Goed opvoeden? In elk land moet dat anders

Over de beste opvoeding lopen de meningen wereldwijd sterk uiteen.

Voorpublicatie over corrigerende tikken en de rolverdeling tussen de ouders.

(Illustraties Viola Lindner) Lindner, Viola

De crèche:

„In China regelen de grootouders vaak de opvang. De lagere middenklasse stuurt het kind naar een boarding-crèche. De kinderen blijven daar de hele week, en worden alleen voor de weekeinden opgehaald.”

„Voor gedachten over kapitaalvernietiging door hoogopgeleide, maar niet werkende vrouwen is in de VS geen tijd. Beide partners werken; je zult wel moeten om het financieel te redden. Er zijn dus nauwelijks deeltijdbanen en een crèche voor vijf dagen in de week is heel gewoon.”

„De familiebanden zijn in Israël erg sterk. Grootouders spelen een belangrijke rol in de opvoeding; ze vangen kinderen vaak op. Omdat de inkomens hier laag zijn, moeten beide ouders werken. De crèches zijn echter relatief duur. Het is niet gebruikelijk om je kind naar de crèche te sturen voordat het anderhalf is, dat wordt als onverantwoord gezien.”

„De eerste twee jaar wonen de kinderen in Mali zo’n beetje op de buik van de moeder, worden ze in draagdoeken overal mee naartoe genomen en leven voor een belangrijk deel van borstvoeding.”

„De Franse opvoeding is veel meer gericht op hoe je ‘beschaafd moet samenleven’. Deze manieren heb je ook nodig binnen een groep, want je leert al op jonge leeftijd hoe je je kunt handhaven in een gezelschap. Dat begint al vroeg: baby’s gaan, wanneer ze nog maar een paar maanden oud zijn, vijf dagen per week naar de crèche.”

„Vroeger waren er in Rusland crèches totdat de kinderen naar school gingen, maar onder Jeltsin zijn die allemaal verdwenen. Nu hebben mensen met een redelijk inkomen een vaste oppas, die naast hen woont. Bij wie zich dat niet kan veroorloven, past de oma vaak op.”

„Veel kinderen groeien in Zuid-Afrika op bij een nanny. Het blanke kind op de rug van de zwarte nanny: het is nog steeds een bekend beeld. Behalve de nanny’s, die ook vaak meteen schoonmaken, zijn er uiteraard ook crèches.”

Het sociale leven:

„Ouders hebben in Washington weinig tijd voor de kinderen. Een gezamenlijk avondmaaltijd is ongebruikelijk. Kinderen hebben vaak al tussen de middag warm eten gehad op school, zodat ouders ’s avonds niet meer hoeven te koken. De tijd die ouders aan hun kinderen besteden, is volledig gericht op quality time, de weekends worden helemaal volgepropt en uitstapjes worden dan samen gemaakt.”

„In Syrië hebben moeders niet het idee dat kinderen een inbreuk zijn op hun sociale leven. Hier draaien kinderen gewoon veel meer mee. Er is geen gezeur over op tijd eten of middagslaapjes. Wanneer een kind om twee uur ’s nachts gaat huilen, denkt men ook niet dat het kind misschien eens naar bed moet. Dan vragen ze hier rustig: Wat is er dan schatje?”

„Als er iets opvalt in Turkije, dan is het dat volwassen mannen eindeloos kunnen tutten met hun kleine kind. Aan jonge kinderen worden ook nog nauwelijks eisen gesteld, ze kunnen nog niet echt opgevoed worden, gaan overal mee naartoe – of dat nu op straat is of naar restaurants. Kinderstemmen in de nacht zijn bepaald geen uitzondering. Turkse kinderen maken onderdeel uit van de eettafel.”

„In Zuid-Afrika worden kinderen minder als een sociaal obstakel ervaren dan in Nederland, ze draaien meer mee in het sociale en dus maatschappelijke leven. Maar dat komt misschien ook omdat zwarte kinderen minder luidruchtig zijn dan blanke kinderen, zoals Mandela in zijn autobiografie A Long Walk to Freedom schreef, domweg omdat ‘zwarte kinderen meer respect hebben voor ouderen’.”

De rol van de vader:

„De meeste Russische gezinnen bestaan uit één kind, domweg omdat er te weinig woonruimte is. Wie het breed heeft, heeft soms twee kinderen. En Poetin roept soms wel op om meer kinderen te krijgen, maar dat lukt niet. Ook omdat de vaders te veel drinken. Vaders doen bijna niks met hun kinderen; moeders die na hun werk thuiskomen, kunnen meteen aan de slag met koken, huishouden en kinderen. Mannen trekken met elkaar op en steken de handen niet uit de mouwen.”

„Mannen die in Syrië toch een zekere stoerheid moeten tonen, lopen hier meer dan in Nederland met baby’s over straat. Ook bij achttienjarige jongens blijft van de stoerheid niets over zodra ze een klein kind bij zich hebben. Jongens moeten al vrij snel zorgen voor jongere broertjes en zusjes, en meisjes werken vanaf hun tiende jaar mee in de huishouding. Jongens hoeven dat niet, volwassen mannen trouwens ook niet. Het gebeurt rustig dat een zusje de afwas staat te doen en van alles opruimt, terwijl ze van haar broertjes vanaf de bank het commando krijgt wat thee te zetten.”

Drillen of niet?

„Buiten de leerprestaties worden er in China weinig grenzen gesteld. Ouders zie je vaak lachen wanneer kinderen vervelend doen, er lijkt nauwelijks een rem op te zitten. Daardoor wordt zelfdiscipline niet echt bijgebracht. Dat merk je ook aan het toenemende aantal kinderen met obesitas.”

„Wat opvalt in Rusland, is dat kinderen heel erg geïsoleerd opgroeien. Ze gaan pas op hun zevende naar school, zitten daar tien jaar lang, leren meteen Poesjkin uit het hoofd, moeten sowieso van alles uit het hoofd leren. En ga je bijvoorbeeld op vioolles, dan is dat niet één keer per week, maar vier keer per week. Een uitspraak als ‘Kinderen hebben het te druk’, zal hier niet gehoord worden. Kinderen hebben het enorm druk en dat is ook de bedoeling.”

„Mali is een land vol kinderen, maar je hoort ze bijna niet. Ze passen zich aan, hebben vroeg geleerd het decorum te bewaren en emoties niet te tonen. Dus huilen of dreinen, dat doe je als kind niet. Wanneer een kind valt, dan krijgt het eerder een klap omdat hij zo onhandig is geweest, dan dat het getroost wordt.”

„Als je Marokkaanse kinderen ziet, dan heb je de indruk dat ze over het algemeen goed zijn opgevoed, gedisciplineerd. Maar daar kleven ook nadelen aan. De corrigerende tik wordt bijvoorbeeld veel toegepast; die hoort bij het in het gareel krijgen van kinderen. De kinderziel staat domweg niet hoog aangeschreven en het idee dat kinderen straf nodig hebben om zich te gedragen, heerst alom.”

Deze uitspraken over opvoeden in het buitenland zijn te lezen in Groot worden ze toch wel. Over opvoeders en opvoeding. door Toef Jaeger en Viola Lindner. Het boek verschijnt donderdag bij uitgeverij Contact

Met dank aan: Esther Bakker, Sietske de Boer, Francesca de Châtel, Ilse van Heusden, Michel Krielaars, René Moerland, Margriet Oostveen, Dirk Vlasblom, Bram Vermeulen, Bettine Vriesekoop en Sylvia Witteman.