Nederland belemmert akkoord met Icesave

IJslanders zijn best bereid offers te brengen, maar het vergoeden van Icesave-spaarrekeningen van een failliete commerciële bank is een topzware last, stelt

Jóhanna Sigurdardóttir.

Weinig regeringen van ontwikkelde markteconomieën kampen met zoveel gelijktijdige beproevingen als IJsland.

Bij zijn pogingen om tot een compensatieregeling voor buitenlandse spaarders bij failliete banken te komen, wordt IJsland verweten de neiging te hebben om achter elk slecht nieuws een Brits of Nederlands complot te vermoeden.

Die neiging heeft IJsland niet. Wij strijden tegen de gevolgen van een ernstige bank- en valutacrisis en een recessie die ons deel van de wereld even hard raakt als alle andere. Mijn regering, die in februari aantrad en bij de verkiezingen in mei een meerderheid behaalde, heeft te maken met de nasleep van de val van bijna de gehele IJslandse particuliere bankensector.

Wij zijn voornemens de komende drie jaar 30 procent te bezuinigen op de overheidsfinanciën en de uitgaven voor infrastructuur en lonen aanzienlijk terug te dringen – een zware belasting voor onze bevolking van 300.000 mensen. In samenwerking met het International Monetair Fonds (IMF) hebben we een economische strategie opgesteld die volledig wordt nageleefd. We hebben zelfs al overeenstemming bereikt over een herkapitalisatie van de bankensector, een stabiliteitspact met de sociale partners en een strategie voor de opheffing van de beperkingen op betaalrekeningen.

In deze geest hebben de autoriteiten gestreefd naar een akkoord met de buitenlandse schuldeisers van de failliete banken, met de bedoeling dat zij twee van de herleefde banken zouden overnemen. Ook hebben wij als onderdeel van het IMF-programma met verscheidene landen kredietovereenkomsten gesloten en heeft het IJslandse parlement toestemming gegeven naar het lidmaatschap van de Europese Unie te streven.

De IJslanders, die zich niet verantwoordelijk voelen voor de mondiale bankencrisis, zijn bereid offers te brengen ten behoeve van de normale betrekkingen en de handel in de wereld. Maar ze zijn boos omdat ze de vergoeding op zich moeten nemen van de Icesave-spaarrekeningen bij Landsbanki – een failliete, particuliere, commerciële bank die met een hoge rente vele honderdduizenden Britse en Nederlandse spaarders trok. Het bedrag dat IJsland op moet brengen is enorm – zo’n 50 procent van ons bruto nationaal product. Door de activa die tegenover deze schuld staan zal deze netto aanzienlijk lager uitvallen, maar er is veel onzekerheid over de waarderingen en de prognoses waar dergelijke berekeningen op berusten.

In oktober vorig jaar, toen IJsland zich in een diepe crisis bevond, bevroren de Britse autoriteiten de tegoeden van Landsbanki en werd deze bank (en ook enige tijd de IJslandse overheid) naast terroristische organisaties op de officiële Britse lijst van geheel bevroren tegoeden gezet. De Kaupthing Bank, die net een overheidslening ten bedrage van 5 procent van het BNP had gekregen, stortte vervolgens in nadat de Financial Services Authority beslag legde op haar filiaal in Londen. Ondanks een kritisch rapport in april van de commissie Financiën van het Lagerhuis, is voor het Britse optreden geen bevredigende uitleg gegeven.

De EU-richtlijn voor depositoverzekeringen die ons hiermee belast, is volgens sommigen gericht op het falen van individuele banken en niet op een instorting van het systeem, zoals in IJsland het geval was. Er is alle reden om te stellen dat IJsland het toevallige slachtoffer van gebreken in deze richtlijn is, maar dat betoog heeft geen gehoor gevonden.

De IJslanders willen aan hun verplichtingen voldoen, maar kunnen en mogen niet voorbijgaan aan de lessen die uit deze crisis te trekken zijn inzake mogelijke gebreken in de regelgeving voor banken en depositoverzekeringen die een rol spelen in de EU en de Europese Economische Ruimte.

De Financial Times heeft bericht over het Nederlandse verzet tegen de IMF-leningen aan IJsland om de eisen bij Icesave kracht bij te zetten, waarbij Groot-Brittannië en Duitsland als bondgenoten werden opgevoerd. Het beeld is dat de ambtenaren van Financiën in Groot-Brittannië en Nederland, toen ze de overeenkomst met Icesave sloten die nu in het IJslandse parlement wordt besproken, gebruik hebben gemaakt van hun onderhandelingspositie tegenover een veel zwakkere partij.

Hierdoor is het voor de IJslandse regering moeilijk het parlement en de IJslanders ervan te overtuigen dat een akkoord over de Icesave-rekeningen met Groot-Brittannië en Nederland onvermijdelijk is. Het parlement zoekt mogelijkheden om voorwaarden aan de staatsgarantie te verbinden en zo het economisch voortbestaan en de soevereiniteit van IJsland te waarborgen. Hierbij moet worden beklemtoond dat alle drie de landen er wederzijds belang bij hebben dat IJsland in staat is zijn schuldverplichtingen na te komen.

IJsland zal niet opzij gaan voor de oplossing van problemen die binnenlands economisch herstel en de opbouw van vertrouwen in het buitenland in de weg staan. Het is te hopen dat de inwoners van grote landen als Groot-Brittannië en Nederland zich bewust zijn van de blijvende invloed die hun regeringen in een tijd van grote nood op kleine landen als het onze kunnen hebben.

Jóhanna Sigurdardóttir (sociaal-democraat) is premier van IJsland.

Lees meer over het ontstaan en het verloop van de kredietcrisis op nrc.nl/kredietcrisis of discussieer mee over dit artikel op nrc.nl/discussie.