Een ongemakkelijk Duits monument

Het Olympiastadion in Berlijn is van historische en architectonische betekenis. De plek waar nu de WK atletiek worden gehouden, blijft nadrukkelijk met Adolf Hitlers megalomanie verbonden.

Spectators party in the stands during the world athletics championships at the Olympic stadium in Berlin, August 16, 2009. REUTERS/Max Rossi (GERMANY) REUTERS

Het gevoel dat Duitsers hebben bij het Olympiastadion in Berlijn is misschien het best verwoord door kunsthistoricus Norbert Huse uit München. Hij noemde de in opdracht van Adolf Hitler ontworpen arena, waar momenteel de wereldkampioenschappen atletiek worden gehouden, ooit ein unbequemes Denkmal, een ongemakkelijk monument.

Raker kan het neoclassicistische bouwwerk in westelijk Berlijn niet worden getypeerd. Het Olympiastadion wordt algemeen erkend als een architectonisch kunststuk, maar ook gezien als een symbool van nazi-Duitsland. Nooit wordt vergeten dat Hitler het stadion liet bouwen om tijdens de Olympische Spelen in 1936 de grootsheid van het Derde Rijk te tonen.

Noch de voetballers van Bundesligaclub Hertha BSC, dat er zijn thuiswedstrijden speelt, noch de Jamaicaanse sprinter Usain Bolt, die er gisteravond imponerend wereldkampioen op de 100 meter werd, hebben zich door de geschiedenis van het stadion laten belasten, maar ook zij weten dat de geest van Hitler niet is verdreven. In de jaren vijftig is weliswaar de pompeuze Führerloge gesloopt, maar daarmee werd niet de geschiedenis versluierd; daarvoor blijft het stadion te zeer met Hitlers megalomanie verbonden.

De Berlijnse historicus Rainer Rother, die de historie van het Olympiastadion en het 121 hectare grote park waarin het is gelegen in Geschichtsort Olympiagelände te boek heeft gesteld, vertelt dat Hitler zich nadrukkelijk met het ontwerp heeft bemoeid. Rother: „Architect Werner March wilde aanvankelijk het oude Deutsche Stadion, dat zijn vader Otto had ontworpen, verbouwen. Tot ongenoegen van Hitler. Het oude moest worden afgebroken om plaats te maken voor een nieuw, monumentaal stadion, dat het nieuwe Duitsland moest weerspiegelen. Hitler ging evenmin akkoord met de betonconstructie, waarvoor March om financiële reden had gekozen. Het beste materiaal moest gebruikt worden en hij gaf opdracht het stadion te laten optrekken uit hard en hoogwaardig maar duur Duits steen, waarmee Hitler de verbondenheid met de geboortegrond wilde uitdrukken.”

Volgens Rother is dat kenmerkend voor de bouwstijl uit de nazitijd. Hij spreekt van gezagsarchitectuur, bedoeld om indruk te maken. Om die reden wilde Hitler ook dat het stadion groter werd dan dat in Los Angeles, waar in 1932 de Olympische Spelen werden gehouden. Dus bood het Olympiastadion plaats aan 106.000 toeschouwers, duizend meer dan in Los Angeles. Sinds de renovatie in 2004 is die capaciteit teruggebracht tot 75.000. „Maar historisch en architectonisch is het Olympiastadion van groot belang”, zegt Rother, in het dagelijkse leven artistiek directeur van het filmmuseum Deutsche Kinemathek. „Het is in Duitsland een van de weinige restanten van het naziregime. En bouwkundig nog steeds modern; het is een toegankelijk stadion waar je via een zuilengalerij van Jugendstilpilaren omheen kunt lopen, snel je zitplaats kunt vinden, maar het ook snel en efficiënt kunt verlaten.”

Kenmerkend aan het Olympiastadion is de doorkijk die vanaf de oostzijde naar de marathontoren aan de westelijke kant wordt gegeven. Vandaar is er uitzicht op de 77 meter hoge klokkentoren die in het verlengde van het stadion is gebouwd en als een baken overal bovenuit steekt. Die toren markeert ook het Meiveld, de grote ruimte tussen stadion en klokkentoren, waar ten tijde van Hitler partijbijeenkomsten werden gehouden. Tijdens de WK atletiek staan er op die plek twee enorme tenten die dienst doen als werk- en eetruimte voor de honderden journalisten.

