlachend toe, in de keuken is ze „heel streng”.

Terwijl ze vertelt, zit ze geen moment stil. „Ik denk dat ik ADHD heb, ik ben ongeduldig.” En dus is ze alweer bezig met nieuwe plannen: wat wil ik doen als ik 40 ben? Wil ik een eigen restaurant? Hoe verander ik de wereld? „Misschien ga ik wel iets totaal anders doen.” Ze werkt nu aan een lijst met doelstellingen in het leven. Het zal de tweede worden, de eerste is al voor driekwart afgewerkt.

In haar grote plan om de wereld te veranderen door voeding voelt ze zich gesteund door het huidige politieke klimaat in Washington. De nieuwe regering ‘gets it’, en dan met name first lady Michelle Obama. Die werd afgelopen maanden vaak gefotografeerd terwijl ze met schoolkinderen zelf geteelde groenten uit de tuin van het Witte Huis haalde, of bij scholen langs ging om over het belang van gezond eten te praten.

Allison stemde voor Barack Obama de afgelopen verkiezingen, maar moet nog zien wat hij voor elkaar krijgt; hij heeft het niet makkelijk. Maar ze is wel weer trots op haar land: haar landgenoten accepteren nu de problemen en kiezen voor een nieuwe koers. Haar moeder stemde ook voor Obama, haar vader is overtuigd Republikein. Deed dat pijn? „Een beetje wel. Het doet pijn om te weten dat je vader stemt op een kandidaat die openlijk tegen het homohuwelijk is. Maar ik weet ook dat hij niet op McCain heeft gestemd wegens het homohuwelijk, maar wegens conservatieve economische principes.”

Maar ze is eigenlijk altijd trots geweest op haar land. Allison is lesbisch en in Amerika „kan ik zeggen wat ik wil. Ik kan voor mezelf opkomen als vrouw, hand-in-hand lopen met mijn vriendin, ik word niet gestenigd, ik hoef m’n gezicht niet te bedekken of me ten dienste te stellen van een man.” Maar ook dat is maar een deel van Amerika, geeft ze toe. Ze wil later trouwen, maar ze weet dat in de meeste staten de wet dit onmogelijk maakt. Rond haar twintigste had ze haar ‘coming out’. Het kostte haar ouders, die in New Jersey wonen, een jaar om het te accepteren, maar nu kan ze vrijuit over haar relaties praten. „Ze zijn trots op me.”

„Ik maak mijn droom waar. Ik ben elke ochtend blij dat ik weer naar m’n werk mag.” Is dat typisch Amerikaans? Misschien wel. In haar vorige baan werkte ze soms zeventig uur per week, nu ‘gewoon veertig’. Maar ze doet haar best om nu ook andere dingen te doen: fotografie, Spaans leren of reizen. Ze wil ook heel graag naar Amsterdam, het staat op haar lijst. „Daar kan je toch trouwen?”

Eerdere delen via aanklikbare kaart op nrc.nl/eigenleven