Een modderfiguur

De verdieping van de Westerschelde, de derde in successie, loopt vertraging op en de vrees in Vlaanderen is groot dat van uitstel afstel komt. Wie vaststelt dat veel Belgen daarover geïrriteerd zijn, drukt zich mild uit.

Dat de Vlaamse minister-president Peeters de Nederlandse ambassadeur Pollman-Zaal bij zich heeft laten ontbieden, is een ongekend diplomatiek signaal van de ene Beneluxpartner aan de andere. De Vlamingen (de Walen zal het worst zijn) pikken de vertragingstactiek aan Nederlandse kant, zoals zij dat zien, niet meer. Ze zinnen op wraakacties.

De Antwerpse havenwethouder Van Peel heeft gezegd dat Vlaanderen zijn toegezegde bijdrage aan een blusboot in het Nauw van Bath zal opschorten. De suggestie is gedaan om tol te heffen van de 16.500 Nederlandse vrachtwagens die dagelijks over de ring bij Antwerpen rijden. En de Vlaamse liberale partij Open VLD heeft restauranthouders in Antwerpen met affiches opgeroepen geen Zeeuwse mosselen meer te serveren. Daarover zijn in de Provinciale Staten van Zeeland al bezorgde vragen gesteld en het Zeeuwse dagblad PZC polste met een knipoog de bezoekers van zijn website over de stelling „zij geen mosselen, wij geen Belgisch bier”.

Er lijkt dus sprake van een economisch oorlogje tussen twee buurlanden – en het punt is dat Nederland de schijn tegen heeft. Het uitdiepen van de Westerschelde is van vitaal belang voor de haven van Antwerpen, die daardoor beter voor grote schepen bereikbaar wordt. De verdenking is dat Nederland niet zit te wachten op een sterkere positie voor een concurrent van de Rotterdamse haven.

Wat daarvan ook zij: de betrouwbaarheid van Nederland is in het geding. In 2005 zegde Nederland na jaren van onderhandelen – voorbij de zuidgrens werd ook wel het werkwoord ‘traineren’ gebruikt – medewerking toe aan het uitbaggeren van de Westerschelde. In augustus vorig jaar werden de Scheldeverdragen formeel bekrachtigd. Daar werd toen niet bij gezegd: mits onze Raad van State het uitdiepen goedkeurt. Maar die vindt het nu niet goed en dus slaat Nederland een modderfiguur.

De Raad van State heeft voorlopig een streep gehaald door de baggervergunning. Hoewel hierbij maar 0,7 procent van het natuurgebied ‘Westerschelde en Saeftinghe’, waar vogels foerageren en zeehonden leven, in het geding is, heeft de Staat de bestuursrechter er niet van kunnen overtuigen dat het met de schade aan schorren en slikken wel zal loslopen.

Nu mag het belang van dit natuurgebied ook niet worden onderschat. De Europese Commissie dreigde Nederland in 1998 al eens op de vingers te tikken, toen het bij de tweede verruiming van de vaarweg voor onvoldoende compensatie van de aangetaste natuurwaarden leek te zorgen.

De Raad van State moet nog een definitieve uitspraak doen, eind dit jaar. Voor die tijd mag het kabinet twee zaken aantonen. Dat het in staat is om, zoals het beweert, de natuur bij de Westerschelde afdoende te behouden of te herstellen. En dat Nederland een betrouwbare buurman is.