De vrijwilliger

Zeven was Marianne Verweij (41) toen ze voor het eerst en uit eigen beweging op een paardenrug klom. De gelukkige was Grijsje, een schimmel. Alleen ontbrak de wedstrijdmentaliteit, school en vriendjes kregen voorrang. Maar een oude liefde wordt nooit vergeten en na enkele jaren schafte Marianne zich een paard aan, Jikke, een fries en werd lid bij de eenenzeventig leden tellende Malsnaruiters te Buurmalsen, een landelijke rijvereniging en ponyclub voor ruiters met een eigen paard. Waar ze wekelijks vijfmaal opdraaft; als bestuurder, in de bak (lesnemend) en als rijdend lid. Maar vooral als enthousiast vrijwilliger die zorgt voor het eeuwigdurende onderhoud der dieren en materialen. Niet in haar eentje natuurlijk, volgens eigen zeggen is ze tenslotte maar een vrouw en die zijn normaliter ijzersterk in delegeren, coördineren en manipuleren. Harken, vegen, met de bosmaaier zwieren, dat gaat haar goed af. Maar het zware werk dient nu eenmaal door het mannelijke geslacht en hun onafscheidelijke speelgoed, de machine, te worden gedaan. Bijna alle klussen worden door clubleden verricht. Die bezitten soms bedrijven en bijbehorende machines die toevalligerwijs ook handig voor de club zijn en die dienen vervolgens kosteloos of tegen een kleine vergoeding beschikbaar te worden gesteld. Afgelopen jaar werd de rijbak gerenoveerd en hindernissen voor de springtuin gefabriceerd. De (vrijwillige?) samenwerking tussen dier en mens heeft in het landelijke Buurmalsen een hechte en gezellige club opgeleverd.

Dit is aflevering 15 in een serie over vrijwilligers in de sport.