Fiscus verliest zaak om leaseheffing

De fiscus heft in sommige gevallen te veel belasting van werknemers met een auto van de zaak. Dat is de uitkomst van een proefprocedure voor de rechtbank in Arnhem. Een directeur uit Drenthe hoeft daardoor over een belastbaar bedrag van bijna 30.000 euro geen belasting te betalen voor het privégebruik van zijn zakenauto.

De inzet van de procedure was het autokostenforfait: de speciale inkomensheffing op het privégebruik van een auto van de zaak. In ruil voor het recht de auto ook in zijn vrije tijd te mogen gebruiken, moet de automobilist ieder jaar 25 procent van de catalogusprijs van de auto bij zijn loon optellen.

De automobilist kan aan de extra belasting ontsnappen via een legale vluchtroute. Hij moet dan minder dan 500 kilometer per jaar aan privéritten maken. De directeur van een Drents bedrijf deed een beroep op deze vrijstelling. Hij kon dat ook makkelijk doen. In zijn garage staat nog een veel grotere auto dan zijn leaseauto (een Audi A8), voor zijn gezin met vijf kinderen. Van huis uit rijdt hij met de Audi dagelijks de 2,6 kilometer naar zijn werk.

Die ritten tellen niet als privéritten. Woonwerkverkeer is in de wet namelijk gekwalificeerd als zakelijk verkeer. Tot zover is de fiscus het eens. Het probleem ontstaat doordat de man tussen de middag naar huis rijdt om daar te lunchen. Een futiliteit die op jaarbasis oploopt tot zo’n 1.000 kilometer extra. Ruim meer dan de vrijgestelde 500 kilometer, zo redeneert de belastinginspecteur. De directeur heeft zijn vrijstelling verspeeld.

Maar de belastingrechter in Arnhem heeft de directeur gelijk gegeven. Die kijkt simpelweg naar de letterlijke wettekst en niet naar het motief om in werktijd een extra ritje naar huis te maken. Daar mag de fiscus zich niet mee bemoeien.

De uitspraak schept ruimte: alles wat er van huis naar werk wordt gereden, is in fiscale zin zakelijk verkeer. Het is niet bekend of de fiscus in beroep gaat.