Mythejagers

Het Olympiastadion in Berlijn, waar Usain Bolt gisteravond lachend de 100 meter in een nu al mythische 9.58 heeft gelopen, is het meest beladen stadion van de wereld. In Mexico City staat er sinds de black power van 1968 ook zo’n stadion. In München en Moskou hebben terrorisme en boycot in 1972 en 1980 hun stempel eveneens op hun stadion gedrukt. Maar Berlijn spant de kroon.

Het Olympiastadion is door de Spelen van 1936 verbonden met Adolf Hitler, met de Nederlandse hardloper en latere NSB’er Tinus Osendarp die in Berlijn brons won op de 100 meter achter de zwarte Jesse Owens, die op zijn beurt geen toelichting behoeft.

Hoewel? Conform de gangbare mythe zette Owens de Führer zo op zijn nummer dat Hitler hem geen hand wilde geven. Zaterdag schreef Henk Stouwdam in deze krant dat, als deze handweigering al waar is, Owens zich er amper om bekommerde. Dat president Roosevelt hem niet feliciteerde, stak hem meer. Was Roosevelt een racist of was de kreupele president gewoon jaloers? Hoe dan ook. De mythe dat Owens in Berlijn een politieke slag sloeg tegen de nazi’s ligt toch een slag ingewikkelder.

Twintig jaar geleden voltrok zich in het Olympiastadion een ander wonder. Het speelde zich af op zaterdag 11 november 1989. De pr-functionaris van de communistische SED, afgedankt door Gorbatsjov en belegerd door het volk, had 9 november om 18.57 uur live voor de tv verklaard dat de burgers van de Deutsche Demokratische Republik (DDR) „sofort, unverzüglich” naar de Bondsrepubliek mochten reizen. Dat was een invitatie die geen uitstel duldde. In enkele uren was de Berlijnse Muur geschiedenis.

Anderhalve dag later stond een wedstrijd van Hertha BSC tegen SG Wattenscheid op de rol. Voor een potje in de tweede liga. Berlijn was en is geen voetbalstad. Om de week was het Olympiastadion dan ook leeg. Voor het oog leger dan leeg, want het stadion, dat er in 1989 nog van onder tot boven nationaal-socialistisch uitzag, bood plaats aan 100.000 mensen.

Maar wat gebeurde er die zaterdag? Het stadion zat vol. Het was alsof alle liefhebbers uit Oost-Berlijn hun kans schoon zagen om Dynamo Berlin, de club van Ministerium für Staatssicherheit (Stasi), op zijn nummer te zetten.

Maar toch heeft deze dag slechts recht op een halve mythe, blijkt uit de geschiedeniskroniek van Hertha. De club had, vóór de val van de Muur, 30.000 kaartjes van 5 tot 20 DMark verspreid via de autodealers van Berlijn, in de hoop wat publiek te trekken. Nadat de Muur was geslecht, besloot de club 10.000 vrijkaartjes beschikbaar te stellen voor die burgers die een Ausweis van de DDR konden tonen. Het bleek net zo’n succesvolle uitnodiging als die woorden ‘sofort’ anderhalf etmaal eerder. Van heinde en ver meldden de fans zich bij de hekken. Hertha nam een besluit: iedereen met een identiteitsbewijs van de ‘arbeiders en boerenstaat’ werd toegelaten. Binnen werden ze door de speaker bijna stuk voor stuk welkom geheten, al de fans uit Pankow, Treptow-Köpenick en de andere districten.

De jongens van Hertha waren zo overdonderd dat ze vlak voor rust achterkwamen. Pas in de 64ste minuut maakt de thuisclub gelijk. Ruim zestigduizend Berlijners uit Oost en West ontploften.

Sport en politiek kwamen zo in gunstige harmonie samen. Dat gebeurt zelden. En dat rechtvaardigt alleen al een mythe, al is die half.

Volgende week is Wilfried de Jong terug van vakantie.