Vousvoyeren

Wekelijks bezoek ik mijn stokoude moeder in het verpleeghuis. Ze is dement en herkent mij niet. De laatste tijd doet ze vijandig. Misprijzend bekijkt ze mij en vraagt: „Wie bent u eigenlijk?” Als ik mijn naam noem, haalt zij haar schouders op en negeert me. Ik weet dat ze het niet kan helpen, maar toch vind ik het vervelend.

Opeens bedenk ik dat ik mijn moeder tutoyeer. Dat zou ze vroeger van een onbekende nóóit hebben geaccepteerd. Ik besluit ‘u’ tegen haar te zeggen. Het is even wennen, maar mijn moeder reageert blij verrast: „Och, bent u mijn dochter? Hoe maakt u het?”