Octrooirecht op zaden brengt telers in de knel

Veredelaars van gewassen konden altijd vrij zaad van de concurrentie gebruiken. Biotechbedrijven doen nu de deur op slot. Sommigen zien een bedreiging voor de voedselvoorziening.

Jarenlang voerde de Canadese boer en politicus Percy Schmeiser een juridisch gevecht met biotechreus Monsanto over de rechten op zaden. Voor sommigen is Schmeiser een held die een machtige multinational aanpakte. Anderen zien hem als een, op zijn best klungelende, boer die octrooirechten schond. De zaak maakt in elk geval duidelijk hoe de intrede van het octrooirecht de landbouw in twintig jaar ingrijpend heeft veranderd.

Vóór de opkomst van biotechbedrijven bestonden er geen octrooien op gewassen. Nieuwe variëteiten van granen en groenten die veredelaars op de markt brachten, werden beschermd via het zogenoemde kwekersrecht dat internationaal door een groot aantal landen is erkend. De biotechreuzen komen echter uit een andere wereld. Bedrijven als Monsanto, Syngenta of DuPont zijn van oorsprong chemische bedrijven die onder meer landbouwgif produceren. In de jaren tachtig begonnen zij in de VS met het aanvragen van octrooien op genetische modificaties van planten. Dit verspreidde zich ook naar Europa. Er zijn nu in Nederland zo’n 4.500 octrooien, schat het Octrooicentrum Nederland, die te maken hebben met het veredelen van gewassen.

De Nederlandse organisatie van veredelaars, Plantum NL, oordeelde in mei dat deze opmars van het octrooirecht te ver gaat. Daarmee is een verschil van mening ontstaan met de grote buitenlandse biotechbedrijven, die soms via Nederlandse dochters ook bij Plantum zijn aangesloten.

„Het ergste is”, zei de Canadese boer Schmeiser tijdens een recent bezoek aan Nederland over de manier waarop Monsanto het octrooirecht gebruikt, „dat onderling vertrouwen wordt ondermijnd. Onze streek is opgebouwd door pioniers die hun kracht vonden in samenwerking. Boeren waren gewend om ervaringen uit te wisselen. Nu durven ze dat niet meer. Mensen worden nu beheerst door angst – en dat allemaal door Monsanto.”

Welke veranderingen heeft octrooirecht gebracht? Percy Schmeiser verbouwde koolzaad en net als veel andere akkerbouwers bewaarde hij elk jaar een deel van de oogst om het jaar daarop als zaad te gebruiken. Dit is toegestaan onder het kwekersrecht – boeren betalen een bescheiden licentie. Schmeiser gebruikte al decennia eigen zaad en hoefde daarom niemand meer een licentie te betalen. Tot Monsanto op een dag ontdekte dat een deel van Schmeisers gewas een eigenschap bezat waarop Monsanto een octrooi had. Nu is het zo dat bij koolzaad kruisbestuiving over grote afstanden plaats kan hebben, zegt de Wageningse specialist Bert Lotz, en genetische modificaties kunnen zich zo op natuurlijke wijze verspreiden.

De genetische modificaties van Monsanto kunnen dus zonder bewust handelen of zelfs maar medeweten van Schmeiser in zijn gewas terecht zijn gekomen. Toch schond Schmeiser daarmee het octrooirecht van Monsanto, zo meende het bedrijf. Het hooggerechtshof in Canada gaf het gelijk, al hoefde Schmeiser geen vergoeding te betalen omdat de modificaties hem geen winst hadden gebracht. Maar vrijelijk over zijn eigen gewassen beschikken was voorbij voor Schmeiser.

Het veel striktere octrooirecht geeft Monsanto de mogelijkheid boeren te verbieden om een deel van hun oogst te gebruiken als zaaizaad. Het bedrijf wil dat boeren elk jaar nieuw zaad kopen bij Monsanto. De onderneming voert een agressief handhavingsbeleid, inclusief een telefonische kliklijn waar mensen anoniem tips kunnen achterlaten. Volgens het Center for Food Safety in Washington heeft Monsanto tot zomer 2006 tot maximaal 4.500 ‘piraterijkwesties’ met boeren gehad waarbij het bedrijf tussen de 85 en 160 miljoen dollar heeft opgestreken. De meeste boeren hebben er niet, zoals Schmeiser, honderdduizenden dollars en jaren stress voor over om een miljardenbedrijf te bestrijden. Zij stemmen in met een schikking die standaard inhoudt dat ze nooit iemand zullen vertellen hoeveel ze Monsanto betalen – vandaar dat de schatting van het CFS zo breed is.

