Europese economie is ondanks lichtpuntjes nog uiterst wankel

De economie van de Eurozone stabiliseert. Hoewel de aanvankelijke schattingen van het bruto binnenlands product (bbp) van de regio in het tweede kwartaal op een daling van 0,1 procent duidden, deden zich in Duitsland en Frankrijk feitelijk kleine stijgingen van 0,3 procent voor. Maar het is nog te vroeg om te juichen.

Zeker, na vele maanden van achteruitgang zijn positieve verrassingen zeer welkom. De consensusverwachting omtrent de verandering van het bbp voor 2009 bewogen zich van 0,5 procent groei in oktober vorig jaar naar een daling van maar liefst 4,2 procent in juni, voordat zich weer een lichte verbetering aftekende in juli, aldus onderzoeksbureau Consensus Forecasts. Het is waarschijnlijk dat deze laatste trend zich nu zal doorzetten.

Als deze recessie het recente historische patroon volgt, zouden de verwachtingen spoedig met sprongen vooruit moeten gaan. In de vier recessies sinds 1974 is het bbp in de Eurozone, na een gemiddelde daling van 1,1 procent, in de twee jaren na het dieptepunt gemiddeld met 4,7 procent gegroeid, aldus BNP Paribas. De krimp was ditmaal 5 procent, zodat we op basis van dit patroon een dubbelcijferige groei in de herstelperiode zouden mogen verwachten. Sommige economen praten ook al over zo’n ‘V-vormig’ herstel in de Eurozone en de rest van de wereld. Maar deze keer zou het wel eens anders kunnen gaan en moeilijker kunnen zijn.

Om te beginnen heeft de recessie zo’n groot deel van de wereld getroffen, dat slechts weinig landen kunnen ‘leunen’ op duurzame exportgroei om uit de problemen te komen. Dat geldt vooral voor de lidstaten van de eurozone, omdat hun munt duur is en de vraag naar kapitaalgoederen – het sterke punt van de regio – niet zal terugkeren totdat een wereldwijd herstel stevig is verankerd.

De grootste hindernis voor de groei is echter van financiële aard. Een nog immer kreupel mondiaal kredietstelsel zal ertoe bijdragen dat consumenten en bedrijven voorzichtig blijven. Het einde van de onnatuurlijk lage rente en de schrikbarend hoge overheidstekorten is nog niet in zicht, maar de overgang naar een ‘normalere’ situatie kan makkelijk mislopen.

De relevante precedenten zijn allebei ontmoedigend. Japan, dat met zijn spaartraditie en vergrijzende bevolking op de eurozone lijkt, is nooit helemaal hersteld van de excessen van de jaren tachtig. En de pogingen van de Amerikaanse centrale bank om een herstel zonder inflatie te bewerkstelligen, door in 1936 de monetaire teugels aan te trekken, hebben destijds tot een terugval geleid.

Het is dus de vraag hoe lang het duurt voor het goede nieuws over de economie weer omslaat.

Edward Hadas