Het steekspel buiten de boksring

In zijn nadagen vlijde Bep van Klaveren het geteisterde lichaam geregeld neer op de middenstip van Excelsior. Beetje lummelen in het gras van zijn favoriete voetbalclub uit Kralingen. Over de overpeinzingen van Nederlands grootste bokser aller tijden is weinig bekend. Maar zijn mijmeringen betroffen vast en zeker niet het vrouwenboksen. Vrouwen horen niet thuis in de ring, meende Bep. Ja, hooguit om op wulpse wijze het bord voor de volgende ronde de lucht in te steken.

Maar Bep is dood, en over drie jaar is het – eindelijk volgens sommige hardcore-feministen – voorgoed gedaan met de ongelijkheid. Vrouwen mogen de handschoenen aantrekken bij de Olympische Spelen. Nederland kan niet wachten. ‘Marichelle de Jong maakt volgens kenners een goede ontwikkeling door’, stond zaterdag in deze krant. Zal best. Hüsnü Koçabas maakt al jaren een goede ontwikkeling door. Toch strandde de vuistvechter uit Den Bosch al drie keer in het olympisch kwalificatietoernooi.

Een van de oorzaken? Buiten de ring bestaat Nederland niet. Koçabas’ trainer Henny Mandemaker kan smeuïg vertellen over de duistere machinaties in de boksarena’s. „Achter de jurytafel is het een groot politiek steekspel”, mopperde de Brabantse sportschoolhouder vijf jaar geleden. Omdat Nederland niet of nauwelijks vertegenwoordigd is in de bestuurlijke boksgremia, begint zijn pupil het schaakspel tussen de touwen steevast met een puntenachterstand, weet Mandemaker. Win dan nog maar eens van al die Jerommekes uit Azerbajdzjan, Kirgizië en Oezbekistan.

Wil Marichelle de Jong haar goede ontwikkeling in Londen 2012 etaleren, dan is haast geboden. Sportkoepel NOC*NSF moet op weg naar de Zomerspelen zo snel mogelijk een kwartiermaker aanstellen. Type cafébaas, met opgerolde mouwen en een paar tattoos. En niet vies van een goed glas zelfgestookte wodka in een sjofel hotel in Plovdiv of Aschabad. Het mag ook een potige vrouw zijn.

Mark Hoogstad