Overheid maakt zich schuldig aan censuur

De media moeten zich beraden of ze de Mediacode nog wel willen accepteren. Er zijn te veel bezwaren, zegt Egbert Dommering.

Het kroonprinselijk paar voerde vorige week een kort geding tegen persbureau AP omdat dat bureau foto’s in Nederland verspreidde van de wintersportvakantie van de familie, begin deze maand in Argentinnië. De familie was daar omgeven door Nederlandse veiligheidsbeambten en mensen van de federale Argentijnse politie van Bariloche. De foto’s zijn met telelens rond de piste door persfotografen genomen en ruim twintig daarvan zijn te vinden op Argentijnse sites zoals www.reinamaxima.com.

Sommige Nederlandse kranten hebben van deze foto’s enige onschuldige pistefoto’s gepubliceerd. Zij hadden dat nog niet gedaan of zij ontvingen van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) een aanmaning dat de publicatie in strijd was met de Mediacode die de RVD op 21 juni 2005 heeft afgekondigd. En jawel, deze bladen hebben onmiddellijk beterschap beloofd. De Nederlandse pers houdt zich namelijk massaal aan deze code, maar het buitenlandse AP heeft laten weten aan die code geen boodschap te hebben.

In de code staat dat de RVD ‘mediamomenten’ organiseert, waarin de leden van het Koninklijk huis in gezinsomstandigheden kunnen worden gefotografeerd. Het laatste ‘mediamoment’ was op het strand in Scheveningen in juli van dit jaar. Het waren strandfoto’s om het begin van de zomervakantie in te luiden. Kort daarna vertrok de familie naar de Argentijnse wintersport. Foto’s van deze mediamomenten rond het gezin mogen vrijelijk worden gebruikt. Verder mogen alleen ‘vrije’ foto’s worden genomen van officiële gebeurtenissen. Niet naleving van de code kan betekenen dat de ‘overtreder’ niet alleen in rechte wordt aangepakt (zoals nu AP), maar ook dat het betrokken medium voortaan van de aanwezigheid van het door de RVD georganiseerde mediamoment wordt uitgesloten.

Tegen het bestaan van deze code en de naleving daarvan door de Nederlandse pers bestaan volgens mij drie principiële bezwaren.

De code verschuift de beslissing of iets nieuws is van de pers naar een overheidsinstantie (de RVD). De achtergrond van deze code is het te billijken streven dat de leden van het Koninklijk Huis niet voortdurend in hun privéleven door fotografen worden lastiggevallen. Die bescherming kunnen de leden van het Koninklijk Huis ontlenen aan het Nederlandse en Europese privacyrecht. De code is dus overbodig.

De RVD meent echter aan de code het recht te ontlenen te bepalen dat elke privégebeurtenis in de openbare ruimte verboden privacy is en geen nieuws. Nu houdt het recht op privacy niet op bij de openbare ruimte, maar het feit van de wintersportvakantie van de kroonprinselijke familie midden in de zomer in Argentinië is een nieuwsfeit en geen privégebeurtenis. Het is nu eenmaal geen ‘gewone’ familie en aan een wintersportvakantie in Argentinië zitten allerlei aspecten, zoals de veiligheid, die het verschil kunnen uitmaken.

Dat de RVD zich hier het recht aanmatigt vast te stellen wat nieuws is, laat zich illustreren aan dit geval. In haar communicatie met de pers heeft zij gezegd dat zij het wel een nieuwsfeit zou hebben gevonden als de kroonprins een ongeluk met een sneeuwscooter zou hebben gehad. Dit is voor het publiek onbegrijpelijk nieuws als het de prins net nog op een strandfoto met zijn gezin heeft zien staan. Het eigenlijke nieuwsfeit is dus die vakantie, maar dat feit moet volgens de RVD in beeld geheim worden gehouden.

De code bevordert door de grondwet verboden censuur. Het effect van de code is dat media ervan afzien om buiten de mediamomenten nieuws over het privéleven te garen en/of te publiceren. Zij doen dat omdat zij de sanctie van de uitsluiting van aanwezigheid bij mediamomenten vrezen. Deze zaak is een goede illustratie.

Het kort geding zelf was ook weer een nieuwsfeit. Alle media hebben er in de aanloop naar dat geding over bericht, maar geen enkel medium durfde de foto’s waar het om gaat te plaatsen. De NOS die dat wel deed in de berichtgeving over het geding zelf, werd daarmee weer nieuws en kreeg onmiddellijk een uitbrander van de RVD. Zo wordt de Nederlandse consument opgezadeld met berichtgeving over verboden wintersportfoto’s met daarnaast door de RVD goedgekeurde strandfoto’s.

De code speelt een ongewenste rol bij de discussie over de rechtmatigheid van het optreden van de pers. De RVD maakt er in de rechtszaal een punt van dat het gedaagde medium door bij een RVD mediamoment te verschijnen de code heeft onderschreven. Maar er bestaat helemaal geen contract van die strekking tussen de RVD en de media. De RVD dwingt de feitelijke naleving af met de sanctie van uitsluiting van mediamomenten in de toekomst. Dat is geen contract maar misbruik van een overheidsmonopolie, omdat de overheid als enige kan bepalen wie toegang krijgt tot de mediamomenten.

Deze zaak is een goede aanleiding voor de Nederlandse pers zich te beraden over haar opstelling ten opzichte van de Mediacode van de RVD. Ik dacht dat we de tijd achter ons hadden liggen dat we uit de buitenlandse pers het nieuws over het Koninklijk Huis moesten vernemen.

Egbert Dommering is hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.