Conjunctuur heeft op Dolfinarium geen vat

3,9 miljoen Nederlanders brengen dit jaar hun zomervakantie in eigen land door, 100.000 meer dan vorig jaar. Waar gaan ze naar toe? Bijvoorbeeld naar het Dolfinarium Harderwijk.

„Recessie? Nee, daar merk ik nog niks van”, zegt Natascha Elbers, terwijl ze door een hek naar waggelende walrussen kijkt. Haar man zit met twee kinderen binnen op de tribune naar de show te kijken. Met een slapende baby in de kinderwagen is zij buiten het hek gebleven.

Elbers viert met het gezin vakantie in de caravan van haar schoonouders op de Veluwe en is een dagje naar het dolfinarium in Harderwijk gekomen. Het is niet de recessie die haar in Nederland houdt, maar met een negen maanden oude baby was dit een prettige optie. Ze heeft in Den Haag een eigen massagepraktijk, waar vooral mensen komen die fysiek zwaar werk doen. „Tuinders, kappers en verplegers”, vertelt ze. „Geen mensen met dik betaalde banen. Ook in de huidige omstandigheden blijven ze komen.”

Nu de vakanties in een deel van het land ten einde lopen concludeert het Dolfinarium dat 2009 tot dusver een gemiddeld jaar is, zegt een woordvoerder. Het Dolfinarium ondervindt geen nadelige gevolgen van de recessie, maar trekt ook geen profijt doordat meer mensen in eigen land op vakantie zouden gaan. Recessie of bloeiende economie lijkt eigenlijk niet uit maken voor het park. Uitschieters in bezoekersaantallen hebben vooral plaats als er een nieuwe attractie wordt geopend, zoals in 1997 het grote zeegebied waar men onder water de dieren kan bewonderen.

Wie Harderwijk binnenrijdt op weg naar het pretpark komt, de borden volgend, automatisch terecht op een parkeerplaats op het industrieterrein aan de haven. Een parkeerwachter geleidt de auto naar een plekje en staat gelijk klaar met een parkeerkaart à zes euro. „Maar waar is het dolfinarium?”, vraagt de bezoeker die nog nooit in Harderwijk is geweest. „Dan moet u daar naar links, langs de haven lopen tot de loopbrug en aan de andere kant van de haven uitkijken naar een blauwe koepel”, legt de parkeerwachter uit.

Het Dolfinarium zorgt in het hoogseizoen ook voor werk voor een gemeentelijke parkeerbrigade van 20 man. Het Dolfinarium heeft geen eigen parkeergelegenheid en dus maakt de gemeente van elk verlaten stuk grond een tijdelijke parkeerplaats, tot de grond weer wordt uitgegeven en elders plek wordt ingeruimd. De bruto omzet van de gemeentelijke parkeerdienst komt op 1,2 miljoen euro. Uiteindelijk moeten parkeergarages voor 2.200 auto’s, onderdeel van een totale renovatie van het havengebied, voor een definitieve oplossing gaan zorgen.

Het pretpark is in de loop der jaren uitgebreid met shows met zeeleeuwen, walrussen en zelfs een ondiep bassin waar kinderen een rog of schol over de rug kunnen aaien. Maar de de langste rij vormt zich vijf à zes keer per dag voor de show waar het allemaal om draait: dolfijnen die soepel door de lucht vliegen of met speels gemak een bal aantikken die hoog in de koepel van het dolfinarium hangt. Op hoogtijdagen kijken zo’n tweeduizend toeschouwers per show hun ogen uit.

Wat is er zo fascinerend aan dolfijnen? „Het is een levensvorm die geheel vreemd aan ons is, maar het zijn geen buitenaardse wezens”, zegt trainer Natasha Lund op een ochtend voor het begin van de shows. Het lijkt makkelijk, het werken met de dolfijnen. Één beweging met de hand en een dolfijn scheert door de lucht. „Maar ze doen niet altijd wat we willen”, zegt Lund. Als ze tijdens een show twee keer zonder succes een opdracht geeft, gaat ze verder met iets anders en krijgt de dolfijn een negatieve aantekening in zijn dagrapport.

Dat wil niet zeggen dat een dier straf krijgt. „Dolfijnen zijn sterker dan wij. We kunnen ze niet dwingen iets te doen dat ze niet willen. Soms trainen ze ons juist. Dwingen ze ons om een nieuwe, positieve aanpak te volgen. Het draait allemaal om plezier en positieve beloning. We kunnen geen IQ meten als bij mensen, maar het zijn slimme dieren.”

Eerdere afleveringen, met foto’s, op nrc.nl/vakantie