Koken doe je zo

Daar sta je dan. Ja, jij daar, eerstejaarsstudent. Gisteren door papa en mama verhuisd naar de grote stad, het bed waarin je sinds je twaalfde hebt geslapen, die oude stoel van oma en je computer in dat vreemde zolderkamertje dat eigenlijk wel een likje verf zou kunnen gebruiken, maar daar kwam het deze zomer door al die feestjes even niet van. Vrijheid. Dat telt. Eindelijk op jezelf.

Koken? Daar heb je nog niet echt over nagedacht. Je kan heus wel een eitje bakken (nee, niet zoals die ene student die een heel ei in een koekenpan legde en wachtte tot ie gaar werd), en jouw pasta met pesto en room en pijnboompitjes is, al zeg je het zelf, vet lekker. Voor de vitamientjes zijn er zakken sla en pillen. Hoe moeilijk kan het zijn?

Je hebt helemaal gelijk, sjaars. Hoe moeilijk is koken nu helemaal? Niet, zou ik zeggen. Het is zelfs hartstikke simpel. Maar dan moet je wel je klassiekers kennen. Daarom de komende weken, voor iedereen die het niet van z’n ouders heeft geleerd, een basiscursus koken.

We starten met het koken van aardappelen. Niks duh. Over aardappelen koken moet je niet te licht denken. Bovendien, als je goed aardappelen kunt koken, kun je vervolgens goede gebakken aardappelen maken, goede aardappelpuree of een goede aardappelsalade. En als je dat eenmaal kunt, kun je eigenlijk alles op aardappelgebied.

Er zijn vele aardappelrassen, maar grofweg kun je ze onderscheiden in kruimige en vastkokende aardappelen. Ga ervan uit dat kruimige aardappelen geschikt zijn voor koken en puree, en vastkokende voor koken, bakken en salade. Vandaag de kruimige aardappel. Morgen de vaste.

per persoon:

250 gram kruimige aardappelen

extra:

een klont roomboter

een paar blaadjes verse munt

Schil de aardappelen met een dunschiller. Steek met een mesje donkere plekjes weg. Snijd de aardappelen in even grote stukken (zodat ze gelijkmatig garen). Was ze onder stromend water.

Doe de aardappelen in een pan met zoveel water dat ze tot de helft onder staan. Voeg een snuf zout (een greepje tussen je duim, wijs- en middelvinger) toe, leg een deksel op de pan en zet hem op hoog vuur.

Zodra het water kookt, draai je het vuur laag. Begin na 20 minuten te controleren op gaarheid. Steek de punt van een mesje in een aardappel; hij moet er soepeltjes doorglijden, zonder dat de aardappel in tweeën breekt (dan is ie te gaar – niks aan te doen, volgende keer beter).

Giet het overtollige kookwater af (door het deksel schuin op de pan te klemmen). Zet de aardappelpan een half minuutje terug op laag vuur. Schud de aardappelen daarbij om, zodat ze uitdampen.

Als je wilt, kun je er nog een klont boter en wat fijngesneden verse kruiden doorschudden.

Hoe of van wie heb jij leren koken? Vertel erover op nrcnext.nl/kokenetc . Op nrc.tv maakt Janneke saté kambing.