Rosé, poffertjes, films en, oh ja, een voorstelling

Zomerfestivals trekken ook publiek dat voor het terras komt, en niet voor het theater. En toch: „We zijn veranderd, maar we zijn zeker geen commercieel zuipfestival geworden.”

Groningse festivalbezoeker Caki van de Mortel klaagt: „Noorderzon is zo massaal geworden!” De sfeer op het Groninger theaterfestival, dat donderdag begint, is volgens haar drastisch veranderd. „Het blijft een prachtig festival, maar de meeste mensen komen alleen nog om te drinken en niet meer voor het theater.”

Die klacht wordt ook vaak geuit over vergelijkbare festivals als de Parade, dit weekend voor het laatst in Amsterdam, en Boulevard, dat momenteel in Den Bosch staat. De bartypes zouden de theaterliefhebbers op zomerfestivals verdringen. Maar klopt die bewering wel?

Op de Parade, zondagavond, is geen terrastafel onbezet. Mensen eten tapas, poffertjes of steak met frites, ze drinken wijn uit plastic flessen. Eigen drank wordt bij de ingang na visitatie in beslag genomen: twee kratten per avond. Dat er tussen de horecatenten een theaterfestival gaande is, zou je bijna vergeten.

Dennis Nuijens en Floor Veenstra zijn hier vanavond met veel vrienden. Nuijens komt nu vijf jaar naar de Parade en het karakter is volgens hem buitengewoon veranderd: „Het is van een alternatief festival tot een hip, kosmopolitisch evenement geworden. Mensen denken nu na over wat ze aantrekken.” Zelf komt Nijens ook niet voor de voorstellingen. „Dan ga ik wel naar Carré of de Kleine Komedie. Hier hang ik lekker aan de bar met vrienden.”

Floor Veenstra, theaterdocente: „Normaal ga ik wel naar vier of vijf optredens toe, maar vanavond was het gewoon te gezellig.”

Zomerfestivals zijn gegroeid, de de laatste jaren. Ze trekken een eigen publiek dat de rest van het jaar zelden in de gewone theaters komt. De Parade trok in 2001 nog 240.000 bezoekers, en hoopt na vanavond te sluiten met 270.000 bezoekers. Maar dat er steeds meer mensen voor de ‘natte horeca’ komen en steeds minder voor het theater, is onjuist, zegt woordvoerder Eefje Colsen. De baromzet steeg in acht jaar weliswaar met 37 procent, maar de theateromzet steeg mee: 36 procent. Gemiddeld geeft een bezoeker op een Parade-avond evenveel uit aan drinken als aan theater: elf euro. Dat is een halve fles prosecco, of 3/4 fles witte wijn.

Woordvoerder Colsen: „De Parade is bovenal een theaterfestival, waar ook wordt gedronken. Bezoekers gaan op een avond gemiddeld naar anderhalf theaterstuk. Dat was acht jaar geleden zo, en dat is nu nog steeds zo. Op rustige avonden ligt dat gemiddelde rond de twee, dan komen de echte liefhebbers, en op drukke avonden is dat 1,2. Bij mooi weer is de horeca drukker, en bij slechter weer de theatertenten.”

De Paradegangers zijn wel anders gaan drinken, stelt Colsen. De rosé-omzet is de laatste jaren flink gestegen, maar is inmiddels weer over zijn hoogtepunt heen. In plaats daarvan bestelt men meer prosecco en witte wijn.”

Maar op zondagavond zijn de tafels met flessen prosecco op één hand te tellen. Floor Veenstra hoort vaak dat Paradegangers nog steeds te boek staan als de ‘rosé-yuppies’. Marieke de Graaf en haar vrienden drinken witte wijn. „Wij drinken ongeveer een fles per persoon op zo’n avond. Prosecco was volgens mij vooral vorig jaar populair.” Dat gevoel heeft Tien Pijnenburg ook, zij zit even verderop met een aantal vrienden aan de rosé: „Prosecco is zó 2008!”

Op dezelfde avond, aan de voet van de kathedrale basiliek Sint-Jan in Den Bosch, biedt het Boulevard festival de aanblik van een feestelijke openluchtterras met muziek en kleurrijke lampjes. Onder de bomen staan tafeltjes en stoeltjes, mensen bestellen niet per glas maar per fles. Op Festival Boulevard is het aandeel bezoekers die alleen voor de gezelligheid komen wel flink gestegen. Het totaal aantal bezoekers steeg in de periode 2001-2008 van 90.000 naar 140.000; het aantal verkochte theaterkaartjes groeide slechts van 35.000 naar 47.000. Financieel gezien bleef theater echter belangrijk. Want na aftrek van kosten levert de horeca het festival jaarlijks een ton euro op, 5 procent van de inkomsten, terwijl theater 2,3 ton euro oplevert. In het jaarverslag 2008 zegt directeur Geert Overdam: „De diversiteit en veelheid aan programmaonderdelen op het festivalterrein konden de te nadrukkelijke horeca-uitstraling niet wegnemen”.

Noorderzon geeft hetzelfde beeld als Boulevard. In 2007 waren er 125.000 bezoekers die samen 25.000 kaartjes kochten. Minstens tachtig procent gaat dus niet naar theater. Woordvoerder Mark Hospers nuanceert: „We zijn een heel ander festival dan acht jaar geleden. Vroeger waren we een kleinschalig regionaal theaterfestival. Nu zijn we een groot, internationaal festival dat alle kunsten toont. Op het festivalplein worden hoogwaardige popconcerten gegeven, en dit jaar gaan we op een groot scherm films tonen. Daar komen extra bezoekers op af, vaak jongeren, en die gaan niet zo snel naar theater. Het is echter onzin om te zeggen dat ze voor de drank komen. Ze komen voor de popmuziek en de film. Dat zijn ook kunsten.”

Het beeld van de drinkers die de kunstminnaars verdringen lijkt vooral te verklaren uit de weerzin die early adopters altijd voelen jegens mensen die later inhaken en het exclusieve genoegen verpesten. Dat zie je ook bij andere cultuuruitingen die plots populair worden: een geliefde popband, club of tv-serie. Hospers: „De bezoekers van het eerste uur missen de alternatieve sfeer van weleer, toen ze na afloop bleven hangen om samen accordeon te spelen. Dat is inderdaad veranderd, maar dat wil nog niet zeggen dat we een ‘commercieel zuipfestival’ zijn geworden.”

M.m.v. Stephanie van Strijen en Kester Freriks