Zonde in de sponde

Behalve eten, drinken, een dak boven je hoofd en een inkomen is een relatie voor bijna iedereen een eerste levensbehoefte. Een (innige) band met iemand met wie je goed kan opschieten. Of met meerdere mannen en vrouwen. Je hoeft zulke contacten geen wettelijk verplichte vorm te geven. Vrijheid, blijheid kan een leven lang prima meegaan.

Maar de overheid vindt dat er samenhang moet zijn tussen de burgers onderling. Dus geen maatschappij vol los zand. Favoriet als bindmiddel is een gezin met een vader en moeder, kinderen, liefst wonend in een eigen huis, met een eigen inkomen en getrouwd in gemeenschap van goederen. Het huisje-boompje-beestje-ideaal. Dus rust in de (echtelijke) sponde.

Helaas laten mensen zich niet dwingen. Daarom vliegen relaties alle kanten op en holt de wetgever daar buiten adem achteraan om de boel in goede banen te leiden.

Op één essentieel financieel punt blijft de wetgever al bijna twee eeuwen in gebreke: het huwelijksgoederenrecht. Daaronder valt bijvoorbeeld de gemeenschap van goederen. Deze term dekt de lading niet, want het gaat niet alleen om bezittingen, maar ook om schulden. Immers, trouw je met een partner (of ga je een geregistreerd partnerschap aan) dan deel je direct na het ja-woord elkaars bezittingen, aanspraken, rechten, schulden en verplichtingen. Het is een 100 procent fusie, zakelijk gezien. Tenzij je daar van afwijkt via huwelijkse voorwaarden.

In het jaar 1848 verdedigde de toenmalige liberale minister van Justitie Dirk Donker Curtius (1792-1864) de gemeenschap met het argument dat de echtelieden er zelf van mogen afwijken door de gemeenschap te beperken met huwelijkse voorwaarden.

In zijn tijd waren zijn argumenten valide, want alleen de weinige rijken bezaten een (geërfd) vermogen dat zij door het simpele ja-woord zagen wegvloeien naar hun armere wederhelft. Dit was het geval tot circa 1950. Toen beet bijna iedereen op een houtje en stond de bedelstaf in de paraplubak binnen handbereik. Nu is bijna iedereen rijk, loopt financiële risico’s en kan zomaar aan de bedelstaf raken. Voor deze nieuwe rijken deze tips.

1. Haastig getrouwd, lang berouwd

Pas op wanneer de partner waar je gek op bent, die je nog niet zo lang kent, aandringt op trouwen, een geregistreerd partnerschap of op samenwonen met een contract. Hij of zij kan ziek zijn zonder dat je het weet, stijf staan van de schulden of op je centen uit zijn. Na het ja-woord zit je wettelijk vast aan bijvoorbeeld de zorgplicht, de verplichting tot het verschaffen van levensonderhoud aan elkaar.

2. Trouw niet in gemeenschap van goederen

Wie trouwt in gemeenschap van goederen in ruime zin, deelt alle lusten en lasten met zijn of haar partner. Dat kan bij een scheiding verkeerd uitpakken wanneer een van de twee (zakelijke) schulden heeft. Die worden dan eveneens verdeeld, waardoor de niet-zakelijke partner jarenlang opgezadeld zit met de schuld van een ander.

Daarom is trouwen in gemeenschap een financiële zonde, in de echtelijke sponde. Je weet niet precies met wie je het bed gaat delen, financieel gezien.

3. Scheid vrijwillig, tijdig, en voorkom verliezen

Wanneer je partner afstevent op hoge (zakelijke) schulden, dan kan je samen overwegen om te scheiden, om jezelf en je gezin te beschermen. Vraag juridisch advies.

4. Trouw in gemeenschap van goederen

Deze tip lijkt Tip 2 tegen te spreken, maar dat is niet zo. Wie trouwt in gemeenschap van goederen deelt alle lusten en lasten met zijn of haar partner. En dat kan juist de bedoeling zijn, zoals blijkt uit het volgende voorbeeld: bezit partner A netto 500.000 euro en bezit partner B niets, dan bezit die arme wederhelft direct na het (gouden) ja-woord ineens geruisloos 250.000 euro, zonder een cent schenkingsrecht te betalen.

Zes weken schrijft Adriaan Hiele over persoonlijke geldzaken op de plek van Erica Verdegaal.