NAVO-chef: minder troepen Kosovo

De NAVO zal het aantal militairen in Kosovo verminderen van zo’n 14.000 manschappen nu naar zo’n 10.000 begin volgend jaar. Daarna volgt een reductie tot 5.700 man, „maar dat is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen in Kosovo en de regio”.

Dat zei de nieuwe secretaris-generaal van het bondgenootschap, de Deen Anders Fogh Rasmussen, gisteren in de Kosovaarse hoofdstad Pristina. Daar sprak hij met de president en de premier van Kosovo, Fatmir Sejdiu en Hashim Thaci, en met de bevelhebber van de NAVO-troepenmacht (KFOR), de Italiaanse Giuseppe Emilio Gay. Met ruim 1.900 manschappen is Italië de op een na grootste troepenleverancier voor Kosovo (de grootste is Duitsland, met 2350 man).

Rasmussen zei dat de troepenreductie louter is ingegeven door een verbetering van de veiligheidssituatie in Kosovo. Hij zei dat het bondgenootschap niets zal doen dat een „negatieve impact heeft op de veiligheid” in het land.

Bij zijn aantreden, op 4 augustus, had Rasmussen al gezegd dat hij hoopt KFOR te kunnen terugbrengen tot „een kleine reactiemacht”, die zich binnen afzienbare tijd zelfs zou kunnen terugtrekken.

De NAVO-troepen zijn sinds 1999 gelegerd in Kosovo, de voormalige Servische provincie die zich dat jaar na een oorlog losmaakte van Servië. Op 17 februari 2008 riep Kosovo de onafhankelijkheid uit, die inmiddels erkend is door 62 landen. Servië weigert zich bij de onafhankelijkheid neer te leggen.

Tussen de meerderheid van twee miljoen Albanese en de minderheid van 120.000 Servische Kosovaren blijven grote spanningen bestaan. Kosovo beschikt over eigen, licht bewapende veiligheidstroepen, die getraind worden door de NAVO. (AP, AFP)