Uitstoot CO2 daalt in China na 2050

De uitstoot CO2 zal in China zal vanaf 2050 gaan dalen. Dat heeft Su Wei, die verantwoordelijk is voor klimaatverandering bij de Chinese Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming, dit weekeinde gezegd in een gesprek van de Britse krant Financial Times. Niet eerder noemde China een datum waarop een einde moet komen aan de stijging van de hoeveelheid broeikasgassen. China neemt weliswaar maatregelen tegen klimaatveranderingen maar weigert om verplichtingen op zit te nemen, ondanks druk van het Westen om dat wel te doen.

China is inmiddels de Verenigde Staten gepasseerd als de grootste ‘klimaatvervuiler’, maar geldt als een ontwikkelingsland. Daarom is het land in het huidige klimaatverdrag, het Kyoto-protocol dat in 2012 afloopt, vrijgesteld van verplichtingen om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering.

Westerse landen willen dat China in het nieuwe klimaatverdrag, dat in december in Kopenhagen gesloten moet worden, wel reductiedoelen stelt. Maar volgens Su Wei blijft bestrijding van de armoede China’s eerste prioriteit. Het terugdringen van de hoeveelheid CO2 is ondergeschikt aan een snelle economische groei.

Toch is China volgens Su Wei wel bereid tot compromissen: „China zal zijn emissies niet ongelimiteerd laten stijgen”. In een recent advies aan de Chinese regering wordt voorgesteld om vanaf 2020 geleidelijk een einde te maken aan de stijging van CO2-emissies, met een piek in 2030. De Chinese regering houdt bovendien niet langer vast aan het standpunt dat alle landen het recht hebben op dezelfde de uitstoot van CO2 per hoofd van de bevolking. „Als we dat zouden doen, zou de aarde geruïneerd worden”, aldus Su Wei in de Financial Times.

Tijdens klimaatonderhandelingen in Bonn, ter voorbereiding van de conferentie in Kopenhagen, riep China vorige week rijke landen op om hun beloftes waar te maken. „Het is geen liefdadigheid van de rijke landen om ontwikkelingslanden financieel en technologisch te steunen”, zei de Chinese onderhandelaar Yu Qingtai in Bonn. „Het is hun historische verantwoordelijkheid.”