Saoedische establishment voert felle cultuurstrijd

Een Saoediër zit vast nadat hij op tv over seks sprak. De geestelijkheid en een factie van conservatieven in het koningshuis vechten tegen culturele liberalisering.

In het ultraconservatieve Saoedi-Arabië zijn geen bioscopen, maar de laatste paar jaar werden hier en daar filmvoorstellingen georganiseerd voor Saoediërs die anders helemaal naar Bahrein moesten. In literaire clubs in sommige steden werden nette films getoond – Iraanse bijvoorbeeld en de Mars van de Pinguïns. In Jeddah en Dammam, naar Saoedische begrippen liberale steden, werden sinds 2006 filmfestivals gehouden, aanvankelijk niet met zoveel woorden als zodanig aangeduid maar vorig jaar zelfs openlijk gesponsord door de autoriteiten. Buitenlandse ambassades begonnen muziekgroepen naar Saoedi-Arabië te halen voor – besloten – concerten, klassiek, rock en hiphop.

Maar wie hierin aanwijzingen dacht te zien van een culturele liberalisering in Saoedi-Arabië, kwam de laatste maanden bedrogen uit. Onder auspiciën van koning Abdullah, die in 2005 aan de macht kwam, zijn inderdaad voorzichtige hervormingen doorgevoerd, maar de geestelijkheid en de conservatieve factie binnen het koningshuis vechten terug.

Vorige maand werd het filmfestival van Jeddah letterlijk op het laatste moment verboden. De autoriteiten kwamen met een administratieve verklaring, dat de voorbereidingen niet op tijd klaar waren. Maar volgens het Franse persbureau AFP had de establishment-geestelijkheid de volgende fatwa, islamitisch decreet, uitgegeven: „een film bijwonen en er toegang toe hebben is taboe en verboden omdat het merendeel van wat het laat zien verboden verstrooiing is die wanorde creëert”. Wanorde, fitna, moet volgens de islam te allen tijde worden voorkomen. Eerder die maand had de religieuze politie een concert in een woongebied voor buitenlanders halverwege afgebroken. „Muziek en alle andere elementen van verstrooiing gelden als boosaardig”, aldus de tekst van een andere fatwa.

Onder deze omstandigheden is duidelijk dat de uitzending van de talkshow Vrijmoedige Rode Lijnen (Ahmar Bilkhat al-Areed) van de Libanese satellietzender LBC waarin de Saoediër Mazen Abdul Jawad vorige maand uitweidde over zijn seksuele ervaringen, tot grote problemen zou leiden.

Abdul Jawad, gescheiden, vier kinderen, vertelde in zijn appartement in Jeddah voor de camera dat hij op 14-jarige leeftijd voor het eerst seks had, met een buurmeisje. Volgens de Engelstalige Saoedische krant Arab News besprak hij vervolgens „in levendig detail” seks en voorspel en verschafte hij een recept voor een afrodisiacum. Hij toonde erotische hulpmiddelen en stapte vervolgens in zijn auto om te laten zien hoe hij via bluetooth op straat contacten legde.

Honderden Saoediërs dienden bij de rechtbank in Jeddah een klacht in tegen Abdul Jawad – inmiddels bekend als de ‘Casanova van Jeddah’ en als de ‘seksopschepper’ – wegens schending van het islamitisch recht, de shari’a, en belediging van Saoedi-Arabië en de islam. Abdul Jawad bood zijn excuses aan en zei dat de producenten van het programma uitspraken uit hun context hadden gehaald en de afspraak niet waren nagekomen om hem op het scherm onherkenbaar te maken. Maar dat hielp hem niet. Hij werd eind juli gearresteerd en riskeert de doodstraf wegens ‘oorlog tegen staat en maatschappij’, al is het wegens de onvermijdelijke internationale ophef onwaarschijnlijk dat die zou worden uitgevoerd.

Deze week werden ook de kantoren van LBC voor onbepaalde tijd gesloten. Interessant is dat LBC wordt gecontroleerd door een schatrijke Saoedische zakenman, prins Alwaleed bin Talal.

Naar Saoedische begrippen is prins Alwaleed buitengewoon liberaal. Hij komt op voor de rechten van de vrouw en hij vindt het onzin dat er geen bioscopen zouden kunnen zijn in Saoedi-Arabië (terwijl het hele land op de satelliettelevisie elke film kan zien). Hij heeft ook een filmmaatschappij die Saoedische films produceert en hij is een belangrijke sponsor van het filmfestival van Jeddah.

Het is niet bekend of prins Alwaleed vooraf afwist van de seks-uitzending op LBC. Het is wel zeker dat zijn conservatieve tegenstanders binnen de koninklijke familie de affaire gretig hebben aangegrepen om de kantoren van LBC te sluiten. Zijn eigen broer, prins Khalid bin Talal, beschuldigde Alwaleed er vorige maand van met zijn media-imperium zedeloosheid te verspreiden en eiste bevriezing van zijn bankrekeningen.

Slechts een enkeling is tot dusverre opgekomen voor Abdul Jawad. Een commentator van de krant Al-Watan, Muhammad al-Foheed, kritiseerde dezer week de „genadeloze maatschappij” waarin „sommigen oproepen tot de doodstraf tegen Abdul Jawad en anderen hem levend willen verbranden”. Veel tv-programma’s hebben de kwestie besproken, schreef hij. „Maar geen daarvan heeft een psychiater of socioloog uitgenodigd om ons te wijzen op de grote fout die wij Saoediërs hebben gemaakt die heeft veroorzaakt dat zoveel van onze jonge mannen worden geobsedeerd door seks!”