'Ik alleen ben de baas in mijn eigen bv'

Golfen als metafoor voor het leven, zo kijkt Robert-Jan Derksen naar zijn sport. „Ik doe het allemaal zelf. Als ik een bal verkeerd sla, heb ik weinig excuses.”

De vraag was of hij een ander mens is geworden sinds hij golft. Rustiger, geduldiger, meer in balans misschien, of toch narriger wegens het feit dat een golfpartij nooit tot tevredenheid stemt. De voortdurende glimlach op het gezicht van Robert-Jan Derksen wordt voor even verdrongen door een serieuze blik. „Jazeker”, zegt hij dan. „Als topsporter heb ik leren zeggen: ik alleen ben de baas in mijn eigen bv. Het draait allemaal om mij. Als ik het niet goed doe, doe alleen ik het niet goed. Ik kan niemand anders de schuld geven. Golf speel je alleen. Ik doe het allemaal zelf. Als ik een bal verkeerd sla, heb ik het gedaan. Ik heb weinig excuses. Het is altijd mijn schuld.”

In het clubhuis van Het Rijk van Nijmegen, de golfbaan in Groesbeek waar hij als veertienjarige zijn eerste ballen sloeg, kijkt hij niet om zich heen. Hij ziet alleen zijn gesprekspartner. Hij is geconcentreerd, gefocust op de vragen die hij serieus, uitvoerig en met nuance wil beantwoorden. „Ik moet altijd kritisch naar mezelf kijken. Ik moet er alles voor over hebben om de top te bereiken. Soms op een harde manier. Ik moet nu zeggen dat ik drie interviews in twee uur doe, terwijl ik misschien wel een uur met jou wil praten. Maar ik moet zo ook nog trainen. Als ik niet voor mezelf opkom, zal niemand zeggen: hé Robert, moet jij niet trainen?”

Hij is verantwoordelijk voor zijn eigen daden en fouten. Het golfspel als metafoor voor het leven. „Als ik voor een bepaalde stok kies en sla, soms na overleg met mijn caddie, ben ik alleen verantwoordelijk. Als ik een training oversla, is het mijn schuld als het niet goed gaat. Als er structureel iets niet goed gaat, dan kan ik er met mijn coaches en mijn caddie over praten hoe ik dat kan veranderen. Maar het is mijn keus, wat ik ook doe in het leven.”

Hij heeft getennist, tot zijn zestiende, op vrij hoog niveau. Maar dan was er altijd de tegenstander die een bal sloeg die hem te machtig was. Golf is volgens hem meedogenloos en werpt je terug op jezelf. „Ik heb sponsors nodig, met wie ik moet omgaan. Ik heb coaches nodig, die ook hun rooster hebben. Ik moet mijn trainingen plannen. Elke dag, elk uur.”

Een paar jaar geleden was hij uitgenodigd voor een Champions League-wedstrijd van PSV, samen met autocoureur Jos Verstappen, tennisser Paul Haarhuis en zwemmer Pieter van den Hoogenband. De wedstrijd begon om kwart voor negen. „Van den Hoogenband was er niet omdat het te laat zou worden. Elf uur, hij moest de volgende ochtend trainen voor de Olympische Spelen. Die Spelen waren pas over een jaar. Maar hij moest naar bed. Dat is nu de discipline die topsport verlangt.”

Sinds eind vorige week heeft Derksen twee weken vrij. Even geen toernooi, ergens in Europa of Azië, om punten en geld te vergaren in het Europese Tourklassement. „Vrij? Ik train, ik fiets, ik loop hard en kom mijn verplichtingen met sponsors en organisaties na. Ik praat met mijn club in Groesbeek, geef interviews, sla ballen, moet chippen en putten. Elke dag met golf bezig zijn, niet verslappen, het lichaam verzorgen, de swing onderhouden en praten met mensen hoe je nóg beter kunt trainen. Die beslissende put moet straks wel vallen.”

Twee vrije weken, toevallig in de aanloop naar het KLM Open dat donderdag begint. Het komt zelden voor dat hij zo lang vrij is. Het is een luxesituatie die mede voortkomt uit de economische crisis. Sommige toernooien zijn daardoor uitgevallen. Weer andere stellen minder prijzengeld ter beschikking. Dat wordt volgend jaar waarschijnlijk alleen maar erger. Van zijn sponsors heeft Derksen nog weinig te vrezen: ze sloten allemaal een meerjarig contract met hem. „Voor mij heeft de crisis geen nadelig effect, ik kan me handhaven op de Europese Tour. Maar voor jonge spelers, zoals de Nederlanders Taco Remkes, Wil Besseling en Inder van Weerelt, die net zijn begonnen en op de rand leven, kan het funest zijn. Als ze zich niet handhaven, vallen ze terug en verdienen ze te weinig geld.”

Soms stoort het Derksen dat buitenstaanders golf associëren met veel geld verdienen. Alsof golfers uitsluitend spelen om rijk te worden. Als Tiger Woods een toernooi wint, wordt steevast gemeld dat hij er een miljoen dollar mee heeft verdiend. „In geen enkele sport wordt het prijzengeld vermeld. Als Federer Wimbledon wint, als een voetbalclub de Europa Cup wint, nooit. Alsof ik bij elke slag of put denk aan geld. Om die reden golf ik niet. En ik heb er hard voor gewerkt. Als mensen zo graag rijk willen worden, moeten ze toch lekker gaan golfen. Maar dan moeten ze ook hard werken. De buitenstaander weet niet wat er aan de hand is, wat we verdienen en wat we er van moeten betalen.”