De tweede verandering die het octrooirecht heeft gebracht – de verandering waar Plantum tegen ageert – is het verbod voor andere veredelaars om vrijelijk met het nieuwe gewas van de concurrent verder te experimenteren. Onder het oude kwekersrecht bestaat die vrijheid wel. „Dankzij het kwekersrecht is open innovatie mogelijk”, zegt Ben Tax, directeur van zaadbedrijf Rijk Zwaan en groot voorstander van het standpunt van Plantum. Die innovatie is van het grootste belang voor de wereldwijde voedselvoorziening, stelt Tax, want gewassen moeten continu worden verbeterd om bijvoorbeeld weerstand te blijven bieden aan schimmels en ziekten die zich ook continu aanpassen. „Gewassen kunnen ten onder gaan als er niet genoeg vernieuwing is”, zegt Tax.

De noodzaak van octrooien, ook als het gaat om technieken die in klassieke veredeling worden gebruikt, ligt in de groeiende kosten die veredeling met zich meebrengt, meent echter Pim Lindhout, directeur onderzoek en ontwikkeling bij De Ruiter Seeds dat vorig jaar werd overgenomen door Monsanto. Zonder octrooien kunnen veredelaars hun investeringen niet meer terug verdienen. Tax van Rijk Zwaan is een andere mening toegedaan. Ook al mag in het kwekersrecht een veredelaar een nieuw gewas van een concurrent als basis gebruiken, als hij zelf een concurrerend gewas op de markt wil brengen, moet dat weer herkenbaar anders zijn. En dat kost nog altijd jaren, stelt Tax, waarin de oorspronkelijke ‘uitvinder’ genoeg tijd heeft om zijn investering terug te verdienen.

Tax vreest monopolies op de markt. „Neem spinazie. Maar drie bedrijven leveren momenteel wereldwijd 80 tot 90 procent van alle zaad voor de spinazieteelt. Zonder die drie bedrijven eten we geen spinazie meer. Als een bedrijf een bepaalde eigenschap van spinazie weet te monopoliseren, dan houden we maar één bedrijf over. Dat is geen goede ontwikkeling en om dat te voorkomen hebben we juist het kwekersrecht.”

Lindhout ziet het anders: „Ook met octrooien blijft nieuwe techniek via licenties toegankelijk, maar er moet wel voor betaald worden.” Alleen vertrouwt niet iedereen op de goede wil van de octrooihouder. „Een bedrijf dat winst als belangrijkste oogmerk heeft, zal ofwel hoge bedragen vragen of geen licentie geven”, zegt Tax.

„Wij horen van bedrijven dat onderhandelingen over licenties heel erg moeilijk zijn en de gevraagde bedragen heel erg hoog”, zegt Aad van Elsen, directeur van Plantum. Een aantal Nederlandse zaadbedrijven „staat al buitenspel”, meent hij. In groenten, waar Nederlandse bedrijven vooral actief zijn, is de concentratie nog niet zo groot als in de akkerbouw (granen) waar de biotechbedrijven hun positie hebben opgebouwd. Maar de huidige trend is juist dat grote spelers als Monsanto en Syngenta nu ook de markt voor groentezaden betreden door Nederlandse bedrijven op te kopen.

„Plantum heeft 420 leden van wie er vijf onderdeel zijn van biotechbedrijven als Monsanto”, zegt Van Elsen. „Die bedrijven hebben hun standpunt niet goed genoeg duidelijk kunnen maken aan de anderen. Daar zijn ze natuurlijk niet blij mee.”

Een maand na het oordeel van Plantum stuurden Monsanto, Syngenta en de brancheorganisatie Crop Life International brieven aan de Nederlandse regering met het verzoek het octrooirecht niet te veranderen. „Sterke rechten van intellectueel eigendom en de mogelijkheid om onze investeringen in onderzoek en ontwikkeling te beschermen, zijn essentieel om blijvend nieuwe producten aan te bieden aan telers wereldwijd”, aldus Consuelo E. Madere, president van de groentendivisie van Monsanto, in haar brief.

Minister Gerda Verburg (Landbouw, CDA) kondigde vorige maand een onderzoek aan naar de sociaal-economische gevolgen van kwekers- en octrooirecht. Over de voors en tegens van beide rechtstelsels laat de leider van dit onderzoek, Niels Louwaars van het Centrum Genetische Bronnen van de Wageningse universiteit, zich niet uit. Wel stelt hij dat open innovatie „een maatschappelijk doel” moet zijn, want kwekers hebben een continue stroom nieuwe plantenrassen nodig ter bescherming tegen ziekten of schimmels, die zich ook continu aanpassen aan nieuwe gewassen.

Het standpunt van Plantum en de lobbybrieven zijn te vinden op nrc.nl