WAAR IS TOBIAS?

Vandaag gaan Rintje, Henriette en Tobias naar het strand. Mama heeft een houten wagentje achter haar fiets gehangen, daar kunnen ze met z’n drieën in.

Het laatste stuk moet mama heel hard trappen omdat ze het duin op moet fietsen.

Maar dan zien ze eindelijk de zee!

„Hoera!” roepen Rintje, Henriette en Tobias blij. „De zee!”

„Mogen we vast uit de bak?” vraagt Rintje. „Dan kunnen we naar beneden rennen door het zand!”

„Ga maar”, zegt mama. „Maar wel beneden op mij wachten!”

„Wie het eerste beneden is!” roept Rintje.

Met z’n drieën stuiven ze het duin af. Op het strand rollen ze op hun rug lekker door het zand.

Als mama beneden is gaan ze een plekje zoeken.

„Hier is het mooi”, zegt mama. Ze pakt de parasol uit de mand en zet hem neer.

„Mogen we nu gaan ballen in zee?” vraagt Rintje.

„Dat mag”, zegt mama. „Maar alleen in de branding, jullie mogen niet echt in het water gaan!”

„Beloofd”, zegt Rintje. Hij rent met Henriette en Tobias naar de rand van het water.

„Oei”, zegt Henriette. „Het water is nog best koud.”

Maar na een tijdje zijn ze gewend. Ze doen tikkertje met de bal.

Rintje gooit de bal naar Tobias. Heel ver. Tobias rent er achteraan. Maar de bal rolt verder en verder. Nu heeft Tobias hem bijna te pakken. Maar hij krijgt hem net niet tussen zijn tanden. Met zijn neus duwt hij de bal steeds verder.

Eindelijk heeft hij de bal te pakken.

Tobias draait zich om. Waar zijn Rintje en Henriette gebleven?

Waar hij ook kijkt, nergens kan hij zijn vrienden ontdekken. En ook de parasol van de moeder van Rintje ziet hij niet. Wel een heleboel andere honden en parasols, maar ze lijken allemaal op elkaar. Tobias moet huilen. „Wat is er aan de hand, jongeman?” vraagt een grote hond. „Ik ben m’n vrienden kwijt”, zegt Tobias.

„Van welke kant kom je?” vraagt de hond. Tobias wijst. „Kom”, zegt de hond, „dan help ik je zoeken”.

Na een tijd lopen ziet Tobias opeens een bekende parasol. Hij rent er naartoe. „Waar was je nou?” vragen Rintje en Henriette.

„Ik was de bal vangen, maar ik zag jullie niet meer!”

Mama bedankt de hond voor het terugbrengen van Tobias. „Voortaan moeten jullie beter bij elkaar blijven”, zegt ze. „Maar nu gaan we eerst een ijsje eten voor de schrik!”