OM eist lagere straf verdachte Schipholbrand

Het Openbaar Ministerie heeft in hoger beroep een straf van twee jaar en 24 dagen cel geëist tegen de verdachte van de zogeheten Schipholbrand. Dat is de periode die Ahmed al-J. al in voorarrest heeft gezeten, waardoor hij, wat betreft het Openbaar Ministerie, niet meer de gevangenis in hoeft.

Het OM houdt hem niet als enige verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de brand waarbij elf doden vielen. Wel acht het OM bewezen dat Al-J. op 26 oktober 2005 opzettelijk brand heeft gesticht in zijn cel in het detentiecentrum op Schiphol-Oost. Hij zou dat hebben gedaan door een sigarettenpeuk weg te schieten die in het beddengoed terechtkwam. Hij heeft daarmee de kans aanvaard dat er brand zou ontstaan, vindt het OM.

Dat er tekortkomingen waren in de bouw van de cellen, in de hulpverlening en in de brandmeldinstallatie was volgens het OM doorslaggevend voor de omvang en ernst van de brand. Het feit dat de brandweer laat arriveerde, heeft daar ook aan bijgedragen, aldus het OM. „Er is een opeenstapeling van gebeurtenissen die de situatie erger hebben gemaakt. Toch neemt dat de verantwoordelijkheid van de verdachte voor zijn handelen niet weg.” Het OM was in hoger beroep gegaan omdat het de straf van drie jaar te laag vond die de rechtbank Haarlem in juni 2007 oplegde aan Al-J. Dat het OM nu toch een lagere straf eist, komt volgens de aanklager door zaken die tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep pas bleken.