Patiënten moeten ook eten

Toen vorig jaar bleek dat onze vriend P. een tumor in zijn darmen had, schrok iedereen natuurlijk vreselijk. Maar de berichten waren, voor zover mogelijk, geruststellend: de tumor zat op een goed bereikbare plaats en zou zonder veel problemen verwijderd kunnen worden. Dat gebeurde en dat ging inderdaad goed.

Maar toen bleken er uitzaaiingen te zijn. En dus viel het woord waar iedereen wat angstig voor is: chemotherapie. Je ziet wel vaker dat kankerpatiënten enorm veel moed en opgewektheid bijeen weten te brengen, net of zo’n diagnose alles mobiliseert wat iemand aan hoop, optimisme en positieve vechtlust te bieden heeft.

P. ging dan ook zonder morren de chemotherapie aan, en beweerde dat hij het hoe dan ook vol zou houden, al kreeg hij te horen dat ongeveer de helft van de patiënten daar niet in slaagt - te zwaar, te ellendig.
We weten allemaal dat mensen die chemo krijgen er ellendig uit gaan zien. Grauw, mager, moe, vaak ook kaal. P. was ook erg moe van de behandelingen. En soms zag hij grauw. Maar heel erg mager werd hij niet.
Dat kwam door zijn vriendin D. Zij zorgde steeds voor voedzaam eten en maakte aldoor dingen klaar die P. ondanks zijn toestandwel lustte.

Zo kon P. na een behandeling dagenlang in het geheel geen koud eten verdragen, zodat het plakje leverworst waar hij onweerstaanbare trek in had toch niet naar binnen ging.
Toen ik het boek Gezond eten rond chemotherapie van José van Mil in handen kreeg, dacht ik uiteraard niet meteen: Hè ja, leuk. Je bent geneigd om zoiets opzij te leggen en te denken: dat gaat niet over eten, dat gaat over ziekte, dat is iets heel anders. Maar omdat ik aan P. dacht las ik het toch.

José van Mil is voedingsdeskundige en toen haar man Paul een tumor in zijn nek bleek te hebben en bestralingen en vervolgens verschillende chemokuren moest ondergaan, deed zij wat ze kon om te zorgen dat hij toch goed bleef eten. Dat lukte niet door alleen maar uitgebalanceerde maaltijden te maken. Ze moest rekening houden met de problemen die chemotherapie en bestraling veroorzaken: geen trek, droge keel, pijn in de mond, slikproblemen, overgevoeligheid voor temperatuur, misselijkheid, spijsverteringsproblemen.

Soms had haar man echt geen zin, of kon maar een paar hapjes op, maar gemiddeld at hij heel behoorlijk en bleef hij, net als onze vriend P., behoorlijk doorvoed, wat het herstellen van de aanslag die chemotherapie nu eenmaal is, ten goede kwam.

Van haar ervaringen, aangevuld met de kennis en de ervaringen van een radioloog en onderzoekspsycholoog van het University College Hospital in Londen maakte Van Mil dit boek. Ze ging, behalve van ‘gezond’ vooral uit van de structuur van het eten: luchtig, smeuïg, zacht met beet, vloeibaar, krokant en stevig. Daarnaast varieerde ze in smaken, van mild en zacht en zoet, tot uitgesproken. Sommige gerechten zijn niet alleen voor de patiënt maar ook voor zijn of haar partner aantrekkelijk. De porties zijn altijd klein.

Hartige frambozengazpacho

  • ½ komkommer
  • ½ sjalotje
  • ½ teentje knoflook
  • ½ sneetje volkorenbrood
  • 5 el olijfolie
  • 1-2 tl frambozenazijn
  • 150 g frambozen
  • ½ el. frambozensiroop

Schil de komkommer, snijd het brood zonder de korsten in blokjes. Pureer alle ingrediënten, op een paar frambozen ter garnering na, in de keukenmachine of met de staafmixer.

Voeg een paar eetlepels water toe en maak op smaak met peper en zout. Wie wil doet er een scheutje tabasco in.