En tijdens een concert minder filmen

De telefooncamera heeft de rock-’n-roll vermoord.

Probeer je maar eens in de muziek te verliezen terwijl je meekijkt via het beeldscherm van je telefoon.

Zoals zoveel mannen fantaseert de Engelse dichter Simon Armitage over hoe het leven zou zijn als een rockster. In zijn tienerjaren was dat een genot, zo schrijft hij in Gig (2008). Slipjes van vrouwelijke bezoekers en bierdouches vielen Armitage in zijn dromen ten deel. Maar als de fictieve rockster tegenwoordig naar het publiek kijkt, ziet hij alleen nog de krakkemikkige lensjes van de vele telefoontjes die op hem gericht zijn. Het publiek filmt en fotografeert. Bier gooien is uit den boze, daar kunnen telefoons helemaal niet tegen. Het filmende publiek geniet ook minder, want het is veel te druk met amateurregistraties. Rock ‘n’ roll is dead. En dat komt door de telefooncamera.

Ik heb me er zelf ook schuldig aan gemaakt, dat filmen. In 2007 nog, toen ik in Boedapest de Rolling Stones live zag. Om het moment zo goed mogelijk te conserveren, maakte ik talloze filmpjes en foto’s. Ik schreef er over op opinieblog Sargasso en bekroonde mijn generatie tot die ‘die alles kan delen’. Gelukkig waren Sargasso-bezoekers zo vriendelijk om mij ‘knettergek’ te noemen. Die obsessieve drang om alles meteen te delen, staat genieten in de weg, was hun boodschap. Ze hadden gelijk. Die filmpjes bekijk ik nooit meer, en de beste herinneringen aan dat concert zijn de momenten die ik niet filmde.

Het delen van ervaringen zit in onze natuur. Onze voorouders tekenden jachtverhalen in grotten. Wij maken foto’s en filmpjes. En mochten we vroeger geen camera’s concertzalen binnenslepen, tegenwoordig zit die camera gewoon in onze telefoon. Filmen dus, die rockster.

Maar dit technologisch determinisme zorgt ervoor dat het een stuk moeilijker wordt om je in de muziek te verliezen. Terwijl ik in november genoot van de Kaiser Chiefs, stonden enkele meisjes naast mij apatisch frontman Ricky Wilson te filmen. Ze keken mee via beeldschermpjes. Alsof ze het concert meemaakten op een minitelevisie met een geweldige geluidsinstallatie, in plaats van midden in het publiek.

14 juli, de Melkweg. Moby speelt zijn laatste nummer, ‘Lift me Up’. De kleine muzikant splitst de zaal in tweeën. De ene helft zingt al springend mee. De andere helft is aan het filmen. Springen is voor hen geen optie, dan staat Moby er niet goed op. Ik behoor inmiddels tot die eerste groep, gelukkig. En als ik het concert nog eens wil beleven, koop ik de dvd wel.

Ernst-Jan Pfauth is redacteur van nrc.next