De doorkijk in het stadion is na de renovatie in 2004 behouden gebleven, omdat architect Volkwin Marg als enige een opening in de nieuwe dakconstructie bedacht. „Dat historische besef, samen met een ingenieus lichtplan, leverde hem de opdracht op”, verteltRother. „De andere architecten vreesden een gespleten dak niet gestabiliseerd te kunnen krijgen. Ik vind de constructie prachtig, al is de sfeer in het stadion er door veranderd. Ik hield van de theaterstijl. Maar in de Bundesliga zijn zulke stadions niet toegestaan.”

Overigens is voetbalclub Hertha BSC er ook de oorzaak van de atletiekbaan niet rood, maar met het ongebruikelijke blauw is gekleurd. De club wenste een ring rond het speelveld die paste bij de clubkleur. En die is blauw. Hertha BSC kreeg zijn zin, tot afgrijzen van de afdeling Monumentenzorg van de gemeente Berlijn, die blauw niet vond passen bij de bouwstijl.

Hoewel de hakenkruizen en rijksadelaars uit het stadion zijn verwijderd, herinnert er nog veel aan de nationaal-socialistische periode. Bijvoorbeeld de zes torens rond het stadion, die de zes Duitse volksstammen (de Pruisen, Beieren, Friezen, Franken, Saksen en Schwaben, red.) symboliseren. Maar ook de eikenboom, die naast de ingang staat. Die refereert aan de heilige olijfboom die naast de ingang van de Zeustempel in Olympia stond. Hitler verlangde dat het stadion kenmerken van de oude Grieken zou krijgen. Om die reden staan er naast de ingang twee enorme beelden, van een estafetteloper en een discuswerper. Hun ranke postuur is eveneens aan de Grieken ontleend.

Bijzonder aan het Olympiastadion is verder dat het deel uitmaakt van een park – het voormalige Reichssportfeld – met onder andere een openluchttheater en het oude olympische zwembad. Dat bad, waarin de Nederlandse zwemster Rie Mastenbroek in 1936 met drie gouden medailles en één zilveren furore maakte, zou Rother graag gerenoveerd willen hebben. Uit historische overwegingen, maar ook omdat het zijns inziens een belangrijke moderne sportvoorziening van Berlijn kan worden.

Het park was tot 1994 voor een groot deel in handen van de Britten, die het na de Tweede Wereldoorlog gebruikten als hoofdkwartier voor hun troepen in de stad. Zij gebruikten Hitlers manifestatieveld onder andere voor de jaarlijkse parade ter gelegenheid van de verjaardag van koningin Elizabeth II. Het vertrek van de Britten en later de renovatie van het Olympiastadion, met het oog op de WK voetbal in 2006, heeft de gemeente Berlijn aangegrepen het open te stellen voor vrijetijdsbesteding. Het is nu een van de toeristische attracties in de Duitse hoofdstad.

Sinds het Olympiastadion is gerenoveerd en salonfähig is geworden, zou het misschien een goed idee zijn de Olympische Spelen naar Berlijn te laten terugkeren? Niet wat historicus Rother betreft. Met de Spelen van 1972 in München is wat hem betreft afgerekend met de nazi-Spelen van 1936. „Na de Spelen met die vreselijke propagandistische invloeden hebben wij Duitsers aangetoond dat we het anders en beter kunnen. Dat zal om historische redenen niet werken in Berlijn. ‘München’ was goed, omdat het totaal anders was. Ook architectonisch, want het Olympisch Stadion van 1972 was qua ontwerp een reactie op het Olympiastadion in Berlijn; het moest afrekenen met het verleden. En dat is gelukt. Van mij mogen de Olympische Spelen terugkeren naar Duitsland, maar dan naar bijvoorbeeld Hamburg.”