Als je wilt vechten maakje een afspraak per sms

Op het platteland is het vechten in grote groepen een vorm van sociale controle.

Alcohol in het weekeinde is een katalysator van agressie.

Breukelen is een lieflijk dorpje aan de Vecht, maar vooral in het weekeinde kan het er hard aan toegaan. „Soms als je uit het café komt, roepen een paar jongens ‘kankerlijer’ of ‘je moeder’. Dan roept een vriend van mij ‘houd je bek’ en dan vallen er wat klappen”, vertelt inwoner Dennis Hack (16 jaar) ontspannen. „Ik vecht dan natuurlijk ook mee, zo gaat dat hier.”

Geweld maakt onmiskenbaar deel uit van het dorpsleven. „In het weekeinde zijn er wel eens vechtpartijen, vaak in of bij een café. Dan laait plotseling een oude vete op of is er wat jaloezie over een mevrouw”, vertelt teamchef Dirk Drogt van de politie in Dronten, een plaats in Flevoland. De politie telde hier vorig jaar 350 geweldsincidenten in een gebied met 40.000 inwoners. „De cijfers dalen”, zegt Drogt: „Het is hier redelijk rustig.”

Dat kun je moeilijk zeggen van een stad als Almere, waar zeker in het weekeinde veel mensen uit de omgeving uitgaan. „We hebben in het weekeinde tijdens de uitgaanstijdstippen acht agenten speciaal voor het horecatoezicht beschikbaar. We gebruiken sinds april vorig jaar ook camera’s in het centrum”, vertelt teamchef André Wielandt van de politie in Almere. „Er zijn zeker af en toe vechtpartijen in cafés. Bovendien hebben we in Almere relatief veel te maken met huiselijk geweld.”

Toch is het beeld van het gemoedelijke platteland en de gevaarlijke stad bedrieglijk. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ligt het aantal geweldsdelicten per 100.000 inwoners op het platteland maar iets lager dan in de stad – ruim 7.000 tegen bijna 9.000.

Dorp of stad maakt volgens plattelandssocioloog Don Weenink van de Wageningen Universiteit „in grote lijnen” helemaal niet uit voor de omvang van het geweld. Weenink analyseerde een omvangrijke enquête onder jongeren, die verreweg in de meerderheid zijn onder geweldsplegers. Wie daarin de extremen van stad en platteland tegen elkaar afzet, ziet dat 18 procent van de jongeren in de leegste gebieden van Nederland (niet-stedelijk) weleens heeft meegedaan aan een vechtpartij, tegen 13 procent in de drukste gebieden, ofwel ‘zeer sterk stedelijke omgeving’. In beide gebieden heeft een op de tien jongeren iemand ooit zo geslagen dat doktersbehandeling noodzakelijk was.

„Gevochten wordt er overal”, zegt jongerenwerker Ellis van Tilburg, „maar niet op dezelfde manier.” Van Tilburg werkte ooit in de Haagse Schilderswijk en runt nu een jeugdhonk in Breukelen. „In de stad zijn mensen sneller geïrriteerd. In de Schilderwijk kon een woordenwisseling snel uitmonden in een vechtpartijtje. In een dorp is het veel gemoedelijker maar kunnen de bewoners elkaar niet ontlopen, ook de mensen die elkaar niet zo goed liggen.”

Dat is ook het beeld in Dronten, dat een dorps uitgaanscentrum heeft met slechts enkele cafés, maar ook een stedelijke enclave in de vorm van pretpark Walibi. „In het dorp komen mensen elkaar tegen en denken soms: met die persoon had ik nog een kwestie”, vertelt politieman Drogt: „In Walibi komt iedereen, ook de belhamels uit de stad. Dan dringt iemand voor, een ander zegt er wat van en bam, er wordt een klap uitgedeeld. Niet zo lang geleden liepen daar twee meisjes uit de stad in winterjassen bij een temperatuur van 25 graden. Veel mensen keken daar natuurlijk naar. De meisjes werden boos en begonnen te slaan.”

Geweld treedt op waar veel mensen bij elkaar zijn, zegt Bart Wisbrun van de Stichting tegen Zinloos Geweld: „Of het nu is in een stedelijk uitgaanscentrum, of bij een feest in het open gebied. En vaak speelt alcohol een rol.” Vooral het drinken in het weekeinde is een katalysator van agressie.

In dorpen wordt veel gedronken. Plattelandsjongeren van zestien jaar en ouder drinken in het weekend 8,25 glazen alcohol. Stadsjongeren drinken dan 6,15 glazen. Dennis Hack drinkt sinds zijn veertiende alcohol, en drinkt nu op een zaterdagavond makkelijk 15 biertjes. „Elk weekeinde kom ik dronken thuis”, vertelt hij. „Mijn vrienden ook.” Dat is inderdaad gebruikelijk, zegt Van Tilburg. „Hier in Breukelen beginnen ze ook vrij jong; bij kinderfeestjes in groep 8 worden soms al breezertjes geschonken”, vertelt ze. „De Marokkaanse jongens in Den Haag dronken niet, die durfden echt niet dronken thuis te komen. Daar hebben de jongeren hier geen last van.”

Er zijn meer verschillen tussen stad en platteland. In dorpen wordt van tijd tot tijd op afspraak gevochten, als een tribaal ritueel. „Ik meegemaakt dat iemand uit Abcoude me sms’te dat ie ’s avonds om acht uur met een paar mensen in Breukelen zou komen. ‘Neem jij ook wat mensen mee.’ Dat deed ik toen”, zegt Dennis Hack. „We maken ook wel eens een afspraak via Hyves, met jongens uit Maarssen bijvoorbeeld.” In Almere gebeurt dat nagenoeg niet, zegt politiechef Wielandt: „We hebben hier wel verschillende groepen, maar die zoeken elkaar slechts sporadisch welbewust op.” Op het platteland opereren jongeren sowieso meer in groepen. „Als ik ruzie krijg, dan sms ik mijn vrienden ‘kom effe helpen’ dan komen ze”, vertelt Hack. „Bij de vechtpartijen op het platteland zijn ook meer mensen betrokken”, is de indruk van onderzoeker Weenink die veel justitiële dossiers heeft bestudeerd.

Het vechten in grote groepen is een vorm van sociale controle, vermoedt Weenink: „Het geweld is ook bedoeld om een dramatisch schouwspel op te leveren. De daders hebben behoefte om zich te laten zien en om de normen te bevestigen, ofwel om de eigen plek op te eisen en om anderen hun plek te wijzen.” Dat kan best kloppen, zegt Dennis Hack: „Het vechten begint vaak als iemand met een grote mond wil laten zien: hier ben ik. En wij reageren dan met: hou je grote mond. We wijzen iemand zijn plek.”