Na G.I. Joe werpt Hollywood zich op Monopoly

De succesvolle verfilmingen van Transformers en G.I. Joe zorgen ervoor dat Hollywood geen genoeg van speelgoed kan krijgen.

Coen van Zwol

Lego: the Movie. Het kon niet uitblijven: vorige week kondigde Warner Bros een avonturenfilm aan die zich afspeelt in Legoland. Na een jaar overleg kwam de studio tot een akkoord met de Deense speelgoedmaker, die volgens Variety vreesde voor fundamentele Legowaarden: „een fun factor, creativiteit en fantasie zonder grenzen”.

Hollywood is in de greep van het speelgoed. Na vele honderden films op basis van computergames of strips zijn klassiek speelgoed en bordspelen aan de beurt. De trend begon in 2007 met de surprisehit Transformers, over buitenaardse vechtrobots die zichzelf omvouwen tot auto, boot of vliegtuig. De film was wereldwijd goed voor 708 miljoen dollar. Het vervolg, Transformers: Revenge of the Fallen, is met 820 miljoen dollar nu al de zomerhit van 2009, ondanks critici die de film als een slaapverwekkende sloop- en uitdeukoperatie afserveerden. Afgelopen week opende een tweede speelgoedfilm, G.I. Joe: The Rise of the Cobra, met 164 miljoen dollar veelbelovend.

Beide films zijn gebaseerd op actiefiguren van speelgoedfabrikant Hasbro. Transformers waren een rage in de jaren tachtig, toen de vouwrobots in menig jongenskamer de vloer aanveegden met de kwaadaardige Decepticons. Er was ook een animatieserie. En een speelfilm. G.I. Joe is ouder: hij kwam in 1964 op de markt als masculien antwoord op Barbie en beleefde, na een pacifistische dip, in de jaren tachtig een comeback als spil van een commandoteam dat het misdaadsyndicaat Cobra te lijf ging.

Hollywood is van oudsher op zoek naar ‘content’ met naamsbekendheid en een betrouwbare achterban. Verfilming van toneelstukken, boeken, videogames of strips vergen enorme investeringen: dan is het fijn te weten dat een aantal fans hoe dan ook komt kijken. En speelgoed, zo stelde Hasbro-manager Bennet Schneir vorige week, is extra aantrekkelijk door de emotionele connectie. Vaders die ooit met Transformertjes prutsten gaan nu naar de film uit nostalgie en slepen hun zoontjes mee. Gevolg: nieuwe speelgoedlijnen, films, games en beddenspreien.

Vanuit die gedachte zijn zelfs stokoude videogames aantrekkelijk voor de filmindustrie. Astroids, waarin een ruimteschip aanstormende brokken steen uiteen schiet, was recent het middelpunt van een kleine biedoorlog tussen Amerikaanse filmstudio’s. En bij Dreamworks peinzen ze zelfs over een film rond de View Master, het uit 1939 stammende 3-D kijkapparaatje met diaschijfjes.

Substantiëler is het zesjarige partnerschap dat speelgoedfabrikant Hasbro met filmstudio Universal sloot om minimaal vier films te maken over de bordspelen Monopoly, Zeeslag, Ouija, Candy Land en Cluedo of het rekbare gummikereltje Stretch Amstrong. Niet de minste namen verbinden zich aan dit project: regisseur Ridley Scott (Blade Runner, Gladiator) wil een familiekomedie op basis van Monopoly maken; Peter Berg (Hancock) ontwikkelt Zeeslag en Gore Verbinski Cluedo. Dat moordmysteriespel werd in 1985 al verfilmd en flopte, maar Verbinski, die eerder Disneylandattractie Pirates of the Carribean in drie filmhits omzette, weet er wellicht beter raad mee.

De run op speelgoed en bordspelen duidt op luiheid, ideeënarmoede of zelfs wanhoop. Mediacommentator John Ridley ziet het als een reactie op de mislukking van films over computergames. Tot voor kort hoopte Hollywood dat daar veilig geld lag: jongemannen die wekenlang een spel op hun console spelen, kopen daarna toch zeker ook een bioscoopkaartje? Dat blijkt tegen te vallen: na een serie flops en matige successen (Doom, Mortal Kombat, Resident Evil, Tomb Raider) heeft Hollywood zijn bekomst van games. Ridley: „De consensus is niet dat de tot dusver gemaakte computergamefilms waardeloos zijn, maar dat games te complex zijn voor een groot publiek.” Het uitgangspunt moet nog simpeler, de emotionele klik nog sterker: speelgoed dus. En het succes van Transformers en G.I. Joe bevestigt die filosofie. Van hun kwaliteit moeten die films het althans niet hebben.

Een andere factor wordt minder genoemd: de dreigende schaarste aan superhelden. Batman, Spiderman, de Hulk en de X-Men garandeerden de afgelopen jaren hoge recettes, maar de catalogus van de stripfabrieken Marvel en DC Comics is inmiddels leeg gegraasd. Wat rest zijn derderangs-helden als The Green Hornet of Thor. Dat zo’n obscure superheld een filmhit kan opleveren, bewees vorig jaar Iron Man. Maar dat is een gok, en Hollywood houdt niet van gokken. Dan liever geld inzetten op vouwrobots of lego.