Beloning voor een trendy vrouwensport

In 2012 kunnen voor het eerst in de geschiedenis vrouwen meedoen aan de strijd om olympische boksmedailles. „De sport is in de afgelopen vijf jaar enorm gegroeid.”

Schermen met handschoenen aan, zo omschreef een bestuurslid van de Engelse boksbond deze week het vrouwenboksen. De sport, die meer op techniek en tactiek is gericht dan bij de mannen, werd donderdag toegevoegd aan het programma van de Olympische Spelen in Londen (2012). In Groot-Brittannië geldt een mogelijk optreden in eigen land als ultieme stimulans, maar ook de Nederlandse Boks Bond (NBB) is bezig vrouwen te motiveren voor de Olympische Spelen.

De NBB wil zich met hulp van stichting Rotterdam Topsport kandidaat stellen voor de organisatie van de Europese kampioenschappen voor vrouwen in 2011, een jaar voor de Olympische Spelen. Initiatiefnemer om het EK naar Nederland te halen, is Hans de Bruijn, pr-adviseur en lid van de jubileumcommissie van de boksbond, die in 2011 ook nog het honderdjarig jubileum viert. Hij gaat ervan uit dat de NBB voor oktober een kansrijk bid indient bij de internationale boksbond (AIBA), met een begroting van tussen de 200.000 en 300.000 euro.

Topsportcoördinator en oud-voorzitter van de boksbond Stan van den Driessche is enthousiast over de plannen, maar wil niet afhankelijk zijn van het titeltoernooi. „Met de EK zou de exposure voor vrouwenboksen vanzelf komen, maar we moeten de ontwikkeling niet alleen daar vanaf laten hangen.” Van den Driessche hoopt dat Nederlandse bokssters al eerder internationaal aansprekende prestaties hebben geleverd in de drie olympische gewichtsklassen, tot 51, 60 en 75 kilogram.

Vrouwenboksen werd in 2005 nog geweigerd als olympische sport door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en stond één keer als demonstratiesport op het programma (1904). Het besluit van het IOC van afgelopen donderdag werd geprezen door de boksbonden, die stellen dat oude zorgen over competitiviteit en gezondheid zijn weggenomen. „Boksen was de enige olympische sport waaraan geen vrouwen deelnamen’’, zei IOC-voorzitter Jacques Rogge. „De sport is in de afgelopen vijf jaar enorm gegroeid. Nu is het tijd de sport naar de Spelen te halen.”

Bij de internationale boksbond zijn 500.000 bokssters met een licentie geregistreerd, verdeeld over 120 landen. De NBB telt weliswaar zo’n honderd vrouwelijke leden, maar een veelvoud van dat aantal bokst recreatief, na een snelle groei in de afgelopen jaren. „Dat heeft echt niet alleen te maken met zelfverdediging”, zegt De Bruijn. „Boksen is bij vrouwen trendy geworden, vooral ook onder allochtonen.” Zo hebben sommige boksscholen niet alleen aparte avonden voor vrouwen, maar zelfs lessen die alleen zijn bestemd voor vrouwen van buitenlandse afkomst. „Zo ontstaat een goede basis om het niveau omhoog te krijgen en misschien een meisje te ontdekken dat het juiste niveau kan halen.”

De Bruijn en Van den Driessche noemen dezelfde namen, gevraagd naar Nederlandse vrouwen met olympische potentie. Esther Schouten werd net als eerder Lucia Rijker wereldkampioen, maar ze is als profboksster uitgesloten van olympische deelname. Marichelle de Jong maakt volgens kenners een goede ontwikkeling door, maar bokst in de niet-olympische gewichtsklasse tot 66 kilogram. En de talentvolle Nouchka Fontijn zit in de categorie tot 75 kilogram wel goed, maar geldt nog als onervaren.

Van den Driessche durft dan ook niet te zeggen of in Londen een Nederlandse boksster in de ring staat. „Dat zijn als-vragen, maar ik weet 100 procent zeker dat ergens in Nederland een medaillewinnares op recreatief niveau traint. Statistisch gezien kan dat niet anders. Het is de vraag hoe we dat soort talenten boven water halen en betrokken krijgen bij het boksen op olympisch niveau.”

De boksbond heeft met sportkoepel NOC*NSF een opleidingsprogramma opgezet dat dit weekeinde begint. In de leeftijdscategorieën Scholieren en Junioren zijn ook acht talentvolle meisjes geplaatst. Van den Driessche: „Het is een specifieke opleiding tot topsporter. We hebben potentie gezien, maar tot de Olympische Spelen hebben we een lange weg te gaan. Als ik realistisch ben, hebben kunnen we de groep uiteindelijk uitbreiden tot twintig vrouwen. Van elke sporter maken we een beginsituatie die we naast een grove schets kunnen houden van wat er in Londen wordt verwacht van bokssters.”

Oud-bokser Arnold Vanderlyde, die bokssters traint en zitting heeft in de vrouwencommissie van de Europese boksbond (EUBC), noemt drie jaar voorbereidingstijd relatief kort. „Zeker omdat vanuit de Nederlandse boksbond relatief weinig is gebeurd de afgelopen jaren. Marichelle de Jong won in 2007 een bronzen medaille bij de Europese kampioenschappen, maar die prestatie heeft geen navolging gekregen. Nu de boksbond een nieuw bestuur heeft, hoop ik op veranderingen die het vrouwenboksen ten goede komen.”

Vanderlyde deelt de mening van De Bruijn, die vindt dat de bond ook in aanverwante sporten als thai- en kickboksen op zoek moet naar talent. De Bruijn: „We beseffen niet hoe rijk we in dat opzicht zijn in Nederland. Dat soort sporters, die hun eigen discipline echt goede resultaten hebben behaald, is nu al 60 procent van de trainingstijd bezig met gewoon boksen. Voor de Zomerspelen willen ze misschien wel overstappen.”

Ook Vanderlyde is ervan ‘overtuigd’ dat in Nederland dat ene meisje traint met voldoende aanleg voor olympische deelname. „Maar dan nog is drie jaar lang een ongelofelijke focus en 100 procent toewijding nodig, niet alleen van de boksster. Ook de strategie van de bond, het trainingsprogramma en de samenwerking van de mensen om haar heen moeten in orde zijn.”