Wilders wil zo veel mogelijk risico's vermijden

Geert Wilders’ besluit om beperkt mee te doen aan de raadsverkiezingen is een strategische keus.

Met zijn besluit om bij de komende gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar maart mee te doen in slechts twee steden (Den Haag en Almere) kiest Geert Wilders voor zo veel mogelijk zekerheid en zo min mogelijk risico. De PVV-leider heeft in zijn electorale opmars één hoofddoel voor ogen: de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen, die op zijn laatst in mei 2011 worden gehouden. Wilders wil dan zijn opkomst in de peilingen verzilveren, tot nu toe een verdrievoudiging van de negen zetels van nu in het parlement. Daarnaast richt hij zich op de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2011, die belangrijk zijn omdat via de Staten getrapt de leden van de Eerste Kamer gekozen worden. „Wij willen straks klaar zijn om te regeren en dan moet je ook in de Eerste Kamer zitten”, aldus Wilders zaterdag tegen het persbureau ANP.

In de aanloop naar die gewenste regeermacht kan hij zich geen gedoe binnen zijn nog jonge partij veroorloven, een reëel risico als hij in vele gemeenten in het land betrouwbare kandidatenlijsten zou moeten samenstellen.

Los van de vraag of de PVV wel genoeg gekwalificeerde lokale politici kan vinden, loopt Wilders de kans dat er interne discussies ontstaan over PVV-standpunten. „We hebben onvoldoende mensen gevonden voor wie ik mijn hand in het vuur steek. Als je dan toch meedoet, loop je het risico dat je in je eigen voet schiet”, zei hij zaterdag.

Veel politieke partijen reageerden dit weekend kritisch, vooral omdat Wilders zijn groeiende electoraat niet de kans geeft op hem te stemmen. Politiek-strategisch gezien is zijn besluit begrijpelijk, vindt rechtsfilosoof en emeritus hoogleraar politieke theorie Herman van Gunsteren. Maar het is nu eenmaal moeilijk een razendsnel groeiende beweging politiek gezien „in de teugels” te houden, zegt hij: „Aan het begin van de rit zien de betrokkenen, bedwelmd door het succes, nog niet alle mogelijke onderwerpen voor conflict, of die nu ideologisch van aard zijn, of louter uit geldingsdrang en ijdelheid. Maar hoe meer mensen je erbij betrekt, hoe groter de kansen op fatale ongelukken.”

Ook politicoloog Philip van Praag vindt Wilders’ stap niet zo vreemd: „Hij wil controle houden.”

„Je weet nooit wat voor kandidaten je binnenhaalt. Bovendien zul je zien dat verschillende raadsleden in het land elkaar gaan tegenspreken. De media zullen daar opspringen en voor je het weet wordt het beeld bepaald door akkefietjes tussen PVV’ers”, aldus Van Praag.

Wilders probeert het risico op publicitaire schade te beperken. Tegelijkertijd weet hij met zijn beperkte deelname zich wél gegarandeerd van doorlopende publiciteit. De PVV-leider kan straks in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen gewoon een rol blijven spelen. En als zijn opmars ook in Den Haag en Almere verzilverd wordt, is hij de dag na de verkiezingen gegarandeerd nieuws op de voorpagina’s. Of, zoals hoogleraar politicologie Rinus van Schendelen zegt: „Met een grote overwinning in slechts twee gemeentes kan hij de politiek opnieuw een poepie laten ruiken.” 

Toch vindt Van Schendelen, die de beslissing van Wilders „rationeel” noemt, dat de voorman van de PVV ook een risico loopt met de door hem gekozen strategie: „Als je maar in twee gemeentes meedoet en niet, bijvoorbeeld, in Rotterdam, dan kunnen de media besluiten hun aandacht te richten op de strijd tussen de PvdA en Leefbaar Rotterdam. Hoe groot ook de overwinning in Almere of Den Haag, het kan óók zijn dat de voorpagina’s niet over hem gaan.”

Ook Herman van Gunsteren vraagt zich af of de beslissing van Wilders op de lange duur wel goed zal uitpakken: „Door zijn afwezigheid zou het besef wel eens kunnen doordringen dat Wilders alleen het debat aangaat, en de confrontatie zoekt, waar en wanneer hém dat uitkomt.”

Van Gunsteren heeft nog een bedenking: „Het is moeilijk een bestendige politieke kracht te worden als je die niet van onderaf opbouwt. Drees is niet voor niets begonnen als wethouder. Ik vraag me af of het op de lange termijn lukt zonder wortels in de samenleving.”

Het is een terugkomend kritiekpunt van de buitenwereld: de partijstructuur en organisatie van de PVV. Die is tot nu toe gecentreerd rond één persoon: Geert Wilders zelf. Hij is het enige lid, hij bepaalt de strategie en bij de instroom van nieuwe mensen in zijn beweging speelt hij een cruciale rol. Door zich alleen in Almere en Den Haag in te schrijven voor de gemeenteraadsverkiezingen (en dus ook niet in zijn voormalige woonplaats Venlo) lijkt de PVV-leider die controle overzichtelijk te willen houden.

Toch zal die strategie onvermijdelijk onder druk komen te staan: hoe groter de PVV wordt, hoe meer mensen erbij betrokken raken, hoe groter de kans op de roep om invloed van andere personen dan Wilders en hoe meer interne discussies. Niet voor niets onderstreepte Wilders zelf dit weekend nog eens geen „LPF-achtige toestanden en het risico op bedrijfsongevallen” te willen lopen.

Voor een andere toelichting was de PVV-leider niet bereikbaar. Opvallend, vindt Van Schendelen: „Begin van het weekend en dan alleen aan het ANP, het wijst erop dat hij aan deze beslissing zo min mogelijk ruchtbaarheid wil geven.”

Toch is Wilders’ weerwoord op alle kritiek niet zo moeilijk in te vullen. Meermalen heeft hij zijn tegenspelers uitdagend toegevoegd „te roepen wat ze willen roepen” en is hij een echt inhoudelijke discussie over structuur en toekomst van zijn beweging uit de weg gegaan. Voorlopig legt die strategie hem geen windeieren: in alle peilingen blijft de PVV tot vorige week een onverminderd hoge plaats bezetten.

Achtergronden over de PVV op nrc.nl/binnenland