Hollands Facebook greenkeeper Dick Vastenhouw

Volgende week wordt op de Kennemer in Zandvoort het KLM Open gespeeld. Het is de 90ste editie van het Internationale Open Golf Kampioenschap van Nederland. Internationale sterspelers als de Spanjaard Jose Maria Olazabal, de Noord-Ier Darren Clark en de Schot Colin Montgomerie doen mee, en Nederlandse topspelers als Robert Jan Derksen, Maarten Lafeber en Joost Luiten. Dick Vastenhouw zorgt er met een team van 17 greenkeepers voor dat de baan in ‘championship condition’ is volgens de criteria van de European Tour, waaronder het toernooi valt.

Waarom ben je greenkeeper geworden?

„Ik werkte op het Dolfirama in Zandvoort, maar dat ging failliet. Toen vroeg iemand of ik geen zin had op de golfbaan van Zandvoort te gaan werken. Leek me wel leuk, ik houd van de natuur en van de sport. Ik ben de hele dag buiten, van ’s morgens zeven tot ’s middags vijf. Soms ben ik al om vijf uur op de baan. Soms zit ik in mijn kantoor achter de computer, die heb ik sinds een jaar of vijf, zes. Daarop kan ik de hele baan overzien en een gewenste sproei-installatie met een druk op de knop in werking stellen.”

Was dat niet wennen, zo van de dolfijnen naar de golfspelers?

„Jazeker, de eerste paar jaar heb ik me voortdurend afgevraagd: wat is dit? Dat er zoveel klasseverschil in de wereld bestaat. De sfeer was, hoe zeg je dat netjes: nogal feodaal. Maar ik raakte er aan gewend. Mensen blijven mensen. En de sfeer op de baan en club is in de loop der jaren zeker veranderd.”

Wat is er nog meer veranderd voor een greenkeeper?

„Het maairegime. Er staan nu machines die 50.000 euro per stuk kosten. Al die apparatuur kost wel een miljoen. Vroeger mocht er met kunstmest worden gewerkt. Dat werkte snel en agressief. Nu zijn daar andere producten voor, die ook nog eens duurder zijn. Wil je zoals nu een toernooi voor de European Tour organiseren, dan moet de lengte en de snelheid van het gras op de green aan bepaalde eisen voldoen. Bij veel wind moet de bal bijvoorbeeld wel blijven liggen. De KLM Open is een piek in het jaar, dan moet de baan op z’n best zijn. Tijdens het toernooi maaien we de green zowel ’s morgens als ’s avonds twee keer, dus vier keer op een dag. Buiten het toernooi vier keer in de week.”

Wat doe je als hoofdgreenkeeper?

„Ik ben nu sinds 15 jaar hoofd. De week plannen, de mensen inzetten, via de computer mailen met andere banen wanneer we iets raars aan het gras hebben gezien. Misschien is er een ziekte, misschien moeten we anders maaien en sproeien. Doornemen welke bomen en struiken verplaatst of gesnoeid moeten worden. De bunkers schoon houden. Eigenlijk ben ik gewoon deel van het team. Wij werken samen, we kijken elkaar tevreden aan als de spelers tevreden zijn na afloop. Dat de winnaar tevreden is, geloof ik wel. Ik hoor het liever van kenners, van mijn eigen mensen vooral. Dat we samen tevreden zijn. Want denk er om: ik ben heel lastig en veeleisend.”

Volgend jaar wordt het toernooi niet langer op de Kennemer gespeeld, maar op de Hilversumse, ga je het missen?

„Ik zal het zeker missen. Want je begint ieder jaar met de gedachte dat de baan in augustus in topconditie moet zijn. Volgend jaar zal er geen piek zijn. Dan willen we gewoon altijd een perfecte baan hebben. Het is gek, maar ik heb niet het idee dat we zo goed voor de baan zorgen om het alleen de mensen naar de zin te maken, we doen het ook voor onszelf. Kijk onze tuin er eens mooi bij liggen, zie de vogels, de konijnen en de planten en bloemen. Het moet toch vooral een natuurparadijsje zijn waar iedereen van kan genieten.”