Verbeek, Lotte

De publieke omroepen zenden vanaf deze week zes theaterstukken uit.

Het theaterpubliek zal zo hopelijk vertienvoudigen.

Hoor toch eens hoe u tekeergaat! zegt de joodse bankier Shylock tegen de Venetiaanse handelaar die hem altijd vernedert, maar die nu geld van hem wil lenen. „Ik wilde uw vriend zijn en uw liefde krijgen, de smaad vergeten waarmee u mij bevuilt.”

Pierre Bokma speelt Shylock als een zenuwachtig, eenzaam mannetje dat in zichzelf gekeerd over het podium scharrelt. We zien op zijn getergde gezicht vrolijkheid: om de ironie dat Shylocks vijand nu hulp van hem vraagt. En een glimp van blije hoop; zou de joodse outcast dan toch geaccepteerd worden door de gemeenschap? Als de handelaar zijn uitgestoken hand weigert, zien we de ontgoocheling. Toch weer teruggetrapt. En we zien de kiem van zijn wraakzucht, die hem later het onderpand van één pond vlees zal doen opeisen, uit de hartstreek van de handelaar.

Alleen deze paar close-ups van Bokma’s gezicht maken de televisieregistratie van het toneelstuk De koopman van Venetië door de Theatercompagnie al de moeite waard. De schlemielige manier waarop Bokma de bankier speelt, komt op televisie nog beter over dan in het theater. Voor de schouwburg was zijn spel iets te subtiel. Op televisie kun je precies iedere rimpel rond zijn ogen en zijn mond zien.

De komedie van William Shakespeare, over buitensluiting in een door geld geregeerde wereld, is het hoogtepunt uit de reeks van zes toneelstukken die vanaf deze week iedere vrijdag om tien voor elf op Nederland 2 wordt uitgezonden. Het Nederlandse theater is lang afwezig geweest op televisie. Nu gaan drie publieke omroepen, AVRO, VPRO en NPS, samen hoogtepunten uit twee jaar theater uitzenden.

Theater kan geweldig zijn, een belevenis, maar wel een belevenis die veel mensen ontgaat. ‘Toneel op 2’ kan een zendelingenfunctie vervullen: als honderdduizend mensen per keer gaan kijken, zoals de initiatiefnemers hopen, vertienvoudigen de toneelgezelschappen in één klap hun publiek. Toneel wordt weer zichtbaar buiten de muren van de schouwburg. Bovendien conserveert de tv zo erfgoed dat anders verloren zou gaan. Van de dertig jaar die Bokma op toneel doorbracht, bestaan verder geen tv-registraties.

De selectiecommissie koos vooral voor klassiek repertoire in de schouwburg: twee Shakespeares, een Horváth en een Heijermans. Daarnaast twee nieuwe stukken: Blackface, als vertegenwoordiger van het muziektheater, en Geslacht, als voorbeeld van nieuw Nederlands repertoire. Opvallend is dat de keuze ook viel op minder geslaagde stukken. Alleen Op hoop van zegen werd na de première alom goed ontvangen. De kritieken van Het temmen van de feeks, De koopman van Venetië en Blackface waren wisselvallig. De ontvangst van Kasimir en Karoline en Geslacht was ronduit slecht. Vooral de keuze voor dit laatste stuk is vreemd, nota bene als opener van de serie. Al moet wel gezegd worden dat Geslacht veel beter is op tv.

Vroeger was toneel op televisie heel gewoon. Vanaf het begin werd film, en later televisie, gebruikt om toneel vast te leggen. In Nederland had je zelfs een vaste toneelavond op tv. Op 17 december 1981 was op televisie een registratie van het toneelstuk Op hoop van zegen te zien. Op het andere net was tegelijkertijd een registratie te zien van Freek de Jonges eerste soloshow. Wat een weelde! Wat een planning! (De netmanager bestond nog niet.) Bij ons thuis werd een kleine strijd gevoerd over wat we zouden kijken. Ik wilde Freek de Jonge, maar Herman Heijermans won. Zodat ik mijn eerste toneelstuk zag; en meteen een van mijn favoriete.

Daarna is toneeltelevisie in het slop geraakt. Toneel raakte in de jaren tachtig het grote publiek kwijt, en verloor dus ook zijn televisiepubliek. Kijkcijfers werden bij de televisie belangrijker. De toneel- en de televisiewereld dreven uit elkaar. De een ging meer de intellectuele kant op, de ander de populistische. Alleen cabaret, de kluchten van John Lanting, en de shows van André van Duin en de Mounties werden nog uitgezonden.

Nu de nieuwe serie begint, is de scepsis groot, aanvankelijk ook bij mij. Theater zou zoveel verliezen bij een registratie. Acteurs in een schouwburg spelen en spreken groot, om ook de achterste rijen te bereiken. Op tv en film moet je alles juist klein houden. De vertekening is groot: alles wat in het theater klein is – gezichten – wordt groot op tv. En wat groot is in het theater – het decor – wordt klein op tv. De concentratie die je opbrengt in een theater, kun je thuis voor de tv niet opbrengen. Het is allemaal een beetje waar. Maar dat geldt ook voor tv-registraties van cabaret, opera, concerten. Geen reden om ze niet te maken. Al gaat 90 procent van de grootsheid van Theo Maassen verloren op televisie, toch zal niemand ervoor pleiten zijn shows maar niet vast te leggen. Een voetbalwedstrijd is in het echt trouwens ook veel spannender.