Voorbijrazende treinen, twee fotografen en zestien fans

In zowel het mannen- als vrouwentennis staan geen Nederlanders in de top-100. En afgaand op het niveau van de deelnemers aan de NK, gaat dat er voorlopig ook niet van komen.

De tweede baan op de Nederlandse kampioenschappen tennis outdoor in Den Bosch wordt ook wel ‘showcourt 1’ genoemd. Dat is te veel eer voor een tennisbaan zonder tribunes en ballenkinderen. „Zal ik even ballenmeisje zijn”, vraagt een vrouwelijke lijnrechter aan Roel Oostdam tijdens zijn halve finale tegen Jasper Smit. Oostdam, de nummer 1.135 van de wereld, begint de wedstrijd vervolgens met een dubbele fout. Met een harde wind, voorbijrazende treinen, slechts zestien toeschouwers en twee fotografen langs de baan is zijn matige start wel een beetje te begrijpen.

Het tafereel past bij de treurige staat waarin het Nederlandse toptennis verkeert. Ook de locatie van de nationale titelstrijd is treffend: op een paar minuten lopen van het stadion van FC Den Bosch, de voetbalclub die enkele jaren geleden degradeerde naar de eerste divisie. Zowel bij de vrouwen als de mannen staan geen Nederlanders in de tophonderd van de mondiale ranglijst en op Wimbledon stond niet één Nederlander in het hoofdtoernooi.

Blessures versterken de sombere tijden. Robin Haase tobt al een jaar met zijn rechterknie en Michaëlla Krajicek is de komende weken uitgeschakeld door een peesontsteking in haar pols. Lichtpuntje is Thiemo de Bakker. Zaterdag won hij het challengertoernooi in de Spaanse plaats Vigo door in de finale de Fransman Thierry Ascione in drie sets te verslaan (6-4, 4-6 en 6-2). De nieuwe nummer 169 van de wereld won twee weken geleden ook al een challenger in het Finse Tampere.

Bij de NK in Den Bosch, waar de grote namen ontbraken omdat er geen punten voor de wereldranglijst te verdienen zijn, liep een aantal jonge spelers rond die potentie hebben.

Vooral bij de vrouwen is er een „behoorlijk pelotonnetje”, zegt Hugo Ekker, bondscoach van Jong Oranje. De namen? Quirine Lemoine (17 jaar en 75ste op de wereldranglijst bij de junioren), Lesley Kerkhove (17 jaar en nummer 109 bij de junioren) en Kiki Bertens, 17 en 779ste bij de senioren. Ekker: „Ze moeten zich wel realiseren dat ze nog veel moeten doen.”

Maar de hoop bij de vrouwen is, naast Arantxa Rus, Richel Hogenkamp (17) uit Doetinchem. Haar spel oogt niet spectaculair, maar ze heeft een grote vechtersmentaliteit. Dat bleek ook zaterdag in de finale, die Hogenkamp won van titelverdedigster Marlot Meddens na een spannende wedstrijd (7-6, 3-6 en 7-5). In de eerste set kwam Hogenkamp met 4-1 achter in de tiebreak, maar ze pakte vervolgens zes punten achter elkaar. En in de beslissende set kwam ze met 4-0 voor, verloor vervolgens vijf games op rij maar won de partij alsnog.

Na afloop vertelt de nummer 13 bij de junioren met een rood hoofd dat ze alles stap voor stap doet. Zo wil de speelster eerst haar havo-diploma halen. Haar examen doet ze gespreid over twee jaar, de bedoeling is dat ze dat het komend jaar afrondt. 2009 is tot dusver een topjaar voor de tennisster, die van jongs af aan gecoacht wordt door Kees Oostrum en sinds twee jaar volledig begeleid wordt door de trainers van Jong Oranje. Deze zomer maakte ze haar debuut in het internationale vrouwencircuit. Ze won meteen twee kleine ITF-toernooien: Alkmaar en – als qualifier – het Belgische Rebecq. En ze was finalist bij het Europees kampioenschap voor speelsters tot achttien jaar.

Bij de mannen, waar Jasper Smit gisteren Nederlands kampioen werd door Bart de Gier in vijf sets te verslaan, is er aanmerkelijk minder talentvolle jeugd. Vaak genoemd wordt de 17-jarige Justin Eleveld, 79ste bij de junioren. Ook de 16-jarige Jannick Lupescu (nummer 118 bij de junioren) „doet het goed”, aldus Ekker. En Thomas Schoorel (20), nummer 590 bij de senioren, is „een jongen met mogelijkheden”.

De bondscoach verklaart het gebrek aan talent onder meer door het feit dat tennis in Nederland als een recreatieve sport wordt gezien. „Het moet hier vooral leuk zijn, het wordt niet opgevat als topsport. Maar het gaat erom dat als het niet loopt, je toch nog weet te winnen.” In de landen van het voormalige Oostblok is het een heel ander verhaal, weet ook Ekker. „De drive om daar wat te doen is heel groot. Als een jongetje er begint met tennissen, wil hij geld verdienen met zijn sport.”

Op zijn tennisschool trainde Henk van Hulst oud-topspelers als Sjeng Schalken, Paul Haarhuis, Jacco Eltingh en John van Lottum. Van Hulst geeft aan dat er nog wel talent is. „Maar we hebben de tijd niet mee. Tennissers zijn verwend.” De beroepsernst ontbreekt, vindt de coach. „Ze hebben er niet alles voor over.”