Jongeren moeten meer gaan bloggen

Twintigers hebben weinig interesse om zelf te gaan bloggen.

Jammer, want weblogs zijn een invloedrijk verlengstuk van de democratie.

Eind maart 2009 bleek uit een onderzoek van mediabureau Ecreation dat de meerderheid van jongeren tussen de twintig en dertig jaar liever communiceert via msn en mobiele telefoon dan door gebruik van Twitter of weblogs. De enige internetdienst waarvan zij in meerderheid gebruikmaken is Hyves, waar men vooral foto’s en virtuele vriendschappen deelt. Dergelijke onderzoeken duiken elk jaar op en elk jaar is de uitkomst hetzelfde: de generatie twintigers lijkt maar weinig op te hebben met weblogs of Twitter.

In oktober 2008 publiceerde het weblog DeNieuweReporter een overzicht van de bekendste en invloedrijkste Nederlandse weblogs. Naast GeenStijl.nl zijn dat een stuk of dertig weblogs met namen als Sargasso, HoeiBoei, Retecool, FrontaalNaakt en HetVrijeVolk. Met in totaal vijftig inhoudelijke weblogs is de hele Nederlandse blogosphere wel zo’n beetje in kaart te brengen. De weinig verrassende conclusie van DeNieuweReporter was dan ook dat de Nederlandse bloggerswereld stagneert. De bekende weblogs die er zijn verliezen weliswaar geen bestaansrecht, maar er komen nauwelijks nieuwe weblogs bij. Bloggen blijkt nog altijd een veredelde hobby te zijn voor een klein clubje internetliefhebbers in de marge van de journalistiek.

De uitkomsten van beide onderzoeken zijn ronduit zorgwekkend te noemen. Het feit dat een complete generatie kennelijk weinig interesse heeft in ‘hun’ medium moet de wenkbrauwen van menig politicus of opiniemaker toch doen fronsen. Weten die twintigers eigenlijk wel welk uniek en haast grenzeloos medium er als onontgonnen landbouwgrond op ze ligt te wachten? En veel erger: hebben ze enig idee welke waarde zij met internet kunnen toevoegen aan de cultuur en daarmee aan hun eigen toekomst en geschiedenis kunnen verrijken?

Natuurlijk, ze gebruiken internet om hun profieltjes op Hyves bij te werken. Bovendien chatten en cammen ze dat het een lieve lust is en weten ze heus allemaal de weg naar Dumpert en GeenStijl te vinden. Wellicht dat enkelen ook nog actief participeren in een forum of als al dan niet anonieme ‘reaguurder’. Maar van de waarde die weblogs en internetjournalistiek kunnen creëren in een snel veranderend medialandschap hebben ze klaarblijkelijk geen enkele notie. De journalistiekstudenten van nu lopen nog altijd liever stage bij een glossy of ‘kwaliteitskrant’ dan bij Nu.nl of een webredactie, ook al bieden eerstgenoemden niet per se ruime perspectieven op de arbeidsmarkt.

Niet dat er met deze belangstelling voor oude media iets mis is, maar het illustreert wel het gebrek aan optimisme over dat nieuwe medium. Nooit eerder was er zoveel ruimte en mogelijkheid voor zelfontwikkeling, -ontplooiing en inspraak als met de komst van het internet en de opkomst van de weblogcultuur.

Daar valt tegenin te brengen dat internet voor een groot gedeelte een open riool is waarvan de stank eigenlijk nauwelijks te harden is. Hele hordes ratten, kakkerlakken en naamloze dwazen vervuilen het net met hun doorgaans dwaze samenzweringstheorieën en anonieme scheldpartijen. Toegegeven, aan de strakke leiband van een hoofdredacteur of uitgever zal geen enkel ‘oud medium’ dergelijke nonsens publiceren. Maar dat is nog geen reden het internet als stem van een generatie dan maar verloren te laten gaan.

Voorbeelden van het internet als invloedrijk verlengstuk van de democratie zijn er wel degelijk. In Nederland was het GeenStijl.nl dat de schrijnende kwalitatieve tekortkomingen van minister Vogelaar op uiterst doeltreffende wijze over wist te brengen en in de Verenigde Staten zijn weblogs als Huffington Post of Daily Kos een serieus te nemen medium. Volgens een onderzoek dat internetjournalist Arjan Dasselaar in 2006 uitvoerde, kan maximaal 17 procent van het totale aantal Nederlandse weblogs tot de journalistiek worden gerekend. In de VS ligt dat percentage rond de 34 procent. Zijn er verschillen in de debatcultuur? Of hebben de Amerikanen wél al gezien welke enorme kans er voor het grijpen ligt?

Internet biedt met haar weblogs een letterlijk grenzeloze ruimte om mee te beslissen over de samenleving, maatschappij en politiek, om actief te participeren in de democratie. Er is onbeperkte ruimte om te experimenteren met en het exposeren van muziek, beeld, geluid, tekst, televisie en radio. Er is (nog) geen censuur, er zijn geen knellende kaders, het potentiële publiek is even groot als het aantal wereldbewoners met een internetaansluiting, noch de dominee noch de oudere generatie oefent enige invloed uit en de toegang is bijna gratis, 24 uur per dag beschikbaar.

Een culturele evolutie of zelfs revolutie is geen archaïsch spookbeeld of verloren gegaan ideaal. Het is bittere ernst en realiteit. Het onderscheid tussen de grauwe middelmaat van gezapig consumeren of boven de massa kunnen uitstijgen en meebouwen aan het eigen heden, verleden en toekomst is slechts één muisklik verwijderd. Wie dan nog niet helemaal snapt hoe het werkt, kan altijd even om uitleg vragen op Twitter.

Bert Brussen schreef in 2006 onder het pseudoniem Lucasdelinkselul voor GeenStijl.nl en is nu freelance journalist.