In Diever strijden de seksen blij èn bitter

Rikke Hesen als de valselijk beschuldigde maagd Hero in Shakespeares 'Much Ado About Nothing' in het Dieverse bos (Foto Koen Timmerman) Timmerman, Koen

Theater Much Ado About Nothing (Hoop gedoe om niks). Gezien: 14/8 Shakespearetheater, Diever. Aldaar t/m 12/9. Inl.: www.shakespearetheaterdiever.nl; 0512-59499****

„Het is nog nooit, nog nooit zo donker geweest, of het werd altijd wel weer licht”. Hé, die is niet van Shakespeare maar van de Groningse zanger Ede Staal. En bij een regel als „het waxen van haar bikinilijn” is de 16de eeuwse Shakespeare eveneens ver te zoeken. Toch misstaan de zinnen niet in de vertaling die regisseur Jack Nieborg maakte van Much Ado About Nothing, de romantische komedie die Shakespeare schreef in de periode 1598-1599.

Sinds 1946 brengt het Shakespearetheater Diever toneel in het openluchttheater aan de Hezenes. Twee regisseurs, de befaamde dokter Broekema en Wil Rep, gingen Nieborg voor. Die heeft met eerdere regies, zoals vorig jaar Macbeth, laten zien dat hij het amateurisme uit het begin steeds meer wil professionaliseren. Ter gelegenheid van Much Ado About Nothing, in 1957 ook al gespeeld als Veel leven om niets, is de sfeervolle locatie ingrijpend vernieuwd: stevige banken, een nieuwe licht- en geluidstoren, verbeterde zichtlijnen en een imposant decor dat een Zuid-Italiaanse villa voorstelt. Weg zijn de struiken, de zwerfkeien, de prieeltjes die ooit op natuurlijk wijze zijn ontstaan. Hoe mooi en hedendaags ook, ik mis dat ouderwetse struweel. Nu knerpt grind hinderlijk op de speelvloer, ook nog eens versterkt door microfoons die te vaak onzuiver zijn afgesteld.

Over de voorstelling niets dan goeds. Nieborg en zijn spelers geven een feestelijke en inventieve versie van dit blijspel. Twee prille verliefden, Claudio en Hero, gaan trouwen. Maar om de tijd te doden spannen ze samen om hun vrienden Benedick en Beatrice elkaar de liefde te laten verklaren. Dit adellijke tweetal, zo verveeld als wat, schept er een behagen in elkaar de grofste hatelijkheden toe te voegen. Benedick verwijt alle vrouwen ontrouw te zijn, seksueel onverzadigbaar en jaloers. Hij is met verve lid van de „anti-vrouwen en pro-masculine brigade”. Dan Beatrice: met haar superscherpe tong snijdt ze de opgeblazen mannelijkheid van Benedick aan flarden.

Hoe vrolijk gespeeld deze haat tussen de seksen ook is, het vormt een tragisch en zelfs duister motief in deze komedie. In de meeste uitvoeringen ontbreekt die schaduwzijde. Wie goed luistert en kijkt in Diever ontdekt dat er hier wel een bittere kant wordt getoond. Vooral de vertolker van Benedick is prachtig in staat zijn angst voor vrouwen en hun vermeend overspelige gedrag, te verbeelden. De fijne, oude zegswijze „iemand de hoorns opzetten” komt veelvuldig langs. Een man met hoorns is een bedrogen echtgenoot; iedereen weet het, behalve hijzelf. Zijn tegenspeelster Beatrice heeft de allure van een musicalster: met een enkele blik of een enkel gebaar weet zij het hele bostheater aan haar voeten te krijgen.

De vele verwikkelingen tuimelen over elkaar heen, begeleid door opzwepende barokmuziek. De stijl van deze opvoering neigt naar musical en operette, meer dan naar toneel. Kostuums, grime en kapwerk zijn oogverblindend. Uiteindelijk is iedereen trouw én verliefd. Aan het slot mogen de mannen de hooggelegen slaapkamer van de vrouwen binnendringen. De meisjes hebben lakens aan elkaar geknoopt. Zoals het hoort in een komedie, gebeurt er iets wat iedereen verwacht.

Het stuk is even vernuftig geschreven als geregisseerd, met de juiste contrasten. Zo is de dood de grote verliezer. Eerst wordt de prille, maagdelijke Hero wegens ontrouw dood verklaard. Ze blijkt onschuldig, en keert terug in het verliefde leven.