Er valt best te praten

Op het World Congress of Families stonden, zo schreef deze krant op 11 augustus, bakken met buttons ‘Ik heb spijt van mijn abortus’. Wie zou zoiets nu opdoen? Je kunt het je niet anders voorstellen dan in een soort blije bekeringsfeer: „Ik denk nu heel anders en veel beter over dingen en heb mijn oude zondige zelf afgeworpen.”

Dat komt door het schreeuwerige van zo’n button. En door dat hele congres natuurlijk, waar alles wat niet een doorsneegezin is meteen een ‘bedreiging’ vormt en leven heilig is op een onbespreekbare dogmatische manier.

De discussies over deze onderwerpen komen steeds meer in de sfeer christelijk (of godsdienstig-algemeen) versus niet-christelijk (c.q. ongodsdienstig) te liggen. Alsof álles moeiteloos kan als je maar niet christelijk of anderszins godsdienstig bent, en je in het andere geval nergens over mag praten omdat je standpunten dan al vastliggen.

Dat lijkt alle twee tamelijk onbevredigend.

Een tijdje geleden zei een oudere vriend dat hij het toch wel een prettig idee zou vinden als er een pil zou zijn voor ooit, als je niet meer verder zou willen. Maar geen gemakkelijke pil natuurlijk, eentje die de beslissing zou bemoeilijken en vertragen doordat die alleen op recept verkrijgbaar zou zijn en in fasen ingenomen zou moeten worden enzovoort. Geen impuls-pil.

Daar waren we het over eens en we vroegen ons af waarom je het idee van een redelijk gemakkelijk verkrijgbare zelfmoordpil een probleem zou vinden – nu even afgezien van eenvoudig voorstelbare misdadige gevolgen als het onvrijwillig toedienen aan derden.

Wat is er zo erg aan als een mens, laten we ook nog zeggen dat het uitsluitend om zeventigplussers zou gaan, om het allemaal niet nog ingewikkelder te maken, redelijk gemakkelijk een eind aan zijn of haar leven zou kunnen maken? Dat is erg voor degenen die van hem of haar houden. Maar, zei mijn vriend, moet je per se doorleven als je ongelukkig bent omdat anderen het idee dat jij leeft zo prettig vinden? Die vraag is niet gemakkelijk met ja te beantwoorden. Eigenlijk is geen enkele vraag die een rechtvaardiging wil voor het feit van in leven zijn erg makkelijk te beantwoorden. Je leeft. Zo is het nu eenmaal, los van of iemand dat prettig of onprettig vindt.

Is het dan misschien zo, vroegen we ons af, dat het gevoel dat leven belangrijk is en hooggehouden moet worden, naar beneden gehaald wordt door al te gemakkelijke beëindiging?

We zeggen over landen waar anarchie en geweld heersen en mensen om niets om het leven gebracht worden, dat een leven daar ‘niets kost’, of dat het leven daar ‘niets waard’ is. Als mensen het niet belangrijk meer vinden om het leven te beschermen, om te verbieden dat je het kunt nemen, van een ander of van jezelf, wordt het leven minder waard. Zo voelt dat blijkbaar. Waarom zou je worstelen met problemen als het antwoord ook zou kunnen luiden: maak er een eind aan?

Dan moet je elke keer helemaal uit jezelf de rechtvaardiging voor je bestaan halen, de reden waarom je er géén eind aan zou willen maken. Dat is een wel erg zware opgave. Dan is het een betere afspraak om te vinden dat het leven ‘heilig’ is, ook al bedoel je daar niets godsdienstigs mee en zeg je er ook bij: maar niet onder alle omstandigheden. Niet zo heilig dat iemand eerst heel lang ellendig moet lijden voor hij of zij doodgaat, bijvoorbeeld.

En dan voel je al dat ‘heilig’ niet het goede woord is, want heiligheid kan niet soms wel en soms niet van toepassing zijn, dus dan krijg je iets als ‘beschermwaardig’.

Er viel, duidelijk, best te praten over al die dingen die je denkt als het om het belang van leven gaat, zonder dat er godsdienstige of anti-godsdienstige argumenten werden gebruikt.

Eenzelfde gesprek over abortus kun je je wat minder goed voorstellen omdat de bezwaren iets minder snel in je opkomen, misschien omdat we er meer aan gewend zijn dat abortus een mogelijkheid is.

‘Ik heb spijt van mijn abortus’ – die tekst zou je niet snel opspelden. Maar volhouden dat niets in je spijt heeft van een eventuele abortus is ook niet zo makkelijk. Een abortus is de oplossing van een probleem waar je liever niet voor had willen staan. Wie zou nooit eens, hoe tijdelijk ook, een vorm van spijt voelen om de geaborteerde mogelijkheid van een leven? Dat lijkt me bijna niet menselijk, ook als je niet gekant bent tegen de mogelijkheid van abortus. Wat trouwens niet hetzelfde is als er op een fleurige manier ‘voor’ zijn.

Abortus is moord, zeggen de pro-life-mensen, en veel ChristenUnie-aanhangers zeggen het ze na. Als je je op het standpunt stelt dat vanaf de conceptie sprake is van menselijk leven, dan is daar weinig tegenin te brengen. Maar van een moord kun je moeilijk ‘spijt’ hebben met een fijne button. Die buttons geven de indruk dat de pro-life-types abortus niet zozeer als moord zien, maar als een ideologische vergissing waar je op terug kunt komen.

Dan zijn we ineens in een heel ander, en eigenlijk griezeliger gebied, waar het niet meer gaat om wat je belangrijk vindt of hoog wilt houden als het om levenskwesties gaat, maar om wat correct en waar is volgens onaantastbare overtuigingen.

En dus zijn we dan weer in het gebied van elkaars standpunten veroordelen en afkeuren zonder dat er nog een mogelijkheid is om van gedachten te wisselen en je mening bij te stellen. Daar moesten we maar niet komen.

Reageren kan op nrc.nl/vos (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)