'Kritiek op mij is onjuist en onheus'

Commissarissen van voedingsbedrijf Wessanen willen niet dat de ontslagen topman Ad Veenhof zijn vertrekpremie krijgt. Veenhof reageert ontstemd.

In een ongebruikelijke verklaring aan de eigen aandeelhouders veegt de raad van commissarissen van voedingsmiddelenconcern Wessanen de vloer aan met het beleid van voormalig bestuursvoorzitter Ad Veenhof. In de gisteren verspreide agenda voor een speciaal ingelaste aandeelhoudersvergadering schrijven de commissarissen dat de man die in februari werd weggestuurd „onvoldoende collegiaal” was, „niet doortastend genoeg” en een onverantwoord dividendbeleid voerde.

Op die extra vergadering, 8 september, vragen de commissarissen toestemming om het arbeidscontract met Veenhof via de rechter te laten ontbinden. Alleen zo kan men voorkomen dat Veenhof de ontslagvergoeding krijgt waar hij contractueel recht op heeft: 1,8 miljoen euro aan ontslagvergoeding en 2 ton aan aandelen.

Ad Veenhof (63) is zeer ontstemd over de verklaring van de commissarissen. Hij noemt hun aantijgingen „deels onjuist en deels onheus”.

Wat is er misgegaan sinds 24 februari, de dag dat u ontslagen werd?

„De raad van commissarissen heeft toen toegezegd mijn arbeidsovereenkomst volledig te honoreren, maar dat is er nooit van gekomen. U kunt er vanuit gaan dat ik die overeenkomst anders zo had getekend. Inhoudelijk kan ik nu helaas niet op de kwestie ingaan. De afgelopen weken hebben we meermalen om tafel gezeten, maar we zijn er niet uit gekomen.”

Herkent u zich in alle kritiek?

„Ik weerspreek dat ik als bestuursvoorzitter dominant en oncollegiaal zou zijn geweest. Mijn collega’s hadden wel bewegingsruimte. Zij zijn er de types niet naar om die ruimte te laten inperken. Ik heb hen na mijn vertrek nog gesproken. Ze bedankten me voor de goede samenwerking.”

Hebt u het dividendbeleid te laat aangepast, zoals de raad beweert?

„De externe accountant heeft nooit een negatieve persoonlijke opmerking over mij gemaakt ten aanzien van financiële verslaglegging en de resultaten.”