Jonge tolk

Tijdens mijn spreekuur zie ik een vader en zijn zoontje. Ze komen uit Afghanistan. Met handen en voeten bespreken we de voeding van zijn zoon.

Maar ook met hulp van een tolk.

Dan blijkt dat de 4-jarige zoon zijn vader in Nederlands taalbegrip ver voorbij is; aandachtig luistert hij mee. Met dit mannetje lijken best afspraken te maken. Dat van groente en fruit je buikpijn overgaat en je groot en sterk wordt. Na afloop kletsen we nog wat over school en ik vraag ’m of hij een juf of meester heeft. „Een meester”, zegt hij. „En hoe heet jouw meester?” vraag ik. Hij antwoordt zacht: „Juf Carla.”

Olga van Aalst