Begin dit jaar werd Derksen door Sportweek op de vijftigste plaats gezet van best verdienende Nederlandse sporters in 2008. Zijn inkomen werd geschat op 900.000 euro. „Onzin. Mijn prijzengeld is openbaar, op de lijst van de Europese Tour. Maar wat ik aan sponsorinkomsten krijg, kan niemand weten. Dat is dus een gok. Ze weten niet wat ik uitgeef. Voor mijn vier coaches, de reizen die ik zelf moet betalen. Naar een toernooi in Australië moet ik businessclass vliegen, om uitgerust aan het toernooi te beginnen. Neem ik een coach mee, dan kost dat me 10.000 euro of meer. Onzin dus.”

Derksen laat zich er niet door afleiden, zoals een volleerd golfer die de waterhindernis voor zijn neus en de bunkers rechts en links van de fairway of de green wil negeren. „Het is geen mazzel, maar hard trainen, de beste mensen om je heen verzamelen, de juiste keuzes maken, en een dosis geluk.”

De glimlach blijft, zijn bruine ogen blijven glinsteren. Een vrouwelijke fan komt voorbij. Leuk, maar de focus blijft golf. „Als je een jaar speelt op de Europese Tour moet je alles zelf betalen. Dat gaat via jezelf of via je sponsors. Je moet al snel rekenen op 250.000 per jaar. Dat is gigantisch. Als er een sponsor wegvalt, komt er niet zo snel één bij. Zeker nu niet. Dus wie het wil redden, moet scoren. Als je de Tourkaart net op het randje behoudt, speel je break even. Dat is geen vetpot.”

Ach, golf is toch niet meer dan een balletje slaan, zullen veel mensen denken? Derksen verwijst naar turner Yuri van Gelder met zijn spierballen. „Als je die aan de ringen ziet hangen, denkt iedereen: die zal hard trainen. Dat lichaam heb ik niet. Maar ik werk net zo hard. Ik kan drie uur met mijn mental coach aan tafel zitten, drie uur met mij puttingcoach oefenen, drie uur met mijn swingcoach, of drie uur met mijn fitnesscoach bezig zijn om op souplesse te oefenen. Dat zie je niet.”

Miskend misschien, of verongelijkt? Geenszins. Dat past een golfer niet. Op de website van ’s werelds beste golfer Tiger Woods staat zijn dagindeling: ’s morgens om zeven uur op, hardlopen, ontbijten, ballen slaan, lunch, ballen slaan, putten, swingen, chippen, krachttraining, rusten, mental training, ballen slaan, avondeten, half tien slapen. „Veel doen, maar niet te veel doen, het is een mentale sport, een concentratiesport, alles moet afgewogen zijn, met jezelf en je coaches”, zegt Derksen.

Derksen beschikt over een swingcoach, de Ier Tom O’Mahoney; een puttingcoach, de Engelsman Paul Hurrion; en een mental coach, de Welshman Alan Fine. De laatste ziet hij vijf of zes keer per jaar en spreekt hij regelmatig aan de telefoon. „Ik vertel over dingen die goed en fout gaan. Over de dialoog met mijn caddie, Jannie Basson. Soms zijn dingen heel simpel, maar je moet er wel over kunnen praten met iemand die het aanvoelt. Geen golfer zonder mental coach. Het is tenslotte een mental game. Zonder mentale fitheid is geen techniek perfect.”

Als Derksen vrij is, gaat hij naar zijn puttingcoach Paul Hurrion, coach van topspelers, onder wie Padraig Harrington. In een studio in Birmingham worden zijn bewegingen geregistreerd door zeven hogesnelheidscamera’s. „Dan sta ik op een plaat die mijn gewichtsverdeling, linkervoet-rechtervoet, meet. Beeldje voor beeldje wordt geanalyseerd. Hij kan censoren op je lichaam plakken om te zien waar je spieren zich wel en niet aanspannen. Daar kun je uren staan, maar dan kom je op de green. In de wedstrijd wordt het mentaal. Dat is vooral bij golf het grote probleem.”

Om nog beter te worden, gaat hij ook het fitnessprogramma met zijn physical trainer intensiveren. Kracht moet ook, niet alleen souplesse. „Sinds Tiger Woods laat zien dat je met kracht verder slaat, doet iedereen aan krachttraining. De banen worden ook moeilijker en langer. Je moet verder kunnen slaan. Aan de hand van intensievere trainingen en voeding moet ik fysiek sterker kunnen worden. Ik kan niet stil zitten, iedereen doet het. Ik ga nog steeds vooruit, ik word constanter in mijn spel. Ik weet wat ik kan en niet kan. Pas als ik het gevoel heb dat ik niet meer beter word, over een jaar of vijf, dan stop ik. Eerder niet. Het is een fantastische uitdaging elke dag, elk toernooi, om beter te worden. Dat is mijn leven.”

Volgende week donderdag begint hij als de beste Nederlandse golfer aan het KLM Open in Zandvoort. Maarten Lafeber heeft al een keer gewonnen, de jonge Joost Luiten bijna. Derksen nog niet. De druk? Ach ja, daar zijn we weer met de ‘mental game’. De voorbereiding is mede daarom anders dit jaar, niet omdat hij twijfelt. Hij wil het doen zoals in elk toernooi, waar ook ter wereld. Hij lacht, de lach van een ontspannen mens. „In het weekend ga ik aan de slag met mijn swingcoach en mijn puttingcoach. Maandag neem ik rust en pas op dinsdag ben ik in Zandvoort. Eerder wil ik er niet zijn. Ik word afgeleid, moet mensen een hand geven, op de foto, socializen. Ik moet me voorbereiden zoals ik doe op een toernooi in Tsjechië. Niets extra, niet zoals voetballers extra trainen op penalty’s.”

Hij wil bij zichzelf blijven. „Ik ben mezelf, ik bereid me voor op mijn eigen manier en ik speel voor mezelf. Dat is de enige manier om te overleven – en te winnen.”