De draak moet weer dood

De mythe van Sint-Joris en de draak wordt in het Limburgse Beesel eens in de zeven jaar uitgebeeld in een groots, gekostumeerd spektakel.

De draak, de soldaten en het kasteel: 'Draaksteken' in Beesel. (Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold) beesel drakensteken foto rien zilvold Zilvold, Rien

Eén keer in de zeven jaar beheerst het Draaksteken het Limburgse Beesel. Het ritueel doden van een monsterlijk creatuur is er uitgegroeid tot een tweeënhalf uur durend massaspektakel.

Een groepje ‘soldaten’ deserteerde bij een vorige repetitie. De jongeren vierden een paar daagjes vakantie in Renesse. Met onverholen sarcasme zegt regisseur Cees Rullens ten overstaan van alle 450 bij het ‘Draaksteken’ betrokken acteurs te hopen dat ze het leuk hebben gehad. Voor hem valt het duidelijk in de categorie ‘eens, maar nooit weer’.

Rullens weet hoe je grote groepen bespeelt. Hij heeft ervaring met openluchtspektakels: dit jaar regisseerde hij al de opening van het Wereld Muziek Concours in Kerkrade, bij de in 2010 op te voeren Passiespelen in Tegelen heeft hij dezelfde rol. Het Draaksteken in Beesel kan slechts georganiseerd worden dankzij de inzet van achthonderd vrijwilligers en alleen als niemand verzaakt.

Dat betekent een flinke claim op het Maasdorp van 2.500 inwoners. Maar die ene keer in de zeven jaar dat het Draaksteken plaatsvindt, leeft het spel dan ook tot in alle uithoeken van Beesel. Al bij de afslag van de A73 – nog twee kilometer van het dorp – waakt een acht meter hoge draak op een rotonde. De straten hangen vol banieren. In de voortuinen staan de producten van huisvlijt en creativiteit: veelal ridders en draken.

De draak die in het steekspel zelf gebruikt wordt, is in de afgelopen jaren ook verder vervolmaakt; het monster, dat rond een tractor is gebouwd, heeft steeds meer bewegende delen gekregen in de loop van de jaren.

Het Draaksteken in het tussen Roermond en Venlo gelegen Beesel grijpt terug op de legende van Sint-Joris. In het aloude verhaal staat het monster voor het heidendom. In het Limburgse dorp is het meer en meer de symbolisering van het kwaad geworden. De traditie gaat ver terug: de oudste vermelding van het Draaksteken in Beesel stamt uit 1736. Vorm en frequentie wisselden sindsdien. Vanaf 1960 wordt het spel eens in de zeven jaar opgevoerd. De laatste edities zijn steeds grootschaliger: komend weekeinde en het weekeinde daarop worden zes keer 2.5000 toeschouwers verwacht bij het toneelstuk in middeleeuwse setting.

Marcel Claessen heeft het zien groeien. Als 7-jarige zwaaide hij als figurant naar de koning, nu vertolkt hij als 42-jarige zelf de rol van de vorst. „Dat jongetje van toen zit nog wel in me. Het gaat me nog steeds om het spel”, zegt hij. De aanpak is wel vele malen serieuzer. Destijds werd hij ’s morgens gevraagd en stond hij ’s middags voor het publiek. „Met de voering uit mijn winterjas kon ik me als een middeleeuwse jongen hullen in een soort schapenvacht.” Nu deed Claessen, in het dagelijks leven leerkracht op een basisschool, vorig jaar mei auditie, tijdens de vorige zomervakantie oefende hij zijn tekst op de hei en vanaf september begonnen de repetities.

„Zeven jaar lang ligt er een deken over het dorp”, zegt Claessen. „Als die wordt weggerold, ontwaakt de slapende reus en blijkt iedereen weer met navelstrengetjes met elkaar verbonden.” In zijn familie overstijgt het Draaksteken generaties. Zijn vader speelde mee in het verleden. Zijn zoon proefde al aan de traditie bij het onlangs gehouden kinder-draaksteken. Volgens Claessen is het Draaksteken cement voor de Beeselse samenleving. „Die heel intensieve periode verbindt de mensen weer voor jaren.” De draaksteekperiode duurt dit jaar tot 23 augustus.

Voor programma Beesel zie www.draaksteken.